Spierstelsel
2/4 Training.
Zie figuur B 3129 van de bijlage.
Tijdens een training trekt een bepaalde spier zich vaak samen.
De temperatuur van het bloed op plaats P is 37°C.
Hoe hoog is de temperatuur op plaats Q?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
2/4 Training.
Zie figuur B 3129 van de bijlage.
Tijdens een training trekt een bepaalde spier zich vaak samen.
De temperatuur van het bloed op plaats P is 37°C.
Hoe hoog is de temperatuur op plaats Q?
afbeelding
3/4 Training.
Zie figuur B 3130 van de bijlage.
In de afbeelding is het percentage bloed weergegeven dat vóór en tijdens het trainen naar verschillende organen stroomt.
Welk orgaan krijgt tijdens het trainen meer bloed?
afbeelding
4/4 Training.
Sommige mensen slaan bij een training de warming-up over.
Noem een gevaar van het overslaan van een warming-up.
Twee spieren.
Zie figuur B 5576 van de bijlage.
Bekijk de tekening hiernaast.
Hieronder staan twee beweringen over spieren in deze tekening.
I. De spieren J en K zijn elkaars antagonisten.
II. Als we ja-knikken, gebruiken de spieren J en K afwisselend.
Welke van deze beweringen is(zijn) goed?
afbeelding
Onwillekeurige spieren.
Welke van de volgende spieren zijn beide onwillekeurig?
Spieren en onze wil.
Welke soort spieren staan onder invloed van onze wil?
Skeletspieren.
Skeletspieren kunnen we in twee groepen verdelen: de rode en witte spieren.
Welke bewering over rode spieren is juist?
Skeletspieren.
Skeletspieren kunnen we in twee groepen verdelen: de rode en witte spieren.
Welke bewering over witte spieren is juist?
Soorten spieren.
We kennen drie soorten spieren:
1. skeletspieren
2. hartspier
3. gladde spieren
Welke van deze spieren is (zijn) in onze slaap volledig ontspannen?
Antagonisten.
Hoe kunnen we nagaan of twee spieren antagonisten zijn?
1/6 Sport.
De meeste skeletspieren bestaan uit zowel rode als witte spiervezels. Vaak overheerst in de spier een van beide vezeltypen. De rode spiervezels verbruiken veel zuurstof en moeten goed doorbloed zijn; ze kunnen lang werken en worden niet snel moe. De witte spiervezels werken praktisch zonder zuurstof; ze verbruiken voorraadstoffen uit de spier en worden minder goed doorbloed; ze werken sterk en snel, maar kort.
Welk type spiervezel zal je het meest aantreffen in rug- en buikspieren en waarom?
2/6 Sport.
Welk type spiervezel heeft een marathonloper vooral nodig en waarom?
3/6 Sport.
Vlees van een haas is rood, dat van een konijn wit.
Kun je dat met hun gedrag verklaren?
4/6 Sport.
Er wordt wel beweerd dat vrouwen meer uithoudingsvermogen hebben dan mannen.
Wat zou dit betekenen voor de mate van spierdoorbloeding en spierbouw bij vrouwen in vergelijking met die bij mannen?
5/6 Sport.
Een marathonloper stopt vrij plotseling met zijn lievelingssport. Hij gebruikt zijn beenspieren minder en ook van zijn hart wordt minder gevergd. Hij blijft evenveel eten.
Worden zijn beenspieren nu dikker of dunner? Verklaar je antwoord.
6/6 Sport.
Zijn onderhuid blijkt dikker te worden.
Welke (organische) stof zal hij hierin zijn gaan opslaan?
Dat is ........................