Oefentoets Biologie: Voeding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 13

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

3/4 Voedingsstoffen in voedingsmiddelen.

De tabel hieronder geeft een overzicht van een aantal voedingsmiddelen met daarachter per 100 gram de energie die deze voedingsmiddelen leveren en de voedingsstoffen die erin voorkomen.
afbeeldingafbeelding

Iemand vraagt zich af waarmee hij het meeste eiwit binnenkrijgt:

- met 100 gram rijst, met 150 gram patates frites of met 200 gram aardappels.

Bereken met behulp van de tabel met welke van deze drie porties hij het meeste eiwit binnenkrijgt.




-

Voeding

4/4 Voedingsstoffen in voedingsmiddelen.

De tabel hieronder geeft een overzicht van een aantal voedingsmiddelen met daarachter per 100 gram de energie die deze voedingsmiddelen leveren en de voedingsstoffen die erin voorkomen.
afbeeldingafbeelding

Iemand wil vermageren en kan kiezen uit twee maaltijden.

- Maaltijd 1: 100 gram aardappelen, 100 gram doperwten, 100 gram rundvlees en 100 gram vla.
- Maaltijd 2: 100 gram aardappelen, 200 gram andijvie, 50 gram rundvlees en 100 gram yoghurt.

Bereken met behulp van de tabel welke maaltijd hij het beste kan kiezen om te vermageren.




-

Voeding en Spijsvertering

1/6 Ondervoeding in het ziekenhuis.
Zie figuur A 590 van de bijlage.

Doordat sommige patiënten te weinig eiwitten binnen krijgen, genezen ze niet snel. Ze raken ondervoed. Deze ondervoeding kan bij een patiënt ontstaan door gebrek aan eetlust of door problemen bij het slikken.
Patiënten die aan deze ondervoeding lijden, moeten vooral eiwitrijk voedsel eten. Kan de patiënt niet zelf eten, dan kan vloeibare voeding worden toegediend door een sonde.
Dit is een slangetje dat via de neus tot in de maag is gebracht. Als ook voeding via een sonde niet mogelijk is, moet de voeding rechtstreeks in het bloed gebracht worden

In de afbeelding A 509 is een doorsnede van het hoofd en de hals van een mens opgenomen.

Geef in deze afbeelding met een lijn aan van waar tot waar de sonde zich bevindt.

afbeeldingafbeelding

Voeding en Spijsvertering

2/6 Ondervoeding in het ziekenhuis.
Zie figuur A 699 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van het verteringsstelsel van de mens weergegeven. Een aantal organen is met cijfers aangegeven.

Welk cijfer geeft het orgaan aan waar de grootste hoeveelheid voedingsstoffen wordt opgenomen in het bloed?

afbeeldingafbeelding

Voeding en Spijsvertering

3/6 Ondervoeding in het ziekenhuis.

Bij het slikken is onder andere het strotklepje betrokken.

Wat wordt bij het slikken door het strotklepje afgesloten?

Voeding en Spijsvertering

4/6 Ondervoeding in het ziekenhuis.

In welk deel van het verteringsstelsel wordt de grootste hoeveelheid voedingsstoffen opgenomen in het bloed?

Voeding en Spijsvertering

5/6 Ondervoeding in het ziekenhuis.

Welk van de volgende voedingsmiddelen kan een patiënt die herstelt van ondervoeding het beste eten om een tekort aan eiwit aan te vullen?

Voeding en Spijsvertering

6/6 Ondervoeding in het ziekenhuis.

Mevrouw Peters lijdt aan ondervoeding. In het ziekenhuis krijgt zij met een sonde vloeibaar voedsel toegediend.
Het sondevoedsel bevat onder andere soja-eiwit, plantaardige olie en zetmeel. Dit voedsel is niet geschikt om rechtstreeks in het bloed te brengen.

Leg uit dat deze voeding niet geschikt is om rechtstreeks in het bloed te brengen.

Voeding

1/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur B 2269 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Informatie 1.
Dik worden.
Veel mensen in Nederland worden dik omdat ze te veel eten. Het teveel aan voedingsstoffen wordt omgezet in vet. Vet wordt in het lichaam opgeslagen als reserve voor tijden dat er minder voedsel beschikbaar is.

Informatie 2.
Joris en Karel zijn vrienden. Beiden zijn 28 jaar oud. Joris is 1,90 meter lang en weegt 80 kilo. Karel is even lang, maar hij is zwaarder dan Joris.
Karel neemt met zijn voedsel meer energie op dan hij verbruikt. Hij is er dik van geworden. Zijn huisarts heeft gezegd dat hij te vaak bezig is met 'grazing' (zie de afbeelding).

Informatie 4.
'Grazing'.
'Grazing' is een Amerikaans woord voor het eten van tussendoortjes. Bij grazing ga je tussen de maaltijden iets eten of drinken dat snel energie levert. Je eet bijvoorbeeld 's morgens een gevulde koek, op weg naar huis neem je een reep chocolade of een mars en onder het huiswerk maken eet je chips. Deze tussendoortjes bevatten veel koolhydraten en vetten; er zitten echter maar weinig mineralen, eiwitten en vitamines in.

Zie volgende scherm





-

Voeding

2/15 Dik worden en afvallen.

Informatie 3.
Wat eet en drinkt Karel op een dag.
Hierna staan de voedingsmiddelen die Karel op een bepaalde dag eet en drinkt. Ook de hoeveelheden zijn vermeld.

ontbijt: 40 g bruinbrood met 40 g kaas en 10 g boter, 2 kopjes thee.
bij de koffie: 2 kopjes koffie en 50 g gevulde speculaas.
lunch: 270 g bruinbrood met 40 g kaas en 20 g stroop, 3 kopjes thee, 100 g mandarijn.
's middags: 200 g cola, 200 g appel, 50 g Bounty.
avondmaaltijd: 300 g tomatensoep, 150 g varkensvlees, 200 g patates frites, 200 g doperwten, 300 g chocoladevla.
's avonds: 2 koppen koffie met 40 g spritskoek.

Informatie 5.
Olestra.
De voedingsmiddelenindustrie wil in bepaalde voedingsmiddelen vetvervangende stoffen gebruiken. Het eenvoudigste is om het vet gewoon te vervangen door water of lucht. Dat gebeurt in veel light-producten. Een probleem is het verlies van smaak door het water. Mensen vinden vet voedsel meestal lekkerder dan overeenkomstig vetarm voedsel. Volle melk bijvoorbeeld is voor velen lekkerder dan magere melk.
Men heeft nu een vette stof gevonden die niet verteerd wordt en ook niet in het bloed opgenomen kan worden in het spijsverteringskanaal van een mens. Die vette stof heeft men 'olestra' genoemd.

Zie volgende scherm




-

Voeding

3/15 Dik worden en afvallen.

Informatie 7.
Aanbevolen hoeveelheid energie in het voedsel.
Deskundigen geven de raad per dag bepaalde hoeveelheden energie op te nemen. Een voorbeeld is:
afbeeldingafbeelding
De getallen in de tabel gelden voor mannen met een geringe lichamelijke activiteit. Mannen die zich regelmatig lichamelijk inspannen, bijvoorbeeld bij een sporttraining, moeten per dag meer energie opnemen.

Informatie 8.
Samenstelling voedsel.
Hierna is een gedeelte van de Nederlandse voedingsmiddelentabel opgenomen. De gegevens zijn vermeld voor 100 g eetbaar gedeelte van het voedingsmiddel.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm




-

Voeding

4/15 Dik worden en afvallen.

Informatie
Quetelet-index
Door de Quetelet-index (QI) te berekenen kun je er achter komen of je gewicht past bij je lengte: je deelt je gewicht in kilo door het kwadraat van je lengte in meter.
afbeeldingafbeelding
Op grond van QI zijn vijf gewichtsgroepen gemaakt.

afbeeldingafbeelding

Voeding

5/15 Dik worden en afvallen.

Welke van de voedingsmiddelen die Karel eet, kun je aanduiden als 'grazing'?

afbeeldingafbeelding

Voeding

6/15 Dik worden en afvallen.

Het dagelijkse energieverbruik van Karel is in de loop van de jaren minder geworden.

Geef twee mogelijke oorzaken waardoor Karel nu meestal met minder energie toe kan dan toen hij nog 15 was.

Voeding

7/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur C 165 van de bijlage.
Zie figuur B 816 van de bijlage.

Men heeft bij een groot aantal mensen bepaald hoeveel energie zij met behulp van het voedsel opnemen. In het diagram in de afbeelding is een deel van de resultaten van dat onderzoek verwerkt.

Groep A omvat de mannen van 16 tot 20 jaar,
groep B de mannen van 21 tot 49 jaar,
groep C de mannen van 50 tot 65 jaar.

In de informatie in de bijlage (B 816) is ook de aanbevolen hoeveelheid energie in het voedsel opgenomen.
In het staafdiagram ontbreken de grootheid en de eenheid bij de Y-as.

Welke grootheid had hier moeten staan?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voeding

8/15 Dik worden en afvallen.

Men heeft bij een groot aantal mensen bepaald hoeveel energie zij met behulp van het voedsel opnemen. In het diagram in de afbeelding is een deel van de resultaten van dat onderzoek verwerkt.

Groep A omvat de mannen van 16 tot 20 jaar,
groep B de mannen van 21 tot 49 jaar,
groep C de mannen van 50 tot 65 jaar.

Geef twee mogelijke oorzaken voor het verschil in het resultaat bij groep A en groep C.

afbeeldingafbeelding

Voeding

9/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur C 165 en figuur B 816 van de bijlage.

Men heeft bij een groot aantal mensen bepaald hoeveel energie zij met behulp van het voedsel opnemen. In het diagram in de afbeelding is een deel van de resultaten van dat onderzoek verwerkt.

Groep A omvat de mannen van 16 tot 20 jaar,
groep B de mannen van 21 tot 49 jaar,
groep C de mannen van 50 tot 65 jaar.

Hoe groot is het verschil tussen de hoeveelheid opgenomen energie en de aanbevolen hoeveelheid energie bij de mannen van groep B? Schrijf je berekening op.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voeding

10/15 Dik worden en afvallen.

Karel neemt met zijn voedsel meer energie op dan hij verbruikt. Hij is er dik van geworden.
Karel kreeg van zijn arts te horen dat hij veel kans heeft op pijn in de heupen zo rond zijn vijftigste levensjaar, als hij te zwaar blijft.

Leg uit dat te dik zijn kan leiden tot klachten in de heupen op oudere leeftijd.

Voeding

11/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur B 2265 van de bijlage.

Karel neemt met zijn voedsel meer energie op dan hij verbruikt. Hij is er dik van geworden.
Bij mensen zoals Karel vindt men vaak een vervorming van de wand van een kransslagader, zoals is weergegeven in de afbeelding. Mensen met zo'n vervorming worden snel moe als zij zich inspannen.

Leg in drie stappen uit waardoor de vervorming van de wand van de kransslagader kan leiden tot deze vermoeidheid.

afbeeldingafbeelding

Voeding

12/15 Dik worden en afvallen.

In de informatie "Wat eet en drinkt Karel op een dag" is vermeld wat Karel bij de avondmaaltijd eet.

Als hij bepaalde voedingsmiddelen vervangt, kan hij minder energie binnen krijgen en toch een avondmaaltijd eten met hetzelfde gewicht.

Vervang twee voedingsmiddelen in de avondmaaltijd van Karel door andere voedingsmiddelen zodat hij minder energie binnen krijgt en toch dezelfde hoeveelheid voedsel eet. Die andere voedingsmiddelen moeten wel in de informatie "Samenstelling voedsel " zijn genoemd.

Schrijf je antwoord zo op:

Voedingsmiddel ...... wordt vervangen door ......
Voedingsmiddel ...... wordt vervangen door ......