Oefentoets Biologie: Ademhaling | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 15

Ontdek de digitale toets over het ademhalingssysteem, gericht op studenten in de biologie, met onderwerpen zoals trilharen, hoesten en de effecten van roken op de longen. Deze toets biedt inzicht in belangrijke fysiologische processen en aandoeningen zoals bronchitis en longemfyseem. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Trilharen in het ademhalingssysteem

2/3 Het neusslijmvlies.

Op welke van de volgende plaatsen bevinden zich ook trilharen?

Effect van hoesten op ademhaling

3/3 Het neusslijmvlies.

Ingeademde bacteriën kunnen ontstekingen in de luchtwegen veroorzaken. Hierdoor kan zich extra veel slijm ophopen en dat kan weer hoesten veroorzaken.
Tijdens het hoesten trekken de buikspieren zich sterk samen.

Gaat het middenrif omhoog of omlaag als de buikspieren zich samentrekken?
Heeft dit inademing of uitademing tot gevolg?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling tijdens intensieve inspanning

1/2 Het schaatshoestje.

Een schaatser die een flinke inspanning levert, haalt adem door zijn mond.

Wat is de reden dat een sporter tijdens een flinke inspanning ademhaalt door de mond en niet door de neus?

Effect van kou op het middenrif tijdens hoesten

2/2 Het schaatshoestje.

De lucht in een schaatshal is koud en droog. Bij inademing door de mond wordt de lucht niet goed verwarmd. Hierdoor worden de slijmvliezen geprikkeld en wordt er extra slijm gevormd. De schaatser gaat dan hoesten. Dit wordt het 'schaatshoestje' genoemd. Tijdens het hoesten trekken de buikspieren zich krachtig samen.

Gaat het middenrif dan omhoog of omlaag?
Of is dat niet te zeggen?

Functie van bloedvaten in de neus

1/2 Een bloedneus.

Een bloedneus ontstaat soms vanzelf. Ook kun je een bloedneus krijgen door een klap tegen je neus.
Aan de binnenkant van de neus bevinden zich veel kleine bloedvaten. Die kunnen gemakkelijk stuk gaan.
Iemand met een bloedneus kan het best eerst de neus snuiten.
Door de neus daarna tien minuten dicht te knijpen, gaat het bloeden meestal over.

Welke taak hebben de bloedvaten aan de binnenkant van de neus vooral?

Deel P in de afbeelding van de bloedneus

2/2 Een bloedneus.
Zie figuur B 3240 van de bijlage.

Bij een bloedneus komt soms een beetje bloed in de mondholte. Je proeft dan de smaak van bloed met je tong.
In de afbeelding is een deel van het hoofd weergegeven, met onder andere de mondholte en de tong.

Wat is de naam van deel P in de afbeelding?

de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Vertakkingen van de luchtpijp

1/3 Klaplong.
Zie figuur B 3320 van de bijlage.

Een klaplong is het plotseling 'lek' raken van één van beide longen. Er komt dan lucht tussen de long en de wand van de borstholte. Het longweefsel verschrompelt dan tot een dikke prop om de vertakkingen van de luchtpijp (zie de afbeelding).

Hoe heten de vertakkingen van de luchtpijp?

afbeeldingafbeelding

Spieren bij normale inademing

2/3 Klaplong.

Als iemand met een klaplong inademt, wordt de ingeklapte long niet meer uitgerekt.

Welke spieren trekken bij een normale inademing samen?

Gaswisseling in de longen

3/3 Klaplong.

Iemand met een klaplong heeft het benauwd, omdat er niet voldoende gaswisseling kan plaatsvinden.

Geef de naam van de delen van de longen waarin de meeste gaswisseling plaatsvindt.

In de

Voordelen van neusademhaling

1/2 Neuspoliepen.

Neuspoliepen zijn plaatselijke zwellingen van het slijmvlies in de neus. Neuspoliepen kunnen hinderlijk zijn, vooral als ze wat groter worden of in een groepje bij elkaar liggen. Dan wordt de ademhaling door de neus belemmerd en moet men door de mond ademhalen.

Noem twee redenen waarom neusademhaling beter is dan mondademhaling.

Neuspoliepen en slikken

2/2 Neuspoliepen.
Zie figuur B 2905 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van een deel van het hoofd weergegeven.

Tijdens het slikken en bewegen de huig en het strotklepje.

Komt bij de persoon uit de afbeelding bij het slikken de huig tegen de neuspoliep?
En komt het strotklepje tegen de neuspoliep?

afbeeldingafbeelding

Longemfyseem en ademhalingsproblemen

1/3 Longziekte.

Meneer De Vries heeft longemfyseem. Bij deze ziekte gaan de wanden van de longblaasjes stuk. Longblaasjes die stuk zijn, kunnen niet opnieuw aangroeien.

Leg uit dat meneer De Vries door de longemfyseem moeilijk kan ademhalen.

Identificeer het longblaasje in de afbeelding

2/3 Longziekte.
Zie figuur B 3207 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van de longen weergegeven.

Welke letter geeft een longblaasje aan?

afbeeldingafbeelding

Ziekten door roken en longemfyseem

3/3 Longziekte.

Roken is een oorzaak voor het ontstaan van longemfyseem.

Noem twee andere ziekten die vaak het gevolg zijn van roken.

Invloed van nicotine op orgaanstelsels

1/2 Stoffen in tabaksrook.

In tabaksrook zitten honderden stoffen. De meeste van deze stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid.
Een voorbeeld hiervan is nicotine. In een boek staat hierover de volgende informatie:

Nicotine
Dit geeft de roker een 'kick', net als andere drugs. Daardoor kunnen veel mensen heel moeilijk stoppen met roken. Ook gaat het hart van een roker sneller kloppen door nicotine.

Volgens de tekst beïnvloedt nicotine bepaalde orgaanstelsels.

Geef met ja of nee aan welk stelsel door nicotine wordt beïnvloed.

bloedvatenstelsel:
skelet:
zenuwstelsel:

Ziekten door roken

2/2 Stoffen in tabaksrook.

Wie rookt, heeft een grotere kans op bepaalde ziekten.

Noem zo'n ziekte die vaak voorkomt bij rokers.

Invloed van roken op geboortegewicht baby's

1/2 Onderzoek naar de invloed van roken.

Iemand onderzoekt de invloed van roken op het gemiddelde geboortegewicht van baby's. In de tabel staan de resultaten van dit onderzoek.
afbeeldingafbeelding

Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit onderzoek.

Verbeteringen voor betrouwbaar onderzoek naar roken

2/2 Onderzoek naar de invloed van roken.

Om de resultaten betrouwbaarder te maken wil de wetenschapper het onderzoek verbeteren.

Noem een verandering of een aanvulling van het onderzoek waardoor de resultaten betrouwbaarder worden.

Bronchitis en ademhalingsziekten

1/3 Bronchitis.
Zie figuur A 877 van de bijlage.

Er zijn verschillende ziekten die invloed hebben op het ademhalen. Een voorbeeld hiervan is bronchitis.
Bij een onderzoek naar het vóórkomen van enkele van zulke ziekten, werden de volgende resultaten gevonden.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur A 877 van de bijlage.

Maak met deze gegevens het afgebeelde staafdiagram af.

afbeeldingafbeelding

Oorzaken van slijmproblemen bij bronchitis

2/3 Bronchitis.

Bronchitis is een ziekte van het slijmvlies dat de binnenkant van de luchtwegen bedekt. Er wordt dan veel slijm gemaakt. Bij een gezond mens wordt het slijm door trilhaarcellen naar de mond getransporteerd. Iemand met bronchitis raakt dit slijm moeilijk kwijt.

Leg uit waardoor bij bronchitis dit verwijderen van slijm niet goed lukt.