Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Verschillende bladtypen.

Bij planten uit woestijngebieden en planten uit de ondergroei van tropische regenwouden is het volgende geconstateerd:

1. ongeveer 700 huidmondjes per mm2 ;
2. ongeveer 300 huidmondjes per mm2 ;
3. kleine, dikke bladeren;
4. grote, dunne bladeren.

Welke eigenschappen zijn bij woestijnplanten te verwachten?

Plantenanatomie

Planten uit verschillende milieu's.

Bij meerjarige planten uit woestijngebieden en planten uit de ondergroei van tropische regenwouden is het volgende geconstateerd:

1. ongeveer 700 huidmondjes per mm2 ;
2. ongeveer 300 huidmondjes per mm2 ;
3. een in de breedte ontwikkeld wortelstelsel;
4. een in de diepte ontwikkeld wortelstelsel;
5. kleine, dikke bladeren;
6. grote, dunne bladeren.

Welke combinaties zijn het meest waarschijnlijk bij

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Bladstructuur en verwelken.
Zie figuur B 464 van de bijlage.

In de afbeelding zijn doorsneden weergegeven van stukjes blad van twee soorten zaadplanten Q en R.
Bij een experiment over het verwelken van planten worden een plant van soort Q en een plant van soort R gedurende een dag in dezelfde zeer droge en warme lucht gezet. Voor deze beide planten is dezelfde beperkte hoeveelheid water beschikbaar.
Over het wel of niet verwelken van de bladeren van de soorten Q en R bij dit experiment, worden de volgende beweringen gedaan:

1. De bladeren van soort Q en soort R zullen ongeveer gelijktijdig verwelken.
2. De bladeren van soort Q zullen veel eerder verwelken dan die van soort R.
3. De bladeren van soort R zullen veel eerder verwelken dan die van soort Q.
4. De bladeren van soort Q en soort R zullen niet verwelken.

Welke bewering is juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Beukenblad.

Een vers beukenblad wordt in warm water gedompeld. Aan de onderzijde verschijnt een groot aantal gasbelletjes, aan de bovenzijde relatief weinig.

Waardoor wordt dit verschil vooral veroorzaakt?

Plantenanatomie

Aanwezigheid van huidmondjes.

Bij kruidachtige zaadplanten, die op het land groeien, komen huidmondjes voor in de opperhuid van

Plantenanatomie

Bladstructuur en milieu.
Zie figuur B 544 van de bijlage.

De bouw van bladeren van planten is vaak aangepast aan het milieu. In de tekening staan twee dwarse doorsneden van bladeren van planten (P en Q). De huidmondjes zijn aangegeven met de letter h.

Is plant P aangepast aan vochtige of aan droge omstandigheden?
En plant Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Helmgras.

Helm is een grassoort, die zich aan het droger worden van zijn milieu aanpast door de bladeren naar binnen te krullen. Men vergelijkt de binnenkant van een blad met de buitenkant voor wat betreft de hoeveelheid huidmondjes per cm2 .

Welk verschil zal men tussen binnenkant en buitenkant aantreffen?

Plantenfysiologie

Werking huidmondje.

Wanneer een plant belicht wordt, zullen gewoonlijk de huidmondjes open gaan.

Neemt als gevolg van de belichting de osmotische waarde van het vacuolevocht in de sluitcellen toe of af?
Worden de vacuolen, als gevolg van de verandering van de osmotische waarde, groter of kleiner?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Huidmondje.

In een zaadplant vinden onder andere de volgende processen plaats:

1. dissimilatie van glucose,
2. koolstofassimilatie,
3. transport van stoffen.

Welke processen kunnen plaatsvinden in een sluitcel van een huidmondje van zo'n plant?

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Bij het openen van een huidmondje van een plant worden de sluitcellen groter. Hierbij zijn onder andere de volgende processen betrokken:

1. de celwanden van de sluitcellen worden uitgerekt,
2. de sluitcellen nemen water op,
3. de concentratie van opgeloste stoffen in de sluitcellen neemt toe.

In welke volgorde vinden deze processen plaats?

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Welke van de hieronder genoemde veranderingen kan de oorzaak zijn, dat de huidmondjes van een blad zich openen?

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Als het donker wordt, sluiten huidmondjes zich door de werking van sluitcellen.

Wordt tijdens het sluiten water door de sluitcellen opgenomen of afgegeven?
Is deze waterverplaatsing het gevolg van een verhoging of van een verlaging van de concentratie opgeloste stoffen in de sluitcellen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Eigenschappen van plant.

Bij een bepaalde plantensoort komen kleine wortelstelsels voor en huidmondjes aan de bovenkant van de bladeren.

Bij wat voor planten kun je dit verwachten?

Plantenfysiologie

Plantenhormoon.
Zie figuur B 1345 van de bijlage.

In de afbeelding zijn tekeningen te zien van twee takjes van dezelfde hulstplant. Deze takjes zijn afgesneden en op verschillende wijzen behandeld.
Takje 1 heeft in gedestilleerd water gestaan. Takje 2 in een oplossing van 0,05 gram auxine per liter.
Auxine is een plantenhormoon: een stof die de groei reguleert.
Naar aanleiding van de resultaten worden vier beweringen gedaan:

1. Onder invloed van auxine vindt er meer mitose plaats,
2. Onder invloed van auxine vindt er meer meiose plaats,
3. Onder invloed van auxine verandert het genotype.

Welke van deze beweringen is of zijn juist op grond van de resultaten van dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Effect industriële revolutie.

Sinds de industriële revolutie van de vorige eeuw is het aantal motoren dat werkt op fossiele brandstof sterk toegenomen. Door bladeren uit verzamelingen gedroogde planten van vóór die revolutie te vergelijken met bladeren van nu heeft men een effect van de industriële revolutie
op de atmosfeer kunnen bepalen. Bij de wintereik bleek zowel het aantal huidmondjes per cm2 blad als de grootte van de huidmondjes na de industriële revolutie te zijn afgenomen.

Leg uit waardoor een wintereik van tegenwoordig met minder huidmondjes kan volstaan dan een wintereik van vóór de industriële revolutie.

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Sluitcellen.
Zie figuur B 3056 van de bijlage.

In de afbeelding is de vorm weergegeven die de sluitcellen van de huidmondjes van een blad van een plant overdag hebben op twee tijdstippen P en Q.

Verschilt de turgor van de sluitcellen op de tijdstippen P en Q?
Zo ja, is op tijdstip P de turgor kleiner of groter dan op tijdstip Q?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Sluitcellen.
Zie figuur B 3056 van de bijlage.

De vormverandering van de sluitcellen tussen tijdstip P en tijdstip Q is een gevolg van een verandering van de milieuomstandigheden van de plant.
Drie factoren die een rol kunnen spelen bij de waterhuishouding van de plant zijn:

1. de relatieve luchtvochtigheid,
2. de temperatuur,
3. de worteldruk.

Wijziging van welke van deze factoren kan verantwoordelijk zijn voor deze vormverandering van de sluitcellen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Sluitcellen.

Kunnen huidmondjes behalve in bladeren ook voorkomen in stengels?
En in ondergrondse wortels?

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Waardoor gaan huidmondjes dicht?