Oefentoets Biologie: Voortplanting | HAVO 4/HAVO 5 | variant 6

Deze digitale toets over de voortplanting bij zaadplanten en de ontwikkeling van appelstructuren is gericht op studenten biologie en biedt inzicht in belangrijke concepten zoals bevruchting, genen en zaadverspreiding. Test je kennis met vragen over de navelstreng, reservevoedsel en genotypeverschillen in bloemen en vruchten. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Navelstreng bij zaadplanten

De navelstreng bij zaadplanten.
Zie figuur B 460 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch enkele delen van een bloem van een zaadplant weer. Er heeft bevruchting plaatsgevonden.
Een bepaald deel van een plant wordt navelstreng genoemd. De functie van de navelstreng bij zaadplanten komt in een aantal opzichten overeen met die bij zoogdieren.

Is de navelstreng aangegeven met cijfer 3, 4 of 7?

afbeeldingafbeelding

Reservevoedsel in zaadplant na bevruchting

Reservevoedsel voor de kiemplant.
Zie figuur B 460 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch enkele delen van een bloem van een zaadplant weer. Er heeft bevruchting plaatsgevonden.

In welk of in welke van de delen 5 en 6 ontstaat na de bevruchting weefsel waarin reservevoedsel voor de kiemplant wordt opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Genen in de bloem na bevruchting

Genen in de bloem.
Zie figuur B 460 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch enkele delen van een bloem van een zaadplant weer. Er heeft bevruchting plaatsgevonden.

In welk of in welke van de delen 1 en 2 kunnen kernen worden aangetroffen met genen die niet van deze moederplant afkomstig zijn?

afbeeldingafbeelding

Genotypeverschillen in appelstructuren

Verschil van genotype in de appel.
Zie figuur B 441 van de bijlage.

Aan een wilde appelboom hangen appels. Het klokhuis, van een appel ontstaat uit het vruchtbeginsel, terwijl het vruchtvlees van een appel uit andere delen van de bloem ontstaat. Delen van de appel zijn:

1. pitten,
2. klokhuis (zonder pitten),
3. de cellen van het vruchtvlees.

Er wordt van uitgegaan dat zich bij de ontwikkeling van deze appel geen mutaties hebben voorgedaan.

In welk of in welke van de aangegeven delen kunnen kernen voorkomen met een genotype dat verschilt van dat van een kern in een bladcel van de appelboom waarvan deze appel afkomstig is?

afbeeldingafbeelding

Genen in de vrucht en zaadstructuren

Genen in een vrucht.
Zie figuur B 418 van de bijlage.

In de afbeelding is een opengesprongen vrucht getekend. Een doorsnede van een zaad uit deze vrucht is in detail weergegeven. De zaden zijn ontstaan door kruisbestuiving.
De volgende delen worden aangegeven:

1. vruchtwand,
2. zaadhuid,
3. weefsel met reservestoffen.

In welk of in welke van de aangegeven delen bevinden zich cellen waarin uitsluitend genen voorkomen die afkomstig zijn van de moederplant?

afbeeldingafbeelding

Zygote en zaadknop bij zaadplanten

Zygote en zaadknop.

Bij de zaadplanten ontstaan na de bevruchting uit de zygote en uit de gehele zaadknop respectievelijk

Versmelting van kernen in bonenplant

Versmelting van kernen in een bonenplant.

Waar in een bloem van een bonenplant treedt versmelting van kernen op?

Ontwikkeling van de zygote bij zaadplanten

Ontwikkeling van de zygote.

Bij een zaadplant zal een zygote zich ontwikkelen tot

Kernen in een appel: waar ontstaan ze?

Een wilde appelboom met appels.
Zie figuur B 441 van de bijlage.

Aan een wilde appelboom hangen appels. Het klokhuis, van een appel ontstaat uit het vruchtbeginsel, terwijl het vruchtvlees van een appel uit andere delen van de bloem ontstaat. Delen van de appel zijn:

1. pitten,
2. klokhuis (zonder pitten),
3. de cellen van het vruchtvlees.

In welk of in welke van de aangegeven delen bevinden zich kernen die door bevruchting zijn ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Bevruchting bij Bloemplanten

Het moment van de bevruchting.

Bij planten met bloemen heeft de bevruchting plaats op het moment dat

Geslacht van de Avondkoekoeksbloem

Het geslacht van de Avondkoekoeksbloem.

Bij de Avondkoekoeksbloem zijn de planten òf mannelijk òf vrouwelijk. Mannelijke planten hebben in hun kernen twee ongelijke geslachtschromosomen (XY). Vrouwelijke planten hebben twee gelijke geslachtschromosomen (XX).

Wanneer wordt het geslacht bij deze planten vastgelegd?

Aantal stampers en zaadbeginsels bij bonenplant

Een bonenplant met 40 peulen.

Aan een bepaalde bonenplant hangen 40 peulen. Het gemiddelde aantal bonen per peul is 12.

Hoeveel stampers waren er bij de vorming van deze peulen betrokken?
En hoeveel zaadbeginsels?

afbeeldingafbeelding

Vliezen en opening van het zaadbeginsel

Vliezen om het zaadbeginsel van een plant.

Het zaadbeginsel van een plant is voor een deel omgeven door vliezen. Op een bepaald punt zit er in deze vliezen een opening.

Deze opening dient voor het doorlaten van

Ontwikkeling van de appel na bevruchting

Lengtedoorsnede van een appelbloem.
Zie figuur B 645 van de bijlage.

De tekening stelt een in de lengte doorgesneden bloem van een appelboom voor.

Welk deel van de appel ontwikkelt zich of welke delen ontwikkelen zich na de bevruchting uit S?

afbeeldingafbeelding

Zaadverspreiding door dieren

Zaadverspreiding.
Zie figuur B 2805 van de bijlage.

De afbeelding geeft op verschillende schaal getekend de vruchten weer van iep, linde, paardenbloem en tandzaad zoals deze van de plant vrijkomen.

Bij welke van deze planten spelen dieren de belangrijkste rol bij de verspreiding van zaden?

afbeeldingafbeelding

Overleving van éénjarige planten in de woestijn

Eenjarige planten in de woestijn.

In woestijnen zoals de Sahara valt gemiddeld per jaar maar 10 tot 20 mm regen en dan nog vaak in één enkele bui. In sommige jaren valt er zelfs helemaal geen regen. In zo'n droge periode vinden we in de woestijn bijna geen planten. Als er dan na jaren weer eens een fikse regenbui valt, staat de woestijn kort daarna in bloei met vooral éénjarige soorten.

Op welke wijze kunnen éénjarige plantensoorten zich in een jarenlange periode van droogte in een woestijn handhaven?

Ontstaan van extra chromosoom 13

Chromosomen in drievoud.

Chromosomen van de mens kunnen worden onderzocht met behulp van karyogrammen. Een karyogram wordt gemaakt met behulp van foto's van bijvoorbeeld zich delende bloedcellen.
Daartoe worden buiten het lichaam witte bloedcellen door toevoeging een bepaalde stof tot deling gebracht.
Bij een bepaald onderzoek blijkt dat in slechts één van de onderzochte bloedcellen chromosoom 13 in drievoud aanwezig is.

Beschrijf op welke wijze het driemaal voorkomen van chromosoom 13 in deze bloedcel kan zijn ontstaan.

Processen van geslachtelijke voortplanting bij mensen

Processen bij geslachtelijke voortplanting bij de mens.

Hieronder staat een viertal processen die bij geslachtelijke voortplanting bij de mens optreden.

1. ontstaan van een bevruchte eicel,
2. reductiedeling,
3. klieving.
4. ontstaan van geslachtscellen.

De volgorde waarin deze processen optreden is

Afdaling van de testes en anatomie

Afdaling van de testes.

Gedurende de ontwikkeling tot volwassen mens dalen de testes van een man af vanuit de buikholte naar het scrotum (balzak).

In de ligging van welk(e) van de volgende organen kan hiervoor een aanwijzing worden gezien?

De functie van de zaadleiders bij de mens

De zaadleiders.

De zaadleiders bij de mens monden uit in