Oefentoets Biologie: Uitscheiding - nier_functie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

Vorming van urine.

In welk orgaan of in welke organen wordt bij de mens urine gevormd?

Uitscheiding

1/5 De nieren.
Zie figuur A 18 van de bijlage.

In een nier wordt bloed gezuiverd. Afvalstoffen zoals ureum komen dan in de urine terecht.
In de afbeelding zijn organen van een mens schematisch weergegeven. Van een nier is een doorsnede vergroot weergegeven.

Bevindt zich bloed in een nier in het gedeelte aangeduid met 1 (zie de afbeelding)?
En in het gedeelte aangeduid met 2?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/5 De nieren.

Heeft meer zweten invloed op de hoeveelheid urine die je produceert?
Zo ja, wordt de hoeveelheid urine daardoor minder of meer?

Uitscheiding

3/5 De nieren.

In welk van volgende bloedvaten bevat het bloed de minste ureum per ml?

Uitscheiding

4/5 De nieren.
Zie figuur B 2550 van de bijlage.

In de afbeelding is een schema van een nier weergegeven. In een nier wordt bloed gezuiverd door zogenaamde nierfilters. Deze nierfilters 'filtreren' het bloed dat via de bloedvaten in de nier komt. De vloeistof die door de wand van de nierfilters gaat, noemt men voorurine. Uit het bloedserum komen veel stoffen in de voorurine terecht. Eiwitten gaan echter niet door de wand van de filters.
Veel van de opgeloste stoffen en het meeste water uit de voorurine gaan weer in het bloed terug. De vloeistof die overblijft, wordt uitgeplast.
Per dag ontstaat er 150 liter voorurine in de nieren. Daarvan gaat 148 liter weer terug naar het bloed.

In de tekst wordt de vorming van voorurine beschreven.

Bevat voorurine de afvalstof ureum?
En bevat voorurine zouten?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

5/5 De nieren.

Hoeveel urine wordt er gemiddeld per dag door een mens uitgeplast? Leg je antwoord uit met behulp van een berekening aan de hand van de gegevens in de tekst bij de vorige vraag.

Uitscheiding

1/3 Nieren.

De nieren hebben een belangrijke taak in het lichaam.

Welke taak hebben de nieren?

Uitscheiding

2/3 Nieren.
Zie figuur A 832 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch enkele organen getekend.

Welk cijfer geeft een nier aan?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

3/3 Nieren.

In het lichaam is de nier verbonden met de blaas.

Hoe wordt de nier verbonden met de blaas?

Uitscheiding

2/3 Nieren en nadorst.
Zie figuur B 3288 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch de romp van een man weergegeven. Vier gebieden in de romp zijn met letters aangegeven.

Welke letter geeft het gebied in de romp aan waarin de nieren zich bevinden?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

3/3 Nieren en nadorst.

De hoeveelheid water die de nieren uitscheiden, wordt geregeld door een hormoon.
Als er veel van dit hormoon in het bloed aanwezig is, wordt er weinig water uitgescheiden (zie het onderstaande schema).

afbeeldingafbeelding

Alcohol heeft invloed op de productie van dit hormoon.
Na het drinken van veel alcohol is er vaak een tekort aan water in het lichaam. Dit wordt ook wel nadorst genoemd.

Neemt door alcohol de productie van dit hormoon toe of af? Leg je antwoord uit.

Uitscheiding

1/6 De nieren.

In een brochure van de Nierstichting worden drie functies van de nieren genoemd:

- het verwijderen van afvalstoffen
- het constant houden van de hoeveelheid vocht in het lichaam
- het produceren van hormonen

Eén van de afvalstoffen die de nieren uitscheiden, is ureum. Deze stof ontstaat in het lichaam bij het afbreken van overtollige eiwitten.

In welk orgaan ontstaat ureum?

Uitscheiding

2/6 De nieren.
Zie figuur A 786 van de bijlage.

In de afbeelding zijn onder andere de nieren en enkele bloedvaten weergegeven. De pijlen geven de richting aan waarin het bloed stroomt.

Hoe heet het bloedvat dat is aangegeven met de letter P?

de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

3/6 De nieren.
Zie figuur A 786 van de bijlage.

Bevat bloedvat Q meer of minder ureum dan bloedvat P? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

4/6 De nieren.

De nieren houden de hoeveelheid vocht in het lichaam constant door meer of minder water uit te scheiden, afhankelijk van de omstandigheden.

Gaan de nieren meer of minder water uitscheiden als iemand het warm heeft? Leg je antwoord uit.

Uitscheiding

5/6 De nieren.

Donker of rood gekleurde urine kan het gevolg zijn van niet goed werkende nieren. Er kunnen echter ook andere oorzaken zijn. Zo kan donker gekleurde urine het gevolg zijn van te weinig drinken.

Leg uit waardoor urine donkerder wordt als iemand te weinig drinkt.

Uitscheiding

6/6 De nieren.
Zie figuur A 787 van de bijlage.

Een rode kleur van de urine kan ook het gevolg zijn van het eten van rode bietjes. De rode kleurstof uit de bietjes is dan vanuit de dunne darm in het bloed opgenomen en later door de nieren uitgescheiden.
In de afbeelding is schematisch de bloedsomloop weergegeven.

Als het bloed via de kortste weg van de dunne darm naar de nieren wordt gevoerd, stroomt het bloed dan door
de lever?
En stroomt het bloed dan door de longen?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/5 Plassen.
Zie figuur B 2878 van de bijlage.

Als de urineblaas vol is gaan er impulsen via zenuwen naar het ruggenmerg. Via het ruggenmerg gaan daarna impulsen naar een bepaald gebiedje in de grote hersenen. Vanuit dit gebiedje gaan er impulsen naar het plascentrum in de hersenstam. Dat plascentrum geeft impulsen af, die het plassen op gang brengen. Bij het plassen zijn twee soorten spieren betrokken: de kringspier bij de uitgang van de blaas en de spieren in de blaaswand, die de blaas leegdrukken.
In de afbeelding is een gedeelte van het centrale zenuwstelsel van de mens weergegeven.

Het plascentrum ligt in de hersenstam.

Welk cijfer geeft het gedeelte van het centrale zenuwstelsel aan waarin het plascentrum ligt?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/5 Plassen.
Zie de figuren B 2879 en A 704 van de bijlage.

In de afbeelding is een aantal organen in de buikholte van een man getekend. Dezelfde tekening staat op de bijlage.
Tijdens het plassen wordt de blaas leeggedrukt.

Zie figuur A 704 van de bijlage.

Geef met een lijn in de tekening op de bijlage de weg aan die de urine aflegt tijdens het plassen.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding