Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 22 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

22

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Alcohol.

Sommige mensen drinken voor het eten alcoholhoudende drank zoals sherry of port. Alcohol wordt met het bloed onder andere naar de hersenen vervoerd. Alcohol heeft invloed op de werking van het zenuwstelsel.
Deelname aan het verkeer is vlak na het gebruik van ongeveer twee glazen alcoholhoudende drank verboden.
Hieronder staan twee beweringen.

1. Het enige effect van alcohol op het zenuwstelsel is het activeren van de grote hersenen.
2. Door de alcohol uit drie of meer glazen neemt je reactiesnelheid tijdens het sturen af.

Welk bewering is of welke beweringen zijn juist?

Zenuwstelsel

Appel plukken.

Iemand plukt een appel.

Welke van de hieronder genoemde organen verrichten daarbij een functie?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Het ruggenmerg van een dolfijn.

In het ruggenmerg van een dolfijn bevinden zich zenuwbanen die impulsen van de hersenen af geleiden.

Van welk(e) type(n) zenuwcellen komen delen voor in zo'n zenuwbaan?

Zenuwstelsel

Impulsen & zenuwen en spieren.

Er worden vier beweringen gedaan over het verband dat bestaat tussen de werking van zenuwen en spieren:

1. gevoelszenuwen geven impulsen af aan een ontspannen spier, waarna deze zich samentrekt;
2. gevoelszenuwen geven impulsen af aan een samengetrokken spier, waarna deze zich ontspant;
3. bewegingszenuwen geven impulsen af aan een ontspannen spier, waarna deze zich samentrekt;
4. bewegingszenuwen geven impulsen af aan een samengetrokken spier, waarna deze zich ontspant.

Welke bewering is juist?

Zenuwstelsel

Het temperatuurregulerende centrum.

De lichaamstemperatuur van de mens wordt geregeld door een bepaald deel van de hersenen: het temperatuurregulerende centrum. Dit centrum reageert op de temperatuur van het erlangs stromende bloed. Dit gebeurt al als het bloed 0,1°C warmer of kouder wordt. Het centrum ontvangt bovendien impulsen uit temperatuurzintuigjes in de huid.

Juist of onjuist: Impulsen vanuit de temperatuurzintuigjes in de huid worden via gevoelszenuwcelen en schakelcellen naar het temperatuurregulerende centrum geleid.

[invulveld]

Zenuwstelsel

1/2 Het centrale en perifere zenuwstelsel.
Zie figuur B 919 van de bijlage.

De afbeelding geeft het zenuwstelsel van de mens schematisch weer.
De hersenen en het ruggenmerg samen noemen we het centrale zenuwstelsel. De andere delen noemen we het perifere zenuwstelsel.

Is bij een reflex het centrale zenuwstelsel betrokken?
En het perifere zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 Het centrale en perifere zenuwstelsel.
Zie figuur B 919 van de bijlage.

Komen in het hoofd van de mens uitlopers van bewegingszenuwcellen voor?
En van gevoelszenuwcellen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/2 Koud in het lokaal.

Sven zit bij het raam in zijn klaslokaal rustig te luisteren. Hij heeft een T-shirt aan. Zijn achterbuurvrouw zet het raam open. Daardoor daalt de temperatuur in het lokaal. Sven krijgt er kippenvel van. Hij vindt dat het te koud is geworden.

Heeft de daling van de temperatuur in het lokaal invloed op het zich samentrekken van de haarspiertjes in de armen van Sven?
Zo ja welke invloed?

Zenuwstelsel

2/2 Koud in het lokaal.

Sven wordt zich bewust van de oorzaak van de verandering van de temperatuur in het lokaal. Hij draait zijn hoofd om en vraagt het raam dicht te doen.

In welk deel van het zenuwstelsel wordt Sven zich bewust van de temperatuurdaling in het lokaal?
In welk deel van de hersenen ontstaan het eerst de impulsen waardoor hij zijn hoofd draait?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/5 Arm.
Zie figuur B 2445 van de bijlage.

De afbeelding geeft een rechterarm weer waarin het skelet, een spier met aanhechtingsplaatsen en een zenuw zichtbaar zijn.

Welk cijfer geeft een pees aan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/5 Arm.
Zie figuur B 2445 van de bijlage.

Wat is de naam van deel P in de afbeelding?

- Dit is de/het [invulveld]

En wat is de naam van deel R?

- Dit is de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/5 Arm.
Zie figuur B 2445 van de bijlage.

In de afbeelding is een zenuw Q weergegeven.

Deze zenuw Q is rechtstreeks verbonden met

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

4/5 Arm.
Zie figuur B 2445 van de bijlage.

Bevat de zenuw op plaats Q uitlopers van bewegingszenuwcellen?
En uitlopers van gevoelszenuwcellen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

5/5 Arm.
Zie figuur B 2445 van de bijlage.

Kun je met behulp van de afgebeelde spier 3 de arm actief buigen?
En kun je met behulp van de afgebeelde spier 3 de arm actief strekken?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/2 Kogelstoten.
Zie de figuren B 905 en B 906 van de bijlage.

In de afbeelding B 905 zijn achtereenvolgende stadia van de lichaamshouding van een kogelstoter getekend tijdens het stoten.

Zie figuur B 906 van de bijlage.

In de afbeelding B 906 zijn het skelet en een aantal spieren getekend van de rechterarm waarmee de kogelstoter de kogel wegstoot.

Welke veranderingen treden op in de lengte van de spieren P en Q tussen stadium 7 en stadium 9 uit afbeelding B 905?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 Kogelstoten.

Bij het kogelstoten vindt een aantal opeenvolgende ingewikkelde bewegingen plaats.

Waar vindt de precieze coördinatie (onderlinge afstemming) van de afzonderlijke spierbewegingen plaats: in de bovenarm, in de kleine hersenen of in het ruggenmerg?

Zenuwstelsel

1/2 Een vrije trap.

Een voetballer staat klaar voor het nemen van een vrije trap. Om die vrije trap goed te kunnen nemen, moet hij eerst de positie van de bal, van zijn teamgenoten en van zijn tegenstanders goed bepalen. Dan neemt hij een beslissing waar de bal naar toe moet en schopt de bal weg. De bal komt precies op de bedoelde plaats terecht.
Dit betekent dat het samentrekken en ontspannen van allerlei spieren van deze voetballer op het juiste moment en in de juiste volgorde heeft plaatsgevonden.

Waar in een oog ontstaan de impulsen om de hele situatie op te nemen?

Zenuwstelsel

Skelet.

Bij een hernia kan een uitpuilend gedeelte van een tussenwervelschijf tegen een zenuw drukken. Soms kan een patiënt met een hernia een been moeilijk bewegen of kan een been verlamd raken, ook al komt er voldoende bloed in het been.

Leg uit waardoor, als gevolg van een hernia, een verlamming van een beenspier kan ontstaan.

Zenuwstelsel

Flauwvallen.

Beredeneer waardoor het verlagen van de bloeddruk tot flauwvallen kan leiden.

Zenuwstelsel

Hartritme.

Door verschillende oorzaken kan het hartritme zijn verstoord. Men spreekt dan van een hartritmestoornis. Zo ontstaan soms impulsen op een andere plaats in de hartwand dan in de sinusknoop. Als gevolg hiervan kan het hart dan onregelmatig en sneller gaan kloppen. De tijd tussen de hartslagen is dan te kort om het hart weer goed vol te laten lopen met bloed. Hierdoor pompen de kamers te weinig bloed de slagaders in. Dit kan leiden tot duizeligheid en zelfs bewusteloosheid.

Leg uit waardoor duizeligheid ontstaat als er te weinig bloed in de slagaders wordt gepompt.