Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 25 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

25

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Dwarsdoorsnede vaatbundel van boterbloem.
Zie figuur A 172 van de bijlage.

De foto stelt een dwarsdoorsnede van een vaatbundel in de stengel van een boterbloem voor.

Ligt zijde P of zijde Q het dichtst bij de opperhuid van de stengel?
Geeft cijfer 1 of cijfer 2 een houtvat aan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Deel van dwarsdoorsnede één jaar oude tak.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

Als wij een dwarsdoorsnede door een één jaar oude tak bekijken, zien we van de buitenkant naar de binnenkant achtereenvolgens:

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/5 Snoeien.
Zie figuur B 2103 van de bijlage.

Bij snoeiwerkzaamheden is een tak van een eik afgezaagd. In tekening 1 van de afbeelding is schematisch een dwarsdoorsnede van deze tak weergegeven. Tekening 2 geeft een microscopische vergroting van een deel van deze doorsnede weer.
In tekening 2 van de afbeelding is met de letter Q het hout aangegeven dat gevormd is in 1994.

In welk jaar is het hout gevormd dat in tekening 1 met de letter P is aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/5 Snoeien.
Zie figuur B 2103 van de bijlage.

Werd houtvat R (zie tekening 2 van de afbeelding) ongeveer in januari of ongeveer in mei gevormd?
Of is op grond van de afbeelding geen keuze te maken tussen januari en mei?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/5 Snoeien.

Tot het moment van snoeien ontstonden tijdens de fotosynthese in de bladeren aan de tak glucose en een andere stof.

Welke andere stof was dat?

Plantenanatomie en -fysiologie

4/5 Snoeien.

Noem de naam van de transportvaten waardoor gewoonlijk suiker uit de bladeren wordt afgevoerd.

Plantenanatomie en -fysiologie

5/5 Snoeien.

's Zomers vindt in een eik transport van stoffen plaats.

Vier beweringen over dit transport zijn:

1. In bastvaten vindt vooral transport plaats van water met daarin opgeloste stoffen die in de bladeren gevormd zijn.
2. In bastvaten vindt vooral transport plaats van water met zouten.
3. In houtvaten vindt vooral transport plaats vanaf de bladeren naar de wortels.
4. In houtvaten vindt vooral transport plaats van water met zouten.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Doorsneden van stengel en blad.
Zie figuur B 4543 van de bijlage.

In de afbeelding is links een stukje stengel met een blad getekend. Van deze stengel en dit blad worden doorsneden gemaakt. De plaatsen van deze doorsneden zijn in de linker tekening met P en Q aangegeven. De tekeningen P en Q ernaast geven schematisch weer hoe de stengel en het blad er op zo'n doorsnede uitzien.
Verschillende delen van de doorsneden zijn met cijfers aangegeven.

Met welke cijfers is de plaats van bastvaten aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Doorsneden van stengel en blad.
Zie figuur B 4543 van de bijlage.

Wat geeft in tekening P het lijntje tussen de delen 1 en 2 aan?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Een vaatbundel in een stengel.
Zie figuur B 1958 van de bijlage.

In de afbeelding stelt tekening P een schematische lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel. Tekening Q stelt een schematische dwarsdoorsnede voor van een stengel van een plant. Hierin zijn vaatbundels getekend.

Welk type weefsel bevindt zich op plaats 6?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Een vaatbundel in een stengel.
Zie figuur B 1958 van de bijlage.

Welk cijfer geeft een houtvat aan en welk cijfer de plaats van houtvaten?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een vaatbundel in een stengel.
Zie figuur B 1958 van de bijlage.

Op welke plaats in tekening Q bevinden zich de cellen die in tekening P met het cijfer 2 zijn aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

In de afbeelding zijn delen van drie boomstammen getekend.
In de bomen staan diverse tekens gesneden. Bij het snijden van die tekens zijn bastvaten beschadigd.
Op één van de boomstammen staan de letters "G.B.". Degene die deze letters heeft gesneden komt na drie jaar nog eens kijken naar de boom, waarin ze heeft gesneden.

Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.

Van welke organische stof is het transport verstoord?
Staan de letters "G.B." nog steeds op dezelfde hoogte?
Zo niet, waar dan?

afbeeldingafbeelding




-

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

De stam van de middelste boom op de afbeelding is dunner dan die van de beide andere bomen.

Wat kan de oorzaak of wat kunnen de oorzaken zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

Staan de letters "G.B." op dezelfde hoogte in de boom als drie jaar geleden?
Of staan deze letters nu een stuk hoger of een stuk lager in de boom? Geef een verklaring voor je antwoord.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

4/5 Een boomstam.

Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.

Noem de naam van een organische stof waarvan het transport is verstoord.

Plantenanatomie en -fysiologie

5/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

De stam van de middelste boom op de afbeelding is dunner dan die van de beide andere bomen. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Noem twee mogelijke oorzaken.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Stengels.

Vaatbundels lopen door wortels, stengels en bladeren.

Wat zijn de twee functies van de vaatbundels in een stengel?

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Stengels.

Wat is een knoop van een stengel?

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Stengels.

Wat is de functie van de eindknop?

Plantenanatomie en -fysiologie

4/4 Stengels.

Op welke twee manieren houdt een (niet slappe) stengel zich overeind?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Struiken.

Struiken en bomen behoren (op een enkele uitzondering na) tot één bepaalde groep planten (gelet op de bouw van de zaden).

Welke groep planten is dat?

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Struiken.

Welke stof maakt de stengels van struiken zo stevig?

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Struiken.

Welke kleur hebben zulke stengels meestal?