Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - reflexen 3 | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 13 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

13

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

2/2 De kniepeesreflex.

Door de tik onder de knieschijf worden ook tastzintuigen in de huid geprikkeld. Impulsen uit deze zintuigen worden naar de hersenen geleid, waardoor de tik bewust gevoeld wordt.

In welk deel van de hersenen vindt deze bewustwording plaats?

Zenuwstelsel

1/2 De omkeerreflex.
Zie figuur C 377 van de bijlage.

Katten die van grote hoogte vallen, kunnen op hun pootjes terechtkomen door de omkeerreflex (zie de afbeelding). Het evenwichtsorgaan speelt bij deze reflex een belangrijke rol. Tijdens de val worden vanuit het evenwichtsorgaan impulsen via het centraal zenuwstelsel naar de spieren geleid die het lichaam omkeren.

Vier delen van het zenuwstelsel zijn:

- 1. bewegingszenuwcellen
- 2. gevoelszenuwcellen
- 3. grote hersenen
- 4. ruggenmerg

Door welke drie van deze delen worden de impulsen geleid die de omkeerreflex veroorzaken?
En in welke volgorde? Gebruik de cijfers. [invulveld] ® [invulveld] ® [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 De omkeerreflex.
Zie figuur B 4443 van de bijlage.

In de afbeelding is een schematische doorsnede van een kattenoor weergegeven. Enkele gebieden zijn met een letter aangegeven.

Welke letter geeft het gebied aan waarin zich het evenwichtsorgaan bevindt?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/2 Reflex.
Zie figuur B 2092 van de bijlage.

De striptekening in de afbeelding geeft het testen van een reflex met een hamer, op een spottende manier weer.

Wat is de naam van de geteste reflex die in de afbeelding is weergegeven? De [invulveld] reflex

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 Reflex.
Zie figuur B 2092 van de bijlage.

Via welk deel van het centrale zenuwstelsel lopen de impulsen die de beweging bij de geteste reflex veroorzaken?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/2 Reflexen bij baby's.
Zie figuur B 4340 van de bijlage.

Bij baby's komen verschillende reflexen voor. Wanneer de voetzool van een baby wordt aangeraakt, kromt hij de teentjes. Dit noemt men de Babinski-reflex.
Als een baby aan de zijkant van de mond wordt aangeraakt, treedt de zoekreflex op. Door deze reflex draait de baby het hoofdje en gaat op zoek naar iets om op te zuigen.
De zuigreflex treedt op als er iets in zijn mond terechtkomt, bijvoorbeeld de tepel (zie de afbeelding).

Bij de zoekreflex ontstaan impulsen door het aanraken van de mond.

Gaan deze impulsen via bewegingszenuwcellen naar het centrale zenuwstelsel?
En gaan deze impulsen via gevoelszenuwcellen naar het centrale zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/3 Hoestreflex.
Zie figuur B 4612 van de bijlage.

Een klein aantal mensen hoest als het trommelvlies aangeraakt wordt.
Deze mensen hebben dan een hoestreflex.
In het oor bevindt zich een zenuw.
Deze zenuw gaat naar de hersenstam.
In de afbeelding is een overzicht gegeven van delen van het hoofd.
Prikkels van de hoestreflex verlopen via de hersenstam.

Welke letter in de afbeelding geeft de hersenstam aan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/3 Hoestreflex.
Zie figuur B 4613 van de bijlage.

Bij aanraking van het trommelvlies treedt de hoestreflex op.

Welke letter in de afbeelding geeft het trommelvlies aan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/3 Hoestreflex.
Zie figuur B 4614 van de bijlage.

Iemand met hoestreflex heeft een grote kans op het krijgen van astma.
In de afbeelding is een overzicht gegeven van enkele delen in de borstholte.
Astma is een aandoening van de luchtwegen.
Deel P uit de afbeelding kan bij een astma-aanval vernauwd raken.

Wat is de naam van deel P?

Dit deel heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/3 Blozen.
Zie figuur B 4622 van de bijlage.

Blozen ontstaat doordat bloedvaatjes in het gezicht zich verwijden. Er stroomt daardoor meer bloed door deze bloedvaatjes. De huid krijgt dan een rode kleur.
Meestal is blozen een reactie op een emotie, zoals angst of verlegenheid. Voor sommigen is blozen erg vervelend. Er bestaat een operatie om van het blozen af te komen. Tijdens deze operatie wordt een zenuw doorgesneden die naar de bloedvaten in het gezicht gaat. Hierdoor kunnen die bloedvaten zich niet meer verwijden.

In de afbeelding is een deel van een doorgesneden zenuwcel aangegeven met de letter P.

Wat is de naam van dit deel van de zenuwcel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/3 Blozen.

Normaal word je alleen rood bij intensieve bezigheden zoals sporten.

Waarvoor verwijden de bloedvaten in de huid tijdens intensief sporten?

Zenuwstelsel

3/3 Blozen.

Jan en Pieter blozen allebei als ze zenuwachtig zijn.
Ze doen hier beiden een uitspraak over.
Jan zegt: "Blozen is een voorbeeld van een levenskenmerk, want je reageert op een prikkel."
Pieter zegt: "De snelle ademhaling bij zenuwachtigheid is een levenskenmerk."

Is de uitspraak van Jan juist?
En is de uitspraak van Pieter juist?