Kaartoefening Aardrijkskunde: Grote Bosatlas editie 55 - kaart 270B - Wereld globalisering | VO

Deze oefening bevat 8 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. Ook als oefentoets in te plannen vanuit Wikiwijs. Bedoeld om leerlingen gericht te laten oefenen en hun atlasvaardigheden te toetsen, bij een specifiek onderwerp.

Aantal vragen

8

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

Wat is de gemiddelde jaarlijkse groei van het bnp per hoofd van de bevolking in de periode 1965 - 1980 in procenten in het Verenigd Koninkrijk?

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

Wat is de gemiddelde jaarlijkse groei van het bnp per hoofd van de bevolking in de periode 1965 - 1980 in procenten in het Taiwan?

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

In welke van de volgende landen is de gemiddelde jaarlijkse groei van het bnp per hoofd van de bevolking in de periode 1965 - 1980 minder dan 1.4 procent?

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

In welke van de volgende landen is de gemiddelde jaarlijkse groei van het bnp per hoofd van de bevolking in de periode 1965 - 1980 2.8 tot 4.2 procent?

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

Zet de volgende landen op volgorde van de gemiddelde jaarlijkse groei van het bnp per hoofd van de bevolking in de periode 1965 - 1980 in procenten. Begin bij het laagste percentage.

  1. Iran

  2. Denemarken

  3. Noorwegen

  4. Nigeria

  5. Zuid-Korea

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

Zet de volgende landen op volgorde van het aandeel in de wereldhandel. Begin met het laagste aandeel.

  1. Koeweit

  2. Australië

  3. Italië

  4. Frankrijk

  5. Verenigde Staten

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

Selecteer de landen waarvan het aandeel in de wereldhandel sinds 1960 is toegenomen tot meer dan 1%.

Atlasvragen Grote Bosatlas 55e druk | kaart 270B

Geef aan welke van de volgende stellingen juist zijn:

I. In Iran is de gemiddelde jaarlijkse groei van het bnp per hoofd van de bevolking in de periode 1965 - 1980 in procenten hoger dan in Singapore.

II. In Zweden is de gemiddelde jaarlijkse groei van het bnp per hoofd van de bevolking in de periode 1965 - 1980 in procenten even hoog als in Nederland.