Oefentoets Biologie: Ecologie - algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 |

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

3/3 Slangenplaag op Guam.

Op het eiland Guam is het biologisch evenwicht danig verstoord. Biologisch evenwicht wil zeggen dat het aantal individuen van elke populatie ongeveer hetzelfde blijft in vergelijkbare seizoenen.

Door welke ingreep kan de mens ervoor zorgen dat het biologisch evenwicht op het eiland Guam weer wordt hersteld?

Ecologie

1/8 De Europese maïsboorder.
Zie de figuren B 3398 en B 3399 van de bijlage.

De Europese maïsboorder (zie de afbeelding B 3399) is een insect dat schadelijk is voor de maïsplant. De rupsen (B 3398) voeden zich met weefsel van de maïsplant en daarvoor boort de Europese maïsboorder gangen door bladeren en stengels.

Hoe heten de ademhalingsorganen van maïsboorders? De [invulveld]

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ecologie

2/8 De Europese maïsboorder.

Door gangen te boren in de stengel van een maïsplant verstoren de rupsen het vervoer van water, mineralen en suikers.

Verstoort de Europese maïsboorder het vervoer in de bastvaten?
En in de houtvaten?

Ecologie

3/8 De Europese maïsboorder.

Rijpe maïskorrels bevatten gemiddeld 17% koolhydraten, 3% eiwitten en 1% vetten.

Zijn mineralen grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels?
En zijn suikers grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels?

Ecologie

4/8 De Europese maïsboorder.
Zie figuur B 3403 van de bijlage.

De maïsboorder veroorzaakt vooral schade in de Verenigde Staten. Jaarlijks wordt daar geteld hoeveel rupsen er voorkomen. In de afbeelding zijn de resultaten van zulke tellingen gedurende een aantal jaren in de staat Wisconsin weergegeven.

In welk jaar is de schade aan de maïsproductie door de maïsboorders hoogstwaarschijnlijk het kleinst geweest?
Leg uit waardoor de schade dan het kleinst is.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

5/8 De Europese maïsboorder.
Zie figuur B 3403 van de bijlage.

In de afbeelding is te zien dat in sommige jaren het aantal rupsen sterk gedaald was ten opzichte van het jaar
daarvoor.

In welk jaar was deze daling het sterkst? In [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ecologie

6/8 De Europese maïsboorder.
Zie figuur B 3403 van de bijlage.

In de afbeelding is te zien dat in sommige jaren het aantal rupsen sterk gedaald was ten opzichte van het jaar daarvoor.

Noem een biotische factor die oorzaak kan zijn van zo'n sterke daling.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

7/8 De Europese maïsboorder.

Het is onderzoekers in de Verenigde Staten door genetische modificatie gelukt om een nieuw maïsras te ontwikkelen: Bt-maïs. Ze hebben daarvoor van een bacterie een deel overgebracht in een cel van een maïsplant.
Cellen van deze Bt-maïsplanten maken daardoor een gifstof die maïsboorders doodt. Maïstelers hoeven dan minder insectenbestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Welk deel van de bacterie is overgebracht?

Ecologie

8/8 De Europese maïsboorder.

Een maïsteler overweegt Bt-maïs te verbouwen. In een tijdschrift leest hij echter dat er maïsboorders bestaan die resistent zijn tegen de gifstof van Bt-maïs. De resistentie wordt veroorzaakt door een recessief gen.

Welk genotype hebben resistente maïsboorders?

Ecologie

1/4 Nonnetjes.
Zie figuur B 1570 van de bijlage.

Nonnetjes (zie de afbeelding) zijn vlinders die voorkomen in de Nederlandse naaldbossen. Deze larven van deze vlinders eten uitsluitend de naalden van de bomen. Soms is de vraat zó groot dat de bomen kaal worden.
Om de larven te doden kan men vergif spuiten. Men kan ook bepaalde sluipwespen in zo'n bos verspreiden.
Deze sluipwespen zijn insecten die hun eieren in de larven van nonnetjes leggen. De sluipwespenlarven die uit deze eieren komen, eten de larven de nonnetjes van binnenuit op.

Welke van de in de tekst genoemde soorten organismen behoren tot de consumenten?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Nonnetjes.

Door de larven van de nonnetjes verliezen de bomen naalden. Van een aantal bomen werd de zuurstofproductie vóór en ná het verlies van naalden bepaald.

Wat zal het gevolg zijn van het verlies van de naalden voor de productie van zuurstof?

Ecologie

3/4 Nonnetjes.

Het gebruik van een bestrijdingsmiddel tegen nonnetjes kan milieuverontreiniging veroorzaken, zoals bodem- en waterverontreiniging. Voor dieren zijn er nog meer nadelen van het gebruik van dit bestrijdingsmiddel.

Noem zo'n nadeel.

Ecologie

4/4 Nonnetjes.

Neemt een larve van een nonnetje koolhydraten op uit de naalden van een boom?
En zouten?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/5 Sluipwespen.
Zie figuur B 2248 van de bijlage.

Tomatenkwekers gebruiken vrouwelijke sluipwespen bij de bestrijding van schadelijke witte vliegen die leven van de tomatenplanten in hun kassen. De sluipwespen leggen eitjes in de larven van de witte vlieg. Uit de eitjes komen larven van de sluipwespen. Deze sluipwespenlarven eten de larven van de witte vlieg.
Alleen vrouwelijke sluipwespen zijn gevaarlijk voor de larven van de witte vlieg, mannetjes niet. Daarom heeft een kweker voldoende aan vrouwtjes voor het bestrijden van witte vliegen.

Waardoor kunnen vrouwelijke sluipwespen de larven van de witte vlieg wèl bestrijden en mannelijke sluipwespen niet?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/5 Sluipwespen.

Sluipwespen vliegen rond op zoek naar larven van de witte vlieg. Deze vluchten kosten energie. Die energie wordt geleverd door verbranding in de vliegspieren.

Ontstaat bij die verbranding in de vliegspieren warmte?
En welk product of welke producten ontstaan bij die verbranding?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/5 Sluipwespen.

Bij het vliegen verbruiken de spieren van de sluipwespen zuurstof.

Wat is de naam van de organen waardoor de zuurstof het lichaam van de sluipwespen binnenkomt?

Deze heten [invulveld]

Ecologie

4/5 Sluipwespen.

De vrouwelijke sluipwespen die de tomatenkwekers gebruiken, worden door leveranciers van biologische bestrijdingsmiddelen gekweekt. Deze vrouwelijke sluipwespen paren niet om zich voort te planten. Bij deze sluipwespen bepaalt het aantal chromosomen het geslacht. Bij de vorming van eicellen van deze vrouwtjes vindt niet zoals normaal meiose plaats. Daardoor bevatten de eicellen evenveel chromosomen als de lichaamscellen. In de eicellen komen de chromosomen ook allemaal in paren voor. Uit de eicellen ontstaan eieren waaruit zich sluipwespen kunnen ontwikkelen.

Over sluipwespen doen 2 leerlingen de volgende beweringen:

Leerling 1 zegt: "De vrouwtjes van alle soorten sluipwespen in de natuur hebben hetzelfde genotype."
Leerling 2 zegt: "De gekweekte vrouwelijke sluipwespen krijgen bij de beschreven manier van kweken alleen vrouwelijke nakomelingen."

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Ecologie

5/5 Sluipwespen.

Biologische bestrijding van een plaag van witte vliegen is duurder dan chemische bestrijding. Dat is een nadeel. Biologische bestrijding van witte vlieg door middel van sluipwespen veroorzaakt geen milieuvervuiling. Dat is een voordeel.

Noem nog één voordeel van de biologische bestrijding van een witte vliegenplaag in vergelijking met de bestrijding met chemische bestrijdingsmiddelen.

Ecologie

1/3 Spintmijten.
Zie figuur B 6808 van de bijlage.

In een tijdschrift over landbouw en milieu stond de volgende tekst:

Spintmijten zijn de schrik van tuinders die komkommers kweken. Sinds een jaar of tien kunnen de schadelijke spintmijten met succes worden bestreden met roofmijten. Als er veel spintmijten op de planten zitten, worden de roofmijten in de kas losgelaten. De roofmijten zoeken de spintmijten op, prikken er gaatjes in en zuigen ze leeg.
Zo zorgen ze ervoor dat de kas vrijwel spintmijtvrij wordt. Roofmijten zelf zijn niet schadelijk voor de komkommers.

Is een roofmijt een consument, een producent of een reducent?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Spintmijten.
Zie figuur B 1580 van de bijlage.

Het aantal spint- en roofmijten in een kas is gedurende een aantal weken bepaald. Het resultaat staat in het diagram van de afbeelding weergegeven.

Na hoeveel weken heeft men roofmijten losgelaten in de onderzochte kas?

afbeeldingafbeelding