Oefentoets Biologie: Ecologie | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 31

Ontdek de digitale toets over carnivore woestijndieren, veranderingen in konijnenpopulaties en ecosysteemkenmerken, gericht op middelbare scholieren en studenten biologie. Deze toets biedt inzicht in ecologische concepten en de dynamiek van ecosystemen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Carnivore woestijndieren en hun kenmerken

Dier in de woestijn.

Welke van de volgende serie kenmerken hoort bij een carnivore, homoiotherme woestijnbewoner?

Veranderingen in de konijnenpopulatie

Myxomatose.
Zie figuur B 5299 van de bijlage.

De grafiek hiernaast laat de dichtheid aan konijnen en de jaarlijkse neerslag zien in een gebied in Zuid-Queensland (Australië) van 1958 tot 1972. Het konijnen-myxomavirus werd geïntroduceerd in dit gebied in 1960.

Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor de verandering in dichtheid van konijnen in deze periode?

afbeeldingafbeelding

Trofische niveaus en bodemorganismen

Plantenafval.

Men vermoedt dat planten hun dunne worteldelen (< 2mm) meerdere malen per jaar vervangen, wat resulteert in een grote hoeveelheid dood materiaal in de bodem.
Een hypothese is dat het grootste deel van de CO2 in de bodem afkomstig is van bacteriën die leven van dit dode plantaardige materiaal.

Tot welk trofisch niveau horen deze bacteriën?

Die behoren tot de .

Kenmerken van de pissebed

Pissebed.

De pissebed is is een kreeftje dat zich met succes aan het landleven heeft aangepast.

Welke van de volgende uitspraken is niet juist?

Identificatie van Ecosystemen in Eco-displays

1/4 Eco-displays.
Zie figuur B 5302 van de bijlage.

Eco-displays zijn zo natuurlijk mogelijke presentaties van planten en dieren uit een bepaald ecosysteem, in het echt of als diorama: een nagebootste opstelling.
Bekijk de foto van een eco-display uit het Natuurhistorisch Museum te Milaan.

Welk ecosysteem wordt hier nagebootst?

Dit is een ecosysteem uit .

afbeeldingafbeelding

Ecosysteem in Eco-display herkennen

2/4 Eco-displays.
Zie figuur B 5303 van de bijlage.

Bekijk de foto van een eco-display uit het Natuurhistorisch Museum te Milaan.

Welk ecosysteem wordt hier nagebootst?

Dit is een ecosysteem uit .

afbeeldingafbeelding

Ecosysteem van het Eco-display analyseren

3/4 Eco-displays.
Zie figuur B 5304 van de bijlage.

Bekijk de foto van een eco-display uit het Natuurhistorisch Museum te Milaan.

Welk ecosysteem wordt hier nagebootst?

Dit is een ecosysteem uit .

afbeeldingafbeelding

Identificeer het nagebootste ecosysteem

4/4 Eco-displays.
Zie figuur B 5305 van de bijlage.

Bekijk de foto van een eco-display uit het Natuurhistorisch Museum te Milaan.

Welk ecosysteem wordt hier nagebootst?

Dit is een ecosysteem uit .

afbeeldingafbeelding

Successie in een hooicultuur ecosysteem

Een hooicultuur.

Men kookt hooi in water en laat het weer afkoelen. Daarna voegt men water uit een meer toe, dat uitsluitend heterotrofe protozoën bevat en laat dit lange tijd in het donker staan.

Welke van de volgende uitspraken beschrijven correct wat er waarschijnlijk gaat gebeuren in dit mengsel?

I. Er zal een successie van protozoën plaatsvinden en de totale biomassa neemt toe.
II. De energie in het systeem is maximaal aan het begin van het experiment.
III. Er zal successie plaatsvinden tot er tenslotte een dynamisch evenwicht ontstaat, waarbij de energiestroom zich handhaaft.
IV. Er zal successie plaatsvinden in het ecosysteem, maar uiteindelijk gaan alle organismen dood of zijn ze in een ruststadium.

Voedselketen in een Waterecosysteem

Waterecosysteem.

In een waterecosysteem is het totale drooggewicht (de biomassa) van drie groepen organismen als volgt:

I. Zweephaardiertjes: 1,1062 g
II. Dansmuggenlarven: 0,9623 g
III. Trilhaardiertjes: 1,005 g

Wat is de meest waarschijnlijke volgorde van deze drie in een voedselketen?

Successie in Ecosystemen

Successie.

De volgende uitspraken gaan over successie in een ecosysteem dat zich niet in het climaxstadium bevindt.

Welk van deze uitspraken is of welke zijn juist?

Eigenschappen van het climaxstadium in ecosystemen

Climax.

Wat is een typische eigenschap voor het climaxstadium in een successiereeks?

Oorzaken van omgekeerde ecologische piramides

Ecologische piramides.

In ecologische piramides hebben hogere trofische niveaus meestal minder biomassa dan lagere.
Mogelijke oorzaken voor 'omgekeerde' piramides zijn:

1. Een piramide van aantallen, met een grote producent.
2. Een piramide van biomassa, met producenten met een heel korte levenscyclus.
3. Een piramide van energie in een ecosysteem in een erg warm gebied.

Welke oorzaak kan of welke oorzaken kunnen juist zijn?

Veranderingen in populatiedichtheid van herbivoren

Twee populaties.
Zie figuur B 5309 van de bijlage.

De grafiek hiernaast laat zien hoe de dichtheid van de populaties A en B van twee herbivore soorten in een graslandgebied verandert.

Wat is een mogelijke verklaring voor deze veranderingen?

afbeeldingafbeelding

Netto Primaire Productie in Ecosystemen

1/2 Burgers' Bush.

Burgers' Bush is een zogenaamd eco-display, een nabootsing van het ecosysteem tropisch regenwoud.
Voor een tropisch regenwoud werd de netto primaire productie per jaar (NPPPJ) geschat op 2200 g/m2 .

Wat wordt verstaan onder netto primaire productie per jaar?

Factoren van het Nederlandse eco-display

2/2 Burgers' Bush.

Noem drie factoren die ervoor verantwoordelijk zijn dat de NPPPJ in het Nederlandse eco-display veel lager is dan in het tropische regenwoud.

Symbiose tussen koraaldiertjes en algen

1/5 Koraalrif.
Zie figuur B 5312 van de bijlage.

Tropische koraalriffen vormen ecosystemen met een grote biodiversiteit. Ze hebben een grote betekenis voor de mens, onder andere als basis voor visserij en toerisme.
Steenkoralen bestaan uit heterotrofe koraaldiertjes, die in symbiose leven met algen (zie afbeelding hiernaast).
Algen spelen een belangrijke rol bij de opbouw van het kalkskelet van de steenkoralen en daarmee bij de groei van het koraal.

- Geef aan welk voordeel koraaldiertjes nog meer hebben van hun symbiotische relatie met de algen.
- Geef aan welk voordeel de algen hebben van deze relatie.

afbeeldingafbeelding

Experiment met Koraal en Fotosynthese

2/5 Koraalrif.
Zie figuur B 5313 van de bijlage.

Koralen zijn erg temperatuurgevoelig. Als de temperatuur gedurende langere tijd boven een kritisch niveau komt, verdwijnen de algen uit het koraal, dat hierdoor verbleekt.
De afbeelding hiernaast laat de fotosynthese-activiteit zien in een verbleekt en een niet verbleekt koraal.

Leg uit hoe je een experiment kunt doen dat tot de getoonde resultaten leidt.

afbeeldingafbeelding

Invloed van licht op koraalrif en algen

3/5 Koraalrif.
Zie figuur B 5313 van de bijlage.

Verklaar de resultaten die in de grafiek hiernaast getoond worden.

afbeeldingafbeelding

Gevolgen van koraalverbleking voor biodiversiteit

4/5 Koraalrif.
Zie figuur B 5312 van de bijlage.

Wat zou de consequentie kunnen zijn voor de biodiversiteit als het koraal verbleekt? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding