Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 - variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

Jankende wolven.

In een dierentuin beginnen de wolven vaak te janken als zij het geluid van een sirene horen. De oppassers in de dierentuin zijn aan dit jankgedrag van de wolven gewend. Voor bezoekers levert het een onverwacht schouwspel op.

Is in de tekst een prikkel voor de wolven genoemd?
En een respons?

Gedrag

Prikkels.

Geluiden, geuren en kleuren kunnen prikkels zijn die bij dieren leiden tot bepaald gedrag.

Welke van deze prikkels kunnen een rol spelen bij het voortplantingsgedrag van dieren?

Gedrag

Duivengedrag.
Zie figuur B 3647 van de bijlage.

In de afbeelding is gedrag van duiven weergegeven. Het mannetje buigt en maakt een koerend geluid. Het vrouwtje reageert hierop.

Hoe noemen we zo'n handeling die als prikkel werkt voor een soortgenoot?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Koekoekengedrag.

Een koekoek legt een ei in het nest van een rietzanger. De rietzanger voert het koekoeksjong vaker dan een eigen jong. Hier is sprake van een supranormale prikkel.

Van welk dier is de supranormale prikkel afkomstig?

Gedrag

In de dierentuin.

Hieronder is een artikel uit een regionaal dagblad weergegeven.

Van onze verslaggever
De heer Jansen is al zeventien jaar oppasser bij de vissen in de dierentuin van Rhenen. Hij heeft al jaren de zorg voor de roofvissen, zoals de piranha's. Toch gaat ook hij wel eens onverstandig met deze dieren om. Aan het eind van een middag pakte mijnheer Jansen een blaadje, dat op het water was gevallen, van het wateroppervlak weg. Een van de piranha's uit het aquarium zag dat en hapte in een fractie van een seconde een klein stukje uit mijnheer Jansens pink.

Is het oppakken van het blaadje voor mijnheer Jansen een prikkel of een respons?
En is het oppakken van het blaadje voor de piranha een prikkel of een respons?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Klutengedrag.
Zie figuur B 3648 van de bijlage.

De foto's van afbeelding geven kluten weer voor en tijdens de paring. Het vrouwtje nodigt het mannetje uit tot paring door plotseling stil te blijven staan in het water en de hals vlak over het water uit te strekken (foto 1).
Het mannetje gaat dan enige tijd zijn veren opstrijken en met de snavel door het water spatten. Daarna volgt de paring zoals op foto 2 is te zien.
Dat het vrouwtje plotseling stil in het water blijft staan, en de hals en kop vlak boven het water strekt (foto 1), vormt een ... voor het gedrag van het mannetje.

Welk van de volgende woorden moet op de plaats van de puntjes worden ingevuld: impuls, prikkel of respons?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Berberapen.

In een tijdschrift staat de volgende tekst:

Tekst:
Berberapen leven in groepen in Noord-Afrika, op 1000 tot 2000 meter hoogte waar het in de winter zeer koud is. Deze zoogdieren eten gras, vruchten en andere planten, maar ook wel insecten en spinnen. Bij berberapen krijgt een vrouwtje meestal één jong per jaar. De baby's zijn in de groep erg belangrijk. Al vrij snel na de geboorte in het voorjaar nemen de volwassen mannetjes de baby's regelmatig van de vrouwtjes over, dragen ze op hun rug en beschermen ze. Een mannetje neemt een baby soms ook mee bij het benaderen van een ander mannetje. Het lijkt erop dat daardoor het andere mannetje minder agressief is.

Twee leerlingen doen naar aanleiding van dit artikel een uitspraak.

Jos zegt dat het gedrag van de mannetjes ten opzichte van de baby's broedzorg kan worden genoemd.
Rob zegt dat uit de tekst af te leiden is dat bij berberapen een rangorde binnen de groep voorkomt.

Wie heeft (hebben) gelijk?

Gedrag

Bange kuikens.
Zie figuur B 3646 van de bijlage.

Bij een proef werd één van de kuikens van een kloek onder een geluiddichte glazen stolp gezet (zie de afbeelding). Het kuiken ging angstig springen en piepen. Hoewel de kloek het kuiken zag, reageerde ze niet.
Bij een tweede proef werd een kuiken in een doos gezet. De kloek kon het kuiken niet zien, maar hoorde wel het gepiep. Nu reageerde de kloek wel.

Is het zien van een angstig springend kuiken een sleutelprikkel voor de kloek?
En is het horen van het gepiep van het kuiken een sleutelprikkel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Vlinders.
Zie figuur B 3638 van de bijlage.

Een mannetjesvlinder heeft een vleugelpatroon zoals in de afbeelding is weergegeven. Om na te gaan of dit patroon een sleutelprikkel is bij voortplantingsgedrag, worden aan vrouwtjesvlinders de afgebeelde modellen aangeboden.

Bij het aanbieden van welk model zullen de minste reacties te verwachten zijn als het patroon een sleutelprikkel is?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Kokmeeuwengedrag.
Zie figuur C 325 van de bijlage.

Wanneer een kokmeeuw vluchtgedrag vertoont, is er een andere houding van het dier te zien dan wanneer de meeuw wil aanvallen. Onderzoekers hebben allerlei houdingen van de kokmeeuw bestudeerd. In de afbeelding zijn voorbeelden van zulke houdingen weergegeven.
Van links naar rechts neemt het aanvalsgedrag toe.
Van boven naar beneden neemt het vluchtgedrag toe.
Houding 1 van de meeuw wordt vergeleken met de andere houdingen.

Welk cijfer geeft een houding aan die een even sterk aanvalsgedrag aangeeft als houding 1, maar een sterker vluchtgedrag?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

De hond uitlaten.

Jan laat zijn hond regelmatig uit. Tijdens de wandeling plast de hond een klein beetje tegen bijna elke lantaarnpaal die ze tegenkomen.

Tot welk type gedrag behoort dit plasgedrag van de hond?

Gedrag

Kattengedrag.
Zie figuur B 3644 van de bijlage.

In de afbeelding is gedrag van een kat weergegeven.

Wat voor gedrag vertoont de kat?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Een panter jaagt.

In een natuurfilm is te zien hoe een panter een groep antilopen besluipt, die aan het grazen zijn. Wanneer de panter op enkele meters afstand van de antilopen is, neemt hij een aanloop om één van de antilopen te bespringen. De antilopen zien de panter op het allerlaatste moment en sprinten weg.

Twee leerlingen doen een uitspraak over de motiverende factoren die het gedrag van deze dieren veroorzaken.

Albert zegt dat honger de motiverende factor is voor het sluipgedrag van de panter.
Ben zegt dat het zien van de panter de motiverende factor is voor het vluchtgedrag van de antilopen.

Wie heeft (hebben) gelijk?

Gedrag

Dreigen.
Zie figuur A 426 van de bijlage.

Professor Tinbergen heeft proeven gedaan waarbij hij het territoriumgedrag van stekelbaarsjes onderzocht. Hij maakte modellen en keek vervolgens of stekelbaarsmannetjes tegen deze modellen dreiggedrag vertoonden of niet.

In de afbeelding is voor de verschillende modellen die bij de proeven werden gebruikt, aangegeven wat de resultaten waren.

Wat is volgens de resultaten van deze proeven de prikkel waarop stekelbaarsmannetjes reageren met dreiggedrag?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Edelhert.
Zie figuur B 3348 van de bijlage.

In de paartijd maken de mannetjes van het edelhert een geweldig geluid: het burlen. Hiermee proberen de mannetjes indruk te maken op elkaar. In het diagram is het verloop van een machtsstrijd tussen twee mannetjes weergegeven.

Is dier P of dier Q het meest dominant? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Doolhof.
Zie figuur B 3343 en figuur B 3344 van de bijlage.

Er wordt een gedragsonderzoekje gedaan met twee groepen ratten. Ze worden dagelijks in een doolhof gezet.
De ratten van groep 1 krijgen aan het eind van het doolhof geen voedselbeloning, die van groep 2 wel. Het doolhof is een pad met steeds twee mogelijkheden om een richting te kiezen. Elke keer als een rat een verkeerde richting kiest, wordt dit als een fout geteld.

Het diagram van figuur B 3344 geeft de resultaten van de tellingen weer.

Wat is de onderzoeksvraag van dit experiment?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag

Gedragsonderzoek.
Zie figuur B 3357 van de bijlage.

Leerlingen gaan onderzoeken aan welke omgeving pissebedden de voorkeur geven: een vochtige of een droge omgeving. De leerlingen hebben de beschikking over een proefopstelling met drie ruimtes die door gangetjes verbonden zijn (zie de afbeelding). Verder kunnen ze als materiaal gebruiken: lampjes, droge en natte filtreerpapiertjes en zwart papier waarmee een deel van de opstelling donker gemaakt kan worden. Er kunnen met het materiaal verschillende combinaties gemaakt worden.
De leerlingen richten ruimte P en ruimte R in en laten pissebedden los in ruimte Q.

Welk materiaal moeten de leerlingen gebruiken voor ruimte P en voor ruimte R om een antwoord te kunnen vinden op hun onderzoeksvraag?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Rangorde in een groep wolven.
Zie figuur C 384 van de bijlage.

In een groep wolven heerst een rangorde. De meest opvallende manier van communiceren binnen deze rangorde is de stand van de staart. Een gedragsonderzoeker onderscheidt daarbij vier verschillende standen die hij T1, T2, T3 en T4 noemt (zie de afbeelding).
T1 wordt alleen gebruikt door de meest dominante wolf. T2 wordt gebruikt ten opzichte van wolven die lager in de rangorde staan, T3 wordt gebruikt ten opzichte van wolven die hoger in de rangorde staan, T4 wordt gebruikt door wolven die onderaan in de rangorde staan ten opzichte van de andere, dominantere wolven.

In een groep wolven in een natuurreservaat in de Verenigde Staten wordt het gedrag van vijf mannetjes bestudeerd: P, Q, R, S en T. Van elke wolf wordt genoteerd welke stand zijn staart inneemt als hij in de buurt van één van de andere mannetjes komt. De resultaten worden weergegeven in de tabel.
afbeeldingafbeelding
Wat is de rangorde van deze vijf wolven? Schrijf de letters P, Q, R, S en T in de juiste volgorde op. Begin bij de meest dominante wolf.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Een wasbeer.
Zie figuur B 3639 van de bijlage.

Een wasbeer die wordt aangevallen, zet zijn haren overeind (zie de afbeelding).

Wat voor type gedrag vertoont die wasbeer dan? dit is [invulveld]gedrag

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Minges, de kater.

Minges de kater ziet een soortgenoot. Hij zet een hoge rug op en begint te blazen. De andere kater vlucht daarop weg.

Wat is de prikkel voor het gedrag van Minges?