Deze oefentoets bevat 36 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
De ontwikkeling van een honingbij. Zie figuur A 348 van de bijlage.
In de afbeelding staan stadia van de ontwikkeling van één en dezelfde honingbij schematisch weergegeven. De ontwikkeling vindt plaats in één en dezelfde cel van de raat. Hieronder staan twee beweringen over het genotype van de verschillende ontwikkelingsstadia van de afgebeelde werkbij in wording:
I. De larve van één dag heeft hetzelfde genotype als de larve van twee dagen. II. De pop heeft hetzelfde genotype als de volwassen werkbij.
afbeelding
Genetica
Een kudde kortpootschapen. Zie figuur B 2002 van de bijlage.
Een kruising van een schaap met lange poten en een schaap met korte poten geeft schapen met lange poten en schapen met korte poten. Men gaat door met kruisen van deze nakomelingen. Zo kan op een bepaalde manier na vele jaren een grote kudde schapen worden verkregen met vrijwel alleen kortpootschapen. Ook de nakomeling en van deze schapen zijn vrijwel alleen kortpootschapen. Dit staat schematisch weergegeven in de afbeelding.
Op welke manier kan na vele jaren een kudde worden verkregen met vrijwel alleen kortpootschapen?
afbeelding
Genetica
Doornen op een roos. Zie figuur A 375 van de bijlage.
Op een onderstam van een roos (1) wordt een knop van een andere roos (2) geënt (zie de afbeelding). De onderstam (roos 1) heeft doornen en genotype RR. Roos 2 heeft genotype rr en geen doornen. De ent groeit voorspoedig uit tot een volledige roos.
Hoe groot is de kans dat een jaar later doornen voor zullen komen op het uitgegroeide deel van de geënte roos?
afbeelding
Genetica
Rups en vlinder.
Het genotype en het fenotype van een rups worden vergeleken met die van de vlinder, die uit de rups ontstaat.
Hebben de rups en de vlinder hetzelfde of een verschillend genotype? En hebben ze hetzelfde of een verschillend fenotype?
Genetica
Geno- en fenotype. Zie figuur B 2204 van de bijlage.
De tekening geeft een aardappelplant weer. Deze plant is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap. Er ontstaan nieuwe individuen uit de zaden. Er ontstaan ook nieuwe individuen uit de knollen.
Hebben de nakomelingen die uit de zaden ontstaan hetzelfde genotype als de ouderplant? Hebben de nakomelingen die uit de knollen ontstaan hetzelfde genotype als de ouderplant?
afbeelding
afbeelding
Genetica
Een gen.
Een spermacel van een man bevat een gen voor bruine oogkleur. Enkele andere cellen van deze man zijn: een hoornvliesje, een iriscel en een ooglenscel.
In welke van deze cellen komt het gen voor bruine oogkleur eveneens voor?
Genetica
Genotype van aardbeien. Zie figuur B 871 van de bijlage.
De afbeelding geeft drie aardbeiplanten weer die via uitlopers met elkaar zijn verbonden. Plant 1 is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap. Eicellen van plant 2 worden bevrucht door stuifmeelkorrels van plant 3.
Welk deel van de nakomelingen van deze bevruchting zal heterozygoot zijn voor de genoemde eigenschap?
afbeelding
Genetica
Een gen.
Bij het gebruik van het woord gen wordt bedoeld
Genetica
Erfelijke eigenschappen.
Alle erfelijke eigenschappen bij mens en dier worden overgedragen door
Genetica
Varkens van verschillende grootte.
Een varken brengt een aantal biggen ter wereld. Deze nakomelingen groeien gezond op. Na twee jaar verschillen zij sterk in grootte.
Waardoor kan dit verschil in grootte worden veroorzaakt?
Genetica
Een veulen.
Op een kinderboerderij is een vrouwelijke pony aanwezig. Deze merrie is drachtig van een veulen. Bij pony's wordt het geslacht op dezelfde manier door chromosomen bepaald als bij mensen. De leiding van de kinderboerderij wil het veulen zelf graag houden als het een merrie is. Een hengst wil men verkopen zodra hij de moeder kan verlaten.
Hoe groot is de kans dat men het veulen een paar maanden na de geboorte wil verkopen?
Genetica
Welke voortplanting?
Van een bepaalde plantensoort komen planten voor met gele bloemen en planten met witte bloemen. Het gen voor gele bloemkleur is dominant over het gen voor witte bloemkleur. De planten kunnen zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten. In een gesloten kas stonden in 1995 alleen planten met gele bloemen. In 1996 staan er zowel planten met gele bloemen als planten met witte bloemen.
Kunnen de planten met gele bloemen in 1996 zijn ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting? En kunnen de planten met witte bloemen in 1996 ontstaan zijn door ongeslachtelijke voortplanting?
Genetica
Genetisch advies inwinnen.
De volgende paren willen graag een kind.
1. Jos en Marije, Marije heeft een miskraam gehad. 2. Henk en Natasja, Henk heeft een oom die lijdt aan de ziekte van Huntington. Deze erfelijke ziekte veroorzaakt onder andere vervroegde dementie. 3. Mark en Anneke. Anneke heeft bloedarmoede en is vaak moe.
Welk paar doet of welke paren doen er verstandig aan een genetisch advies in te winnen?
Genetica
Embryo-onderzoek.
Drie methoden om afwijkingen bij een ongeboren kind op te sporen zijn echoscopie, vlokkentest en vruchtwaterpunctie.
Bij welk(e) van deze methoden worden chromosomen onderzocht?
Genetica
Controlekruisingen.
Bij de fruitvlieg (Drosophila) is de factor voor een grijs lichaam dominant over die voor een zwart lichaam. Een grijze vlieg wordt gekruist met een zwarte (P-generatie). De F1
bestaat uit grijze en uit zwarte individuen. Een grijze vlieg uit de F1
wordt teruggekruist met de grijze vlieg uit de P-generatie.
Hoeveel procent van de nakomelingen uit deze terugkruising zal zwart zijn?
Genetica
Genotypen.
Bij fruitvliegen is het gen voor zwarte lichaamskleur (e) recessief ten opzichte van dat voor bruine lichaamskleur (E). Twee homozygote vliegen worden gekruist (P-generatie). Een aantal individuen uit de F1
-generatie wordt vervolgens gekruist met zwarte vliegen. De ene helft van de nakomelingen van deze laatste kruising is zwart; de andere helft is bruin.
Wat waren de genotypen van de individuen van de P-generatie?
Genetica
Controlekruisingen.
Bij muizen is het gen voor bruine vachtkleur dominant over het gen voor witte vachtkleur. Iemand heeft twee bruine muizen. De ene muis is homozygoot voor de vachtkleur en de andere muis heterozygoot. Door de nakomelingschap van bepaalde kruisingen te onderzoeken, kan worden bepaald welke muis homozygoot is en welke heterozygoot.
Welke van de onderstaande kruisingen komen hiervoor in aanmerking?
Genetica
Controlekruisingen.
Bij tomatenplanten is het gen voor paarse stengel dominant over het gen voor groene stengel. Iemand heeft twee tomatenplanten met paarse stengel. De ene plant is homozygoot voor de stengelkleur en de andere plant is heterozygoot. Door de nakomelingschap van bepaalde kruisingen te onderzoeken, kan worden bepaald welke plant homozygoot is en welke heterozygoot.
Welke van de onderstaande kruisingen komen hiervoor in aanmerking?
Genetica
Een eeneiige tweeling.
Luuk en Rens vormen een eeneiige tweeling. Een eeneiige tweeling is ontstaan uit één bevruchte eicel die na de bevruchting in tweeën is gesplitst.
Welke van de volgende uitspraken over het genotype en het fenotype van Luuk en Rens is of welke zijn juist?
Genetica
Genetica: 8 x juist of onjuist. Zie figuur B 3697 van de bijlage.
Typ juist of onjuist.
1. In een levercel komen genen in paren voor. [invulveld]
2. Een spermacel bevat 23 geslachtschromosomen. [invulveld]
3. Bij misdaadbestrijding maakt men gebruik van recombinant-DNA-technieken. [invulveld]
4. De kinderen van een twee-eiige tweelingen hebben hetzelfde genotype. [invulveld]
5. Bij echoscopie worden chromosomen van een ongeboren kind onderzocht. [invulveld]
6. Gisten die worden gebruikt bij de bereiding van brood zijn ontstaan door recombinant-DNA-technieken. [invulveld]
7. Sinds eeuwen wordt in Maleisië een stier met vijf poten (zie de afbeelding B 3697) als heilig beschouwd. Het is een zeldzaamheid als een stier met vijf poten wordt geboren. De kans op zo'n heilige stier is minder dan 1 procent. Een stier met vijf poten is een mutant. [invulveld]
8. Het ontstaan van de vijfde poot is een gevolg van kanker. [invulveld]
afbeelding
Genetica
Genetica: 8 x juist of onjuist. Zie figuur B 3697 van de bijlage.
Typ juist of onjuist.
1. In spermacellen komen genen in paren voor. [invulveld]
2. Bij misdaadbestrijding maakt men tegenwoordig gebruik van recombinant-DNA-technieken, als sperma, bloed of haren worden aangetroffen op de plaats van het misdrijf. [invulveld]
3. Een levercel bevat geen geslachtschromosomen. [invulveld]
4. De kinderen van een eeneiige tweeling zijn van hetzelfde geslacht. [invulveld]
5. Bij een vlokkentest wordt weefsel uit de placenta weggehaald. [invulveld]
6. Het gebruik van gisten bij de productie van bier en wijn is een voorbeeld van biotechnologie. [invulveld]
7. Sinds eeuwen wordt in Maleisië een stier met vijf poten (zie de afbeelding B 3697) als heilig beschouwd. Het is een zeldzaamheid als een stier met vijf poten wordt geboren. De kans op zo'n heilige stier is minder dan 1 procent. Een stier met vijf poten is een modificant. [invulveld]
8. Het voorkomen van stieren met vijf poten is een gevolg van genetische manipulatie. [invulveld]
afbeelding
Genetica
1/2 Drie- of vierling. Zie figuur B 3699 van de bijlage.
Vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen, doordat bij hen geen ovulatie plaatsvindt, kunnen worden behandeld met hormonen. Hierdoor vindt dan wel ovulatie plaats. Het kan zijn dat er dan niet één, maar meer eicellen tegelijk rijp worden. De geboorte van een drieling of vierling is dan mogelijk. In het schema van afbeelding is het ontstaan van een vierling schematisch weergegeven.
Kind 3 heeft de geslachtschromosomen XX.
Van wie van de ouders zijn de geslachtschromosomen van kind 3 afkomstig?
afbeelding
Genetica
2/2 Drie- of vierling.
Welk geslacht heeft kind 4? Of is dat niet te zeggen?
afbeelding
Genetica
1/2 Een vierling. Zie figuur B 3699 van de bijlage.
Vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen, doordat bij hen geen ovulatie plaatsvindt, kunnen worden behandeld met hormonen. Hierdoor vindt dan wel ovulatie plaats. Het kan zijn dat er dan niet één, maar meer eicellen tegelijk rijp worden. De geboorte van een drieling of vierling is dan mogelijk. In het schema van afbeelding is het ontstaan van een vierling schematisch weergegeven.
Kind 4 heeft de geslachtschromosomen XY.
Van wie van de ouders zijn de geslachtschromosomen van kind 4 afkomstig?
afbeelding
Genetica
2/2 Een vierling.
Welk geslacht heeft kind 2? Of is dat niet te zeggen?
afbeelding
Genetica
Slakken.
In een bepaalde populatie komen ongeveer evenveel slakken met lichtgekleurde huisjes voor als slakken met donkergekleurde huisjes. De kleur van de huisjes is erfelijk bepaald. Door een verandering in de omgeving wordt de ondergrond waarop ze leven donkerder. Vogels eten daardoor slakken met lichte huisjes eerder op dan die met donkere. Na een paar generaties blijken er in die populatie bijna geen slakken met lichte huisjes meer te zijn.
Is er in deze populatie sprake van selectie?
Genetica
Fenotype.
Wat is een fenotype en waardoor wordt het bepaald?
Genetica
Lichtgevende bacteriën.
Bacteriën planten zich ongeslachtelijk voort. Onderzoekers zijn er in geslaagd genen over te plaatsen van vuurvliegen naar het chromosoom van bepaalde bacteriën. Daardoor geven deze bacteriën net als de vuurvliegen licht. In het donker zijn de lichtgevende bacteriën goed te zien.
Zullen de nakomelingen van de lichtgevende bacteriën ook licht kunnen geven? Licht je antwoord toe.
Genetica
Geslacht.
Medische onderzoekers in Londen hebben een manier gevonden voor het vaststellen van het geslacht bij zeer jonge menselijke embryo's. Men heeft bij deze onderzoeksmanier de mogelijkheid X-chromosomen en Y-chromosomen op te sporen. Het opsporen van alleen een X-chromosoom is niet zinvol voor het vaststellen van het geslacht.
Leg uit waarom het opsporen van alleen een Y-chromosoom wel zinvol is en het opsporen van alleen een X-chromosoom niet.
Genetica
De juiste termen.
Vul het juiste woord in op de plaats van de nummers.
Als twee ouders van elkaar verschillen en .....1..... zijn is hun nakomelingschap geheel gelijk en .....2.....; ze hebben dan een .....3..... uiterlijk.
Genetica
Vul in:
De inhoud van een genlocus op een chromosoom heet ...1... De code voor een erfelijke eigenschap heet een ...2... Als een erfelijke eigenschap in de twee chromosomen dezelfde inhoud heeft, heet zo'n eigenschap ...3... De erfelijke informatie voor een bepaalde eigenschap heet het ...4... Als een dierlijk individu voor alle eigenschappen homozygoot is, noemt een fokker het een ...5... individu. Een plantenkweker spreekt dan van een ...6... plant. Twee verschillende allelen in een gen noemt men ...7... Als een allel zwakker overerft dan het andere allel van een gen heet dat een ...8... allel
Genetica
Vul in:
Als twee individuen uit de eerste wet van Mendel met elkaar worden gekruist, ontstaat een nakomelingschap van dominante en recessieve individuen in de verhouding van ....1....
Als een heterozygote partner wordt gekruist met een recessieve ontstaat een nakomelingschap van dominante en recessieve individuen in de verhouding van ....2....
Genetica
Scheve bomen.
In de kuststreek staan rijen scheve bomen, zoals in de afbeelding is weergegeven. Ten gevolge van de overheersende harde westenwinden groeiden de takken aan één kant van de stam minder goed dan aan de andere kant. De kruinen ontwikkelden zich vooral aan de oostzijde. De bomen gaan daardoor helemaal scheef hangen.
Iemand neemt een paar takken mee van een van deze bomen als stekken. Hij poot de stekken in zijn tuin in Limburg.
Groeien uit deze stekken in Limburg scheve bomen? Licht je antwoord toe.
Genetica
Melanine.
Sommige mensen zijn niet in staat om pigment te vormen in hun huid, in hun haren en in de iris van hun ogen. Zo iemand wordt een albino genoemd. Bij mensen is het gen voor albinisme recessief. Een echtpaar krijgt een tweeling. De ene baby heeft een donkere huid. De andere baby is een albino.
Kan deze tweeling ééneiig zijn? En twee-eiig?
Genetica
De kikkererwt.
De bloemen van de kikkererwtenplant zijn wit of paars. Het gen voor de paarse kleur is dominant. Een kweker heeft de beschikking over drie kikkererwtenplanten:
- plant 1: met witte bloemen - plant 2: homozygoot, met paarse bloemen - plant 3: met paarse bloemen en onbekend genotype.
Om te bepalen of plant 3 homozygoot of heterozygoot is, wil hij deze plant kruisen met één van de andere twee planten. Uit de fenotypen van een groot aantal nakomelingen wil hij dan een conclusie trekken over het genotype van plant 3.
Is het genotype van plant 3 te bepalen door zo'n kruising?
Genetica
Onderzoek naar de invloed van het milieu op de erfelijkheid.
Om na te gaan, of het milieu invloed heeft op de erfelijke aanleg, kan men het beste een onderzoek instellen bij