Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 5, VWO 6
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Bloed
Bloeddruk. Zie figuur A 2 van de bijlage.
In het diagram is het verband weergegeven tussen de tijd en de bloeddruk op verschillende plaatsen in het bloedvaatstelsel van de mens.
Deze plaatsen zijn:
- de linkerkamer - het begin van de aorta - de rechterkamer - het begin van de longslagader
Welke grafiek is van toepassing op de linkerkamer?
afbeelding
Bloed
Bloeddruk. Zie figuur A 2 van de bijlage.
In het diagram is het verband weergegeven tussen de tijd en de bloeddruk op verschillende plaatsen in het bloedvaatstelsel van de mens.
Deze plaatsen zijn:
- de linkerkamer - het begin van de aorta - de rechterkamer - het begin van de longslagader
Welke grafiek is van toepassing op de longslagader?
afbeelding
Bloed
Bloeddruk.
Gegeven de volgende delen van de bloedsomloop:
1. haarvaten van de grote bloedsomloop; 2. haarvaten van de kleine bloedsomloop; 3. longslagader; 4. aorta; 5. onderste holle ader.
De gemiddelde bloeddruk neemt af in de volgorde
Bloed
Bloeddruk.
Gegeven de volgende delen van de bloedsomloop:
1. haarvaten van de grote bloedsomloop; 2. haarvaten van de kleine bloedsomloop; 3. longslagader; 4. aorta; 5. onderste holle ader.
De gemiddelde bloeddruk neemt toe in de volgorde
Bloed
Bloedstroom. Zie figuur B 322 van de bijlage.
Rondom de bovenarm van een persoon wordt een nauwsluitende holle rubberen band aangebracht en langzaam opgepompt. Tijdens het oppompen van de rubberen band meet men voortdurend het volume van de hand en onderarm tot aan de rubberen band en zet dit uit in het diagram.
Zijn de aders van deze arm op tijdstip S helemaal dichtgedrukt of open? Zijn de slagaders van deze arm op tijdstip T helemaal dichtgedrukt of open?
afbeelding
afbeelding
Bloed
Bloeddruk bij de mens. Zie figuur B 202 van de bijlage.
De bloeddruk in de slagaders van het lichaam van de mens varieert. Het diagram geeft het verloop van de bloeddruk in een armslagader weer. De druk in deze slagader wordt gewoonlijk bij bloeddrukmetingen bepaald. Bij bloeddrukmeting wordt een band om de arm opgepompt. Als de druk in deze band groot genoeg is, dan wordt de slagader dichtgedrukt. Een manier om te constateren of er bloed door de armslagader gaat, is de polsslag te voelen.
Hoe zal bij een druk van 13 kPa in de band de polsslagfrequentie zijn?
afbeelding
Bloed
Stroomsnelheid van het bloed. Zie figuur B 379 en B 380 van de bijlage.
In een armspier van een mens stroomt bloed door een slagader, een haarvatennet en een ader. In het afgebeelde diagram (B 379 is de totale inwendige doorsnede van de betrokken bloedvaten weergegeven. De totale inwendige doorsnede is de optelsom van de oppervlakten van de inwendige dwarse doorsneden van de bloedvaten op een bepaald punt in het traject armslagader - armader.
Zie figuur B 380 van de bijlage.
In de afbeelding zijn vier schematische diagrammen (A, B, C en D) van de stroomsnelheid van het bloed getekend.
In welk diagram is de stroomsnelheid van het bloed in de bloedvaten van deze armspier, gemeten vanaf het begin van de slagader, juist weergegeven?
In diagram
afbeeldingafbeelding
Bloed
Bloeddrukmeting. Zie figuur B 169 van de bijlage.
De bloeddruk in de slagaders van het lichaam van de mens varieert onder invloed van de hartslag. Het diagram geeft het verloop van de bloeddruk in een armslagader van een bepaalde persoon weer (1 kPa = 7,5 mm Hg). Bij bloeddrukmetingen wordt gewoonlijk de druk in deze slagader bepaald. Hiertoe wordt een band om de arm opgepompt. Als de druk in deze band groot genoeg is, wordt de slagader dichtgedrukt. Wanneer de druk in de band bepaalde waarden heeft, kan in de armslagader, in de armholte, met een stethoscoop geklop gehoord worden (zie tekening). Dit kloppen ontstaat doordat de armslagader bij iedere hartslag tijdelijk bloed doorlaat.
Bij welke waarden van de druk in de band kan bij deze persoon het kloppen gehoord worden?
afbeelding
Bloed
Bloedsomloop. Zie figuur C 93 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een deel van de grote bloedsomloop van de mens getekend. Op een aantal plaatsen in dit traject wordt de gemiddelde bloeddruk gedurende een bepaalde periode gemeten. De resultaten kunnen in een diagram worden weergegeven. In de afbeelding zijn ook vier diagrammen A, B, C en D getekend.
Welk van deze diagrammen geeft het verloop van de bloeddruk juist weer?
afbeelding
Bloed
Bloeddrukmeting. Zie figuur B 588 van de bijlage.
Bij een proefpersoon is om de bovenarm een bloeddrukmanchet gewonden (zie tekening). Deze is zover opgepompt dat de aders en slagaders geheel zijn dichtgedrukt. Vervolgens loopt de manchet geleidelijk leeg.
Op welke van de aangegeven plaatsen in de bloedvaten zal hierdoor de bloeddruk het eerst stijgen?
afbeelding
Bloed
De bloeddruk. Zie figuur B 1657 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een deel van het bloedvatenstelsel van de mens getekend. Met de letters P, Q, R, S en T zijn verschillende plaatsen aangegeven. Op plaats P is de bloeddruk op een bepaald moment 3 kPa.
Op welke van de plaatsen Q, R, S en T is de bloeddruk op dat moment hoger dan 3 kPa?
Op plaats
afbeelding
Bloed
In het lichaam. Zie figuur B 1645 van de bijlage.
In het diagram van de afbeelding is het verloop van de bloeddruk in de linker kamer en in het begindeel van de aorta tijdens een contractie van het hart van de mens weergegeven. Drie perioden gedurende deze hartslag zijn aangegeven met 1, 2 en 3.
Gedurende welke periode of welke perioden zijn de kleppen aan het begin van de aorta gesloten?
afbeelding
Bloed
Bloedvolume.
Vier plaatsen in het bloedvatenstelsel van een mens worden met elkaar vergeleken wat betreft de hoeveelheid bloed die er per minuut passeert:
1. de slagader naar het linkerbeen, vlak na de splitsing van de aorta in linker en rechter beenslagader; 2. de slagader naar de rechterlong, vlak na de splitsing in linker en rechter longslagader; 3. de linker kransslagader, vlak na het ontspringen uit de aorta; 4. de leverader, vlak voor de uitmonding in de onderste holle ader.
Op welke plaats passeert per minuut het meeste bloed?
Bloed
1/4 Bloeddruk. Zie figuur B 2645 en figuur A 722 van de bijlage.
In de afbeelding B 2645 is het verloop van de bloeddruk in een armslagader schematisch weergegeven. De bloeddruk schommelt rond een bepaalde waarde die onder andere afhankelijk is van de leeftijd.
Zie figuur A 722 van de bijlage.
Het verschil tussen de systolische druk (P) en de diastolische druk (Q) heet de polsdruk. In afbeelding A 722 zijn de gemiddelde systolische en diastolische bloeddruk van een grote groep mannen en een grote groep vrouwen van verschillende leeftijden weergegeven.
Bepaal de gemiddelde polsdruk bij vrouwen van 67 jaar tot op één decimaal nauwkeurig.
afbeeldingafbeelding
Bloed
2/4 Bloeddruk.
Noem een oorzaak waardoor de systolische druk toeneemt met het ouder worden.
Bloed
3/4 Bloeddruk.
Voor nader onderzoek naar het verloop van de bloeddruk wordt bij een proefpersoon de bloeddruk in de bovenste holle ader gemeten tijdens een inademing en tijdens een uitademing. Zijn hartwerking blijft tijdens de metingen gelijk.
Is bij deze proefpersoon de bloeddruk in de bovenste holle ader tijdens de inademing kleiner dan, gelijk aan of groter dan tijdens de uitademing?
Bloed
4/4 Bloeddruk.
De bloeddruk kan worden gemeten als de proefpersoon staat, zit of ligt. De waarden van de bloeddruk in deze houdingen blijken niet gelijk te zijn.
Is de bloeddruk in een beenader het laagst in liggende, staande of zittende houding? Licht je antwoord toe.
Bloed
1/3 Bloedsomloop. Zie figuur B 2816 van de bijlage.
In diagram 1 van de afbeelding is het drukverval in de grote bloedsomloop weergegeven. Langs de X-as is een aantal delen van de grote bloedsomloop aangegeven. In diagram 2 van de afbeelding is de drukverandering op plaats R van diagram 1 uitgezet tegen de tijd.
De druk op plaats R verandert voortdurend (zie diagram 2). Deze verandering in de bloeddruk wordt veroorzaakt door de hartwerking. Het verschil tussen de hoogste drukwaarde P en de laagste drukwaarde Q (in diagram 1 aangegeven met a) is gemeten bij een bepaalde vrouw op de leeftijd van 20 jaar en op de leeftijd van 70 jaar. Uit de meting blijkt dat a op de leeftijd van 70 jaar groter is dan op de leeftijd van 20 jaar. Hierover worden twee beweringen gedaan:
1. a wordt met het toenemen van de leeftijd groter doordat de elasticiteit van de wand van de slagaders afneemt, 2. a wordt met het toenemen van de leeftijd groter doordat de kracht waarmee de linker kamer zich samentrekt, afneemt.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
Bloed
2/3 Bloedsomloop. Zie figuur B 2816 en figuur B 2817 van de bijlage.
In afbeelding B 2817 is bij dezelfde vergroting de dwarsdoorsnede van de slagader op plaats R in diagram 1 op twee opeenvolgende tijdstippen schematisch weergegeven. Een van de doorsneden komt overeen met de situatie waarin druk P van diagram 2 (zie afbeelding B 2816) heerst.
Welke van de twee doorsneden is gemaakt op het tijdstip dat bloeddruk P heerst? Verklaar je antwoord.
afbeeldingafbeelding
Bloed
3/3 Bloedsomloop. Zie figuur B 2816 van de bijlage.
Op de horizontale as in diagram 1 zijn de plaatsen O, R en S aangegeven. De bloeddruk bij S is lager dan die bij R.
Hierover worden twee beweringen gedaan:
1. De bloeddruk bij S is lager dan die bij R, doordat op plaats S de totale oppervlakte van de doorsneden van de slagaders in de grote bloedsomloop kleiner is dan die op plaats R. 2. De bloeddruk bij S is lager dan die bij R, doordat de weerstand in het traject O - S groter is dan die in het traject O - R.