Evolutie
1/5 Broeikasgassen meten in wijn.
Sterk toegenomen verbranding van organische stoffen leidt tot een verhoging van de concentratie CO2
in de atmosfeer. Er is op een elegante manier onderzoek gedaan naar de omvang van de CO2
-productie in Europese regio's gedurende de afgelopen 30 jaar. De concentratie radioactief koolstof (14
C) in Europese wijnen uit verschillende gebieden werd bepaald. Deze radioactieve vorm van koolstof komt overal in de natuur in uiterst geringe mate voor. In dode materie vervalt dit 14
C en verdwijnt daarmee in de loop der tijd. CO2
afkomstig uit de verbranding van fossiele brandstoffen, bevat géén 14
C. Steenkool, aardolie en gas hebben zó lang in de bodem gezeten dat alle aanwezige 14
C allang is vervallen. De uitstoot van ‘fossiel CO2
' resulteert in een verlaging van het aandeel 14
C in de atmosfeer. Druivenplanten nemen CO2
op en de verandering van dit 14
C-aandeel moet over de jaren heen terug te vinden zijn in de wijnalcohol, zo was de gedachte.
Om dit type onderzoek uit te voeren is wijn het ideale product. Bij de betere wijnen vermeldt het etiket op de fles immers het jaar waarin de druiven werden geoogst en de regio van herkomst. Uiteindelijk werd van 160 flessen wijn het aandeel 14
C bepaald.
Voordat een 14
CO2
-molecuul uit de lucht deel uitmaakt van een alcoholmolecuul vinden er in verschillende organismen een aantal omzettingen plaats.
Verschillende stofwisselingsprocessen zijn:
1. aërobe dissimilatie
2. anaërobe dissimilatie
3. eiwitsynthese
4. koolstofassimilatie
Aan welk van deze stofwisselingsprocessen heeft een atoom 14
C achtereenvolgens minstens deelgenomen, voordat het onderdeel is geworden van een molecuul alcohol?
-


