Oefentoets Biologie: Stofwisseling | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Stofwisseling

2/2 Hink-stap-sprong.

Tijdens de aanloop en sprong van Edwards vindt in beenspieren anaërobe dissimilatie plaats.

Welke van de stoffen alcohol, koolstofdioxide, melkzuur en water komt of komen in deze spieren vrij bij dat proces?

Stofwisseling

1/3 Stofwisseling.

Drie stofwisselingsprocessen zijn hieronder weergegeven:

1. C6 H12 O6 + 6 O2 ® 6 CO2 + 6 H2 O + energie
2. C6 H12 O6 ® 2 C3 H6 O3 (melkzuur) + energie
3. C6 H12 O6 ® 2 CO2 + 2 C2 H5 OH (alcohol) + energie

Deze processen leveren per molecuul glucose niet evenveel energie op.

Welk proces levert de meeste energie per molecuul glucose op?

Stofwisseling

2/3 Stofwisseling.

1. C6 H12 O6 + 6 O2 ® 6 CO2 + 6 H2 O + energie
2. C6 H12 O6 ® 2 C3 H6 O3 (melkzuur) + energie
3. C6 H12 O6 ® 2 CO2 + 2 C2 H5 OH (alcohol) + energie

Welke twee processen kunnen plaatsvinden in een skeletspier van een mens?

Stofwisseling

3/3 Stofwisseling.

1. C6 H12 O6 + 6 O2 ® 6 CO2 + 6 H2 O + energie
2. C6 H12 O6 ® 2 C3 H6 O3 (melkzuur) + energie
3. C6 H12 O6 ® 2 CO2 + 2 C2 H5 OH (alcohol) + energie

Welk van de processen 1, 2 en 3 vindt vooral plaats bij het rijzen van brooddeeg waaraan gist is toegevoegd?

Stofwisseling

1/18 Zwemmen gevaarlijk.
ZWEMMEN NA HET ETEN IS GEVAARLIJK.

Zwemmen direct na het eten is ongezond en gevaarlijk. Je kunt maagkramp krijgen of steken in je zij en misschien wel verdrinken. In "Old wives' tales" van Peter Engel en Merrit Malloy (In vertaling: 'Van spinazie word je sterk', uitgeverij BZZToH) wordt dan ook geadviseerd na het eten een uur te wachten alvorens een duik te nemen in het water.

In het vorig jaar bij Bert Bakker verschenen 'Lexicon van hardnekkige misverstanden' van Walter Krämer en Götz Trenkler wordt het advies een sprookje genoemd. "Het verhaal werd vijftig jaar geleden op de wereld gezet door het Amerikaanse Rode Kruis. In een brochure over zwemmen en gezondheid werd afgeraden te water te gaan na het eten, omdat je daarvan maagkramp kon krijgen en mogelijkerwijs zelfs kon verdrinken."

De Amerikaanse sportarts Arthur Steinhaus vroeg begin jaren zestig zwemmers en zwemsters naar eetgewoonten en training. Hij ontdekte dat veel sport- en hobbyzwemmers regelmatig flink aten om daarna baantjes te trekken. Niemand kreeg last van maagkramp en niemand verdronk, aldus Steinhaus. In recentere brochures van het Rode Kruis staat de waarschuwing niet meer, aldus Krämer en Trenkler.
Maar Engel en Malloy zitten iets dichter bij de waarheid dan Krämer en Trenkler. "Als er voedsel in je maag zit", staat in 'Old wives' tales', krijg je vlugger maagkrampen. Dat zit zo: om de spijsvertering te bevorderen, pompt het hart een grote hoeveelheid bloed naar de maag. Tijdens lichaamsbeweging pompt het hart bloed naar de spieren en neemt de bloedstroom naar de maag aanzienlijk af. Zonder bloedtoevoer krijgen de maagspieren een gebrek aan zuurstof en verkrampen ze, zoals elke spier die niet voldoende zuurstof krijgt. De spijsvertering en de lichaamsbeweging zijn verwikkeld in een gevecht om hulp van het lichaam."

En dat is nog maar de helft van de waarheid. Maagkrampen zijn nog tot daaraan toe, een hartstilstand is ernstiger. "Het hart is in staat slechts een bepaalde hoeveelheid bloed uit te pompen", zegt dr. G. van de Bos, arts/fysioloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam. "In rust is dat 5 liter bloed per minuut, maar bij topsport kan dat oplopen tot 25 of zelfs 30 liter per minuut.

"Om het voedsel te verteren, hebben de darmen bloed nodig. Daarin worden immers de voedingsstoffen opgenomen. Als de darmen en de spieren tegelijkertijd van het hart bloed willen hebben, moet het hart kiezen. In het uiterste geval kan het hart het dan opgeven. Nu zullen de risico's niet al te groot zijn bij een kleine en lichte maaltijd, maar een royale lunch met behoorlijk wat vet en direct daarop zware lichamelijke inspanning - sauna, flink stuk fietsen, zwemmen - kan fataal worden. Vooral ouderen die te zwaar zijn, moeten uitkijken", zegt Van de Bos.
Engel en Malloy adviseren een uur te wachten alvorens in het water te duiken. Van de Bos zegt dat het ongeveer twee uur duurt voordat het voedsel is verteerd en het spijsverteringssysteem weer leeg is. Maar zo lang hoeft er niet te worden gewacht. "Je voelt het zelf ook wel", zegt hij. "Het is een kwestie van je gezond verstand gebruiken. Ik kwam vroeger nog wel eens bij boeren. Tussen de middag aten die toen nog warm. Na de maaltijd gingen ze altijd even achter de pet, zoals dat heette. Ze zaten dan een tijdje te soezen voordat ze weer aan het werk gingen op het land. Heel verstandig."

(De Volkskrant, 10 maart 1998).

(Stepnet, proef 2, 18 november 1998).

Zie volgende scherm

Stofwisseling

2/18 Zwemmen gevaarlijk.

De spijsvertering.

Benoem alle onderdelen van het spijsverteringskanaal waar het voedsel en de resten ervan langs gaan.

Stofwisseling

3/18 Zwemmen gevaarlijk.

De spijsvertering.

Wat is precies het doel van de vertering?

Stofwisseling

4/18 Zwemmen gevaarlijk.

De spijsvertering.

Wat zijn fecaliën?

Stofwisseling

5/18 Zwemmen gevaarlijk.

De spijsvertering.

Maak een schema van de vertering in het spijsverteringskanaal. Zet bovenaan het schema de woorden zetmeel (eerste kolom), eiwitten (tweede kolom) en vetten (derde kolom). Zet aan de linkerzijde de spijsverteringssappen te weten: speeksel, maagsap, alvleessap en darmsap.
Zorg dat het schema in één oogopslag weergeeft via welke tussenstappen genoemde stoffen verteerd worden en geef de volgende enzymen een plaats: peptidase, lipase, trypsine, amylase, pepsine, maltase. Plaats de optimale pH bij genoemde enzymen.

Stofwisseling

6/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

De spieren van ons lichaam zijn niet allemaal hetzelfde gebouwd. We onderscheiden dwarsgestreept- en glad spierweefsel. Bovendien bestaat ons hart uit spierweefsel dat kenmerken heeft van beide voornoemde typen.

Maak een schema met vier kolommen: kenmerken, glad spierweefsel, dwarsgestreept spierweefsel en hartspierweefsel.
Zet in de eerste kolom de volgende kenmerken: bouw van het weefsel, beinvloeding door onze wil, snel (of niet snel)vermoeid. Maak het schema vervolgens af. Verwerk in dit schema ook de woorden animale en autonome zenuwstelsel.

Stofwisseling

7/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

Tot welk type spieren behoren de kring- en lengtespieren in ons spijsverteringskanaal?

Stofwisseling

8/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

Hoe worden de bewegingen genoemd die deze spieren maken?

Stofwisseling

9/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

Werkende spieren hebben energie nodig.

Welk proces levert deze energie als er voldoende zuurstof wordt aangevoerd?

Stofwisseling

10/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

Welk proces levert deze energie als er onvoldoende zuurstof wordt aangevoerd?

Stofwisseling

11/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

Spieren bezitten een reservevoorraad brandstof.

Welke stof is dat? Dit is [invulveld]

Stofwisseling

12/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

In het artikel staat dat spieren kunnen 'verkrampen'.

Kun je dat verklaren?

Stofwisseling

13/18 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren.

Spieren bezitten ook een 'reservevoorraad' zuurstof èn een 'reservevoorraad' energie.

Leg dat uit.

Stofwisseling

14/18 Zwemmen gevaarlijk.

Hart en bloedsomloop.

Stel dat de linkerkamer per samentrekking 70 ml bloed wegpompt.

Hoeveel is dat dan per minuut? (het zogenaamde hartminuutvolume).

Dit is dan [invulveld] ml

Stofwisseling

14/18 Zwemmen gevaarlijk.

Hart en bloedsomloop.

Bij extreem geoefende topsporters kan de hartslag oplopen tot 200x per minuut en het slagvolume tot 200 ml.

Hoeveel is dan het hartminuutvolume? (Vanzelfsprekend wordt de ademhaling dan ook zeer intensief!)

Dit is dan [invulveld] ml

Stofwisseling

15/18 Zwemmen gevaarlijk.

Hart en bloedsomloop.

De prikkel tot het regelmatige kloppen van ons hart ontstaat in het hart zelf. In feite zijn er twee plaatsen in het hart die zorgen dat hartspiercellen samentrekken.

Hoe heten deze twee plaatsen?