Gedrag
1/5 Zeehonden.
In 1997 ontwikkelde het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN) een plan om de verspreiding en de trekbewegingen van zeehonden in de Waddenzee te onderzoeken. Daartoe wilde het instituut vijftien zeehonden van de soort Phoca vitulina uitrusten met een satellietzender. Tegen dit plan protesteerde het zeehondencentrum in Pieterburen. Volgens dit centrum zouden zeehonden door de zender met een 20 cm lange antenne worden gehinderd bij hun dagelijkse activiteiten en zouden ze meer kans hebben om te verdrinken dan zeehonden zonder zender. In januari 1998 maakte het IBN bekend dat het ‘zenderen' (= het aanbrengen van een zender) van de zeehonden zou worden uitgesteld. In maart 1998 ging het IBN-onderzoek alsnog door.
Tekst:
In het diepste geheim worden twee weken geleden zenders geplakt op tien gewone zeehonden (Phoca vitulina). De wilde dieren werden gevangen onder het Waddeneilandje Rottumerplaat, ze kregen een satellietzender in hun nek en werden weer losgelaten in de Waddenzee.
Marien biologe drs Sophie Braseur: "De minicomputer neemt om de tien seconden hoe diep de zeehond zwemt, op welke tijd hij een duik neemt en hoe lang de zeehond op een bepaalde diepte blijft. Iedere zes uur worden de gegevens weggeschreven. Per zes uur krijg ik een gegevenspakketje."
De verwachting is dat deze zeehonden in het gebied zullen blijven en goed zijn te volgen.
bron: Helene van Beek, Schattig, een zeehond met zender, De Gelderlander, 21 maart 1998
De pers vermoedde dat het IBN het zenderen in ‘het diepste geheim' had uitgevoerd uit angst voor negatieve publiciteit en acties van tegenstanders. Het IBN gebruikte echter een biologisch argument gebaseerd op verondersteld diergedrag.
Noem een dergelijk argument dat het IBN kan hebben gebruikt.


