Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Stengeldoorsneden.
Zie de figuren B 1515 en B 1516 van de bijlage

In de afbeelding zijn een deel van een dwarsdoorsnede van de stengel van plant E en een deel van een dwarsdoorsnede van de stengel van plant F weergegeven.

In afbeelding B 1516 is een deel van een lengtedoorsnede van een stengel van plant G weergegeven. In deze doorsnede zijn de weefseltypen P, Q, R en S te onderscheiden.

Welk van de weefseltypen van de afbeelding B 1516 komt wel voor in de stengeldoorsnede van plant E, maar niet in de stengeldoorsnede van plant F?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Deel van boomtak.
Zie figuur A 233 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een deel van een tak weergegeven. Vier plaatsen zijn aangegeven met de cijfers 1, 2, 3 en 4.

Op welke van de plaatsen 1, 2 en 3 bevinden zich bladgroenkorrels?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Lengtedoorsnede stengel.
Zie figuur B 286 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van een deel van de stengel van een zaadplant.

Welk cijfer verwijst naar het cambium?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Een houtige plant.
Zie figuur B 1332 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een deel van een dwarsdoorsnede van een takje van een houtige plant weer. Twee delen zijn met cijfers aangegeven.

Is het deel op plaats 1 eerder of later gevormd dan dat op plaats 2 of is dat niet te bepalen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Een houtige plant.

Veranderingen in het milieu die invloed hebben op de opname van water door de houtige plant, zijn:

1. verhoging van de bodemtemperatuur van 5°C tot 15°C,
2. afname van de wind tot windstilte,
3. verlaging van de zuurstofconcentratie in de bodem.

Welke van deze veranderingen in het milieu doet of welke doen de opname van water door de houtige plant toenemen?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Een uitlopende eindknop.
Zie figuur A 336 van de bijlage.

De tekeningen in de afbeelding geven verschillende doorsneden van een uitlopende eindknop van een zaadplant weer. Tekening 1 is een lengtedoorsnede, tekening 2 is een dwarsdoorsnede ter hoogte van P en tekening 3 is een dwarsdoorsnede ter hoogte van Q. Enkele processen die bij de ontwikkeling van een jonge stengel optreden zijn: celdeling, celstrekking en specialisatie van de cellen.

Welke van deze processen zijn in deze eindknop opgetreden tijdens de ontwikkeling van het weefsel ter hoogte van Q uit weefsel zoals dat in tekening 2 is weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Een uitlopende eindknop.
Zie figuur A 336 van de bijlage.

Wordt met pijl R bast, cambium of hout aangeduid?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Plantenanatomie.
Zie figuur B 1418 van de bijlage.

Tekening 1 in de afbeelding geeft schematisch een dwarsdoorsnede van een stengel van een plant met bladgroen weer. Tekening 2 in de afbeelding geeft een dwarsdoorsnede van een deel van deze stengel weer. Tekening 3 in de afbeelding geeft een lengtedoorsnede van een deel van deze stengel weer.
In tekening 1 wordt het cambium met E aangegeven.

Bevinden zich de laatst gevormde houtvaten bij F, G of H?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Plantenanatomie.
Zie figuur B 1418 van de bijlage.

Is tekening 3 gemaakt van een lengtedoorsnede van het deel dat in tekening 2 met P, Q of R is aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Plantenanatomie.
Zie figuur B 1418 van de bijlage.

Enkele stoffen die in plantaardige weefsels kunnen voorkomen zijn: eiwitten, cellulose en pectine.

Welke van deze stoffen kunnen in een levende stengel voorkomen binnen het omcirkelde gedeelte S in tekening 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Plantenanatomie.
Zie figuur C 173 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een deel van de weefsels in een tak van een struik voor.

Wordt het cambium aangegeven met cijfer 1, 2 of 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Plantenanatomie.
Zie figuur C 173 van de bijlage.

Welke van de zijden P, Q of R ligt het dichtst bij het centrum van de tak?

afbeeldingafbeelding