Genotype en zaadkleur van erwten
Een erwtenplant.
Zie figuur B 1491 van de bijlage.
Uit een gele erwt met een doorzichtige zaadhuid wordt een erwtenplant opgekweekt. Na zelfbestuiving ontstaan in de peulen van deze plant gele en groene erwten (zie afbeelding). De zaadkleur wordt bij deze erwten bepaald door het genotype van het embryo. Over de erwten in de peulen van deze plant worden de volgende vier beweringen gedaan:
1. De erwten zijn haploïd; elke gele erwt heeft één allel voor gele zaadkleur in het genotype van het embryo en elke groene erwt één allel voor groene zaadkleur.
2. De erwten zijn diploïd; elke gele erwt heeft altijd twee allelen voor gele zaadkleur in het genotype van het embryo en elke groene erwt twee allelen voor groene zaadkleur.
3. De erwten zijn diploïd; een gele erwt heeft òf twee allelen voor gele zaadkleur in het genotype van het embryo òf één allel voor gele en één allel voor groene zaadkleur. Elke groene erwt heeft twee allelen voor groene zaadkleur in het genotype van het embryo.
4. De erwten zijn diploïd; elke gele erwt heeft twee allelen voor gele zaadkleur in het genotype van het embryo.
Een groene erwt heeft òf twee allelen voor groene zaadkleur in het genotype van het embryo, òf één allel voor groene zaadkleur en één allel voor gele zaadkleur.
Welke bewering is juist?
afbeelding