Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1/4 Nederlandse slangen. Zie figuur B 3591 van de bijlage.
In Nederland komen drie soorten slangen voor. In de tabel hieronder zijn enkele kenmerken van deze slangen weergegeven.
afbeelding
In de afbeelding zijn drie slangen weergegeven.
Welk cijfer heeft de tekening van de adder? [invulveld]
afbeelding
Ecologie
2/4 Nederlandse slangen.
De adder en de gladde slang kunnen in hetzelfde gebied voorkomen.
Geef hiervoor een reden. Gebruik de informatie van de tabel hieronder.
afbeelding
Ecologie
3/4 Nederlandse slangen.
De adder en de gladde slang komen vooral voor in bossen met open plekken.
Leg uit dat de ringslang in de buurt van water leeft. Gebruik de informatie van de tabel hieronder.
afbeelding
Ecologie
4/4 Nederlandse slangen. Zie figuur A 834 van de bijlage.
In de afbeelding is een voedselweb weergegeven.
Welke Nederlandse slang hoort op plaats P afgebeeld te zijn? Gebruik de informatie van de tabel hieronder.
De [invulveld]
afbeelding
afbeelding
Ecologie
1/2 Een voedselketen. Zie figuur B 2554 van de bijlage.
Een groep onderzoekers bestudeerde de organismen in een bepaalde rivier. De organismen die in de rivier leven zijn schematisch weergegeven in de figuur. Muggenlarven eten onder andere algen.
Welke voedselketen is de juiste?
afbeelding
Ecologie
2/2 Een voedselketen. Zie de figuren B 3565 en B 2554 van de bijlage.
Van deze voedselketen kan een piramide van biomassa worden gemaakt (zie de afbeelding).
Welke organismen horen bij laag P in de afbeelding?
afbeeldingafbeelding
Ecologie
1/4 Voedselrelaties. Zie figuur B 2158 van de bijlage.
In de afbeelding zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in zee weergegeven.
Geef de drie voedselketens die in de afbeelding zijn weergegeven.
afbeelding
Ecologie
2/4 Voedselrelaties. Zie figuur B 2158 van de bijlage.
Welke van de in de afbeelding genoemde organismen zijn consumenten?
afbeelding
Ecologie
3/4 Voedselrelaties.
Wordt in dierlijk plankton rechtstreeks energie uit zonlicht vastgelegd? En in plantaardig plankton?
Ecologie
4/4 Voedselrelaties.
Als gevolg van een verontreiniging van het milieu komen er bepaalde gifstoffen die niet afbreekbaar zijn, in het zeewater. Deze gifstoffen worden wel door organismen opgenomen, maar niet uitgescheiden. In één van de in de afbeelding genoemde groepen organismen is na verloop van tijd het gehalte aan gifstoffen groter dan in alle andere.
Zal het gehalte aan gifstoffen na verloop van tijd het hoogst zijn in het plantaardig plankton in de vissen, in de wormen of in de zeehonden? Geef een verklaring voor je antwoord.
Ecologie
1/3 De Waddenzee. Zie figuur C 137 van de bijlage.
De afbeelding stelt een deel van het voedselweb van de Waddenzee voor.
Noem de groepen organismen uit het voedselweb, die volgens de afbeelding zowel plantaardig als dierlijk voedsel eten.
afbeelding
Ecologie
2/3 De Waddenzee. Zie figuur C 137 van de bijlage.
Uit hoeveel schakels bestaat de langste voedselketen van dit voedselweb?
afbeelding
Ecologie
3/3 De Waddenzee.
In het water van de Waddenzee en in de organismen die daarin leven, komen gifstoffen voor. Sommige organismen uit het voedselweb in de Waddenzee worden door mensen gegeten. Daardoor krijgen mensen ook gif binnen.
Welke van de onderstaande organismen uit het voedselweb van afbeelding bevatten het meeste gif per 100 gram eetbaar gedeelte?
Ecologie
1/3 De Waddenzee. Zie figuur C 138 van de bijlage.
De afbeelding stelt een deel van het voedselweb van de Waddenzee voor.
Noem de groepen organismen uit het voedselweb, die volgens de afbeelding zowel plantaardig als dierlijk voedsel eten.
afbeelding
Ecologie
2/3 De Waddenzee. Zie figuur C 138 van de bijlage.
Uit hoeveel schakels bestaat de langste voedselketen van dit voedselweb?
afbeelding
Ecologie
3/3 De Waddenzee.
In het water van de Waddenzee en in de organismen die daarin leven, komen gifstoffen voor. Sommige organismen uit het voedselweb in de Waddenzee worden door mensen gegeten. Daardoor krijgen mensen ook gif binnen.
Welke van de onderstaande organismen uit het voedselweb van de afbeelding bevatten het meeste gif per 100 gram eetbaar gedeelte?
Ecologie
1/3 Aardbeien.
In Nederland wordt bij het telen van aardbeien steeds vaker biologische bestrijding gebruikt. Veel chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet meer toegestaan, omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid.
Noem nog twee andere nadelen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.
Ecologie
2/3 Aardbeien.
In een interview met een biologische aardbeienteler staat het volgende: "Voor de bestrijding van bladluizen op de aardbeiplanten gebruiken we lieveheersbeestjes en sluipwespen. Tegen een ander schadelijk insect, de trips, willen we gebruik gaan maken van roofwantsen."
In het interview noemt de aardbeienteler zes soorten organismen die een voedselweb vormen.
Noteer dit voedselweb van zes soorten organismen.
Ecologie
3/3 Aardbeien.
Soms vormen slakken een probleem bij de teelt van aardbeien. De aardbeienteler heeft een oplossing bedacht om slakken milieuvriendelijk te bestrijden. In het interview vertelt hij: "We hadden veel last van slakken, maar als biologische teler mag ik geen slakkenkorrels strooien. In een oud boek las ik dat egels uitstekende slakkenbestrijders zijn. We hebben nu vijftig egels rondlopen, en het is een groot succes. Volgend jaar willen we er 150 loslaten in de velden met aardbeiplanten. We hopen dat daardoor de oogst groter zal zijn."
Leg uit waardoor het loslaten van egels een grotere aardbeienoogst kan opleveren.
Ecologie
1/3 Zeehonden. Zie figuur B 4471 van de bijlage.
Over de hele wereld zijn er achttien soorten zeehonden. Veel van die zeehonden eten onder andere krill. Krill bestaat uit verschillende soorten garnaalachtige diertjes die zich met algen voeden. In de afbeelding is de samenstelling van het voedsel van twee soorten zeehonden weergegeven, een krabbeneter en een zeeluipaard.
Hoeveel procent van het voedsel van een zeeluipaard bestaat uit dieren die niet door een krabbeneter worden gegeten volgens de informatie?