Ademhaling
2/3 Het neusslijmvlies.
Op welke van de volgende plaatsen bevinden zich ook trilharen?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
2/3 Het neusslijmvlies.
Op welke van de volgende plaatsen bevinden zich ook trilharen?
3/3 Het neusslijmvlies.
Ingeademde bacteriën kunnen ontstekingen in de luchtwegen veroorzaken. Hierdoor kan zich extra veel slijm ophopen en dat kan weer hoesten veroorzaken.
Tijdens het hoesten trekken de buikspieren zich sterk samen.
Gaat het middenrif omhoog of omlaag als de buikspieren zich samentrekken?
Heeft dit inademing of uitademing tot gevolg?
afbeelding
1/2 Het schaatshoestje.
Een schaatser die een flinke inspanning levert, haalt adem door zijn mond.
Wat is de reden dat een sporter tijdens een flinke inspanning ademhaalt door de mond en niet door de neus?
2/2 Het schaatshoestje.
De lucht in een schaatshal is koud en droog. Bij inademing door de mond wordt de lucht niet goed verwarmd. Hierdoor worden de slijmvliezen geprikkeld en wordt er extra slijm gevormd. De schaatser gaat dan hoesten. Dit wordt het 'schaatshoestje' genoemd. Tijdens het hoesten trekken de buikspieren zich krachtig samen.
Gaat het middenrif dan omhoog of omlaag?
Of is dat niet te zeggen?
1/2 Een bloedneus.
Een bloedneus ontstaat soms vanzelf. Ook kun je een bloedneus krijgen door een klap tegen je neus.
Aan de binnenkant van de neus bevinden zich veel kleine bloedvaten. Die kunnen gemakkelijk stuk gaan.
Iemand met een bloedneus kan het best eerst de neus snuiten.
Door de neus daarna tien minuten dicht te knijpen, gaat het bloeden meestal over.
Welke taak hebben de bloedvaten aan de binnenkant van de neus vooral?
2/2 Een bloedneus.
Zie figuur B 3240 van de bijlage.
Bij een bloedneus komt soms een beetje bloed in de mondholte. Je proeft dan de smaak van bloed met je tong.
In de afbeelding is een deel van het hoofd weergegeven, met onder andere de mondholte en de tong.
Wat is de naam van deel P in de afbeelding?
de [invulveld]
afbeelding
1/3 Klaplong.
Zie figuur B 3320 van de bijlage.
Een klaplong is het plotseling 'lek' raken van één van beide longen. Er komt dan lucht tussen de long en de wand van de borstholte. Het longweefsel verschrompelt dan tot een dikke prop om de vertakkingen van de luchtpijp (zie de afbeelding).
Hoe heten de vertakkingen van de luchtpijp?
afbeelding
2/3 Klaplong.
Als iemand met een klaplong inademt, wordt de ingeklapte long niet meer uitgerekt.
Welke spieren trekken bij een normale inademing samen?
1/2 Neuspoliepen.
Neuspoliepen zijn plaatselijke zwellingen van het slijmvlies in de neus. Neuspoliepen kunnen hinderlijk zijn, vooral als ze wat groter worden of in een groepje bij elkaar liggen. Dan wordt de ademhaling door de neus belemmerd en moet men door de mond ademhalen.
Noem twee redenen waarom neusademhaling beter is dan mondademhaling.
2/2 Neuspoliepen.
Zie figuur B 2905 van de bijlage.
In de afbeelding is een doorsnede van een deel van het hoofd weergegeven.
Tijdens het slikken en bewegen de huig en het strotklepje.
Komt bij de persoon uit de afbeelding bij het slikken de huig tegen de neuspoliep?
En komt het strotklepje tegen de neuspoliep?
afbeelding
1/3 Longziekte.
Meneer De Vries heeft longemfyseem. Bij deze ziekte gaan de wanden van de longblaasjes stuk. Longblaasjes die stuk zijn, kunnen niet opnieuw aangroeien.
Leg uit dat meneer De Vries door de longemfyseem moeilijk kan ademhalen.
2/3 Longziekte.
Zie figuur B 3207 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van de longen weergegeven.
Welke letter geeft een longblaasje aan?
afbeelding
3/3 Longziekte.
Roken is een oorzaak voor het ontstaan van longemfyseem.
Noem twee andere ziekten die vaak het gevolg zijn van roken.
2/2 Stoffen in tabaksrook.
Wie rookt, heeft een grotere kans op bepaalde ziekten.
Noem zo'n ziekte die vaak voorkomt bij rokers.
1/2 Onderzoek naar de invloed van roken.
Iemand onderzoekt de invloed van roken op het gemiddelde geboortegewicht van baby's. In de tabel staan de resultaten van dit onderzoek.
afbeelding
Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit onderzoek.
2/2 Onderzoek naar de invloed van roken.
Om de resultaten betrouwbaarder te maken wil de wetenschapper het onderzoek verbeteren.
Noem een verandering of een aanvulling van het onderzoek waardoor de resultaten betrouwbaarder worden.
1/3 Bronchitis.
Zie figuur A 877 van de bijlage.
Er zijn verschillende ziekten die invloed hebben op het ademhalen. Een voorbeeld hiervan is bronchitis.
Bij een onderzoek naar het vóórkomen van enkele van zulke ziekten, werden de volgende resultaten gevonden.
afbeelding
Zie figuur A 877 van de bijlage.
Maak met deze gegevens het afgebeelde staafdiagram af.
afbeelding
2/3 Bronchitis.
Bronchitis is een ziekte van het slijmvlies dat de binnenkant van de luchtwegen bedekt. Er wordt dan veel slijm gemaakt. Bij een gezond mens wordt het slijm door trilhaarcellen naar de mond getransporteerd. Iemand met bronchitis raakt dit slijm moeilijk kwijt.
Leg uit waardoor bij bronchitis dit verwijderen van slijm niet goed lukt.