Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 10 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

10

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Lintwormen.

Lintwormen zijn parasieten die bij dieren in het spijsverteringskanaal kunnen leven. Zij beschikken zelf niet over een spijsverteringskanaal.

In welk deel in het spijsverteringskanaal van de mens is voor een volwassen lintworm de kans het grootst om aan geschikt voedsel te komen?

Spijsvertering

Darmvlokken.

De darmvlokken zorgen er voor

Spijsvertering

Maagsap in de dunne darm.

Maagsap bevat veel zoutzuur waardoor de maaginhoud sterk zuur is.
De maaginhoud komt vanuit de maag in de dunne darm terecht. De inhoud van de dunne darm is vrijwel neutraal.

Waardoor vooral is de inhoud van de dunne darm niet zuur?

Spijsvertering

Resorptie.

Over resorptie in het spijsverteringsstelsel kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:

1. resorptie van aminozuren vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
2. resorptie van koolhydraten vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
3. resorptie van water vindt alleen plaats vanuit de dunne darm.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Spijsvertering

Spijsverteringsstelsel.

Over opname in het spijsverteringsstelsel kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:

1. opname van aminozuren vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
2. opname van koolhydraten vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
3. opname van water vindt alleen plaats vanuit de dunne darm.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Spijsvertering

Opname van stoffen in dunne darm.

Welke van onderstaande stoffen worden bij de mens gewoonlijk zonder vertering door de wand van de dunne darm in het bloed opgenomen?

1. aminozuren;
2. eiwitten;
3. glucose;
4. keukenzout;
5. zetmeel.

Spijsvertering

Opname van stoffen in het spijsverteringskanaal.

In bepaalde delen van het spijsverteringskanaal van de mens worden stoffen opgenomen in het bloed.

Waar vindt voornamelijk de opname van aminozuren plaats?

Spijsvertering

Wandoppervlak per lengte-eenheid in darmkanaal.

In welk deel van het darmkanaal van de mens is sprake van het grootste wandoppervlak per lengte-eenheid?

Spijsvertering

Darmvlokken.

De darmvlokken

Spijsvertering

Grote schoonmaak.

Aminozuren van het verteerde voedsel worden opgenomen in het bloed. Hieronder staan drie beweringen:

1. De opname van aminozuren in het bloed vindt plaats vanuit een zuur milieu.
2. De opname van aminozuren in het bloed vindt plaats via de darmvlokken.
3. De opname van aminozuren in het bloed vindt plaats door actief transport.

Welke van de onderstaande beweringen met betrekking tot de opname van aminozuren zijn juist?