Oefentoets Biologie: Ademhaling | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 14

Deze digitale toets over zuurstofopname en ademhaling richt zich op leerlingen in de biologie, waarbij kennis van de longfunctie, gaswisseling en de rol van het neusslijmvlies wordt getoetst. Ontdek hoe leeftijd en geslacht de zuurstofopname beïnvloeden en test je begrip van de ademhalingsmechanismen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zuurstofopname in het bloed

1/3 Zuurstofopname.

In de longen wordt zuurstof in het bloed opgenomen.

Door welk deel van het bloed wordt zuurstof vooral opgenomen?

Zuurstofopname bij Leeftijd en Geslacht

2/3 Zuurstofopname.
Zie figuur B 3148 van de bijlage.

De hoeveelheid zuurstof die in het bloed kan worden opgenomen, hangt onder andere af van het geslacht en de leeftijd.
Bij een groep ongetrainde mannen en vrouwen heeft men gemeten hoeveel zuurstof het bloed per minuut kan opnemen.
De resultaten van deze metingen zijn weergegeven in het diagram.
Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek worden twee uitspraken gedaan:

1. De hoeveelheid zuurstof die opgenomen kan worden, neemt af tussen het 12e en 40e levensjaar.
2. Bij mannen (en jongens), ouder dan 15 jaar, kan per minuut meer zuurstof in het bloed worden opgenomen dan bij vrouwen (en meisjes), ouder dan 15 jaar.

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Verschil in zuurstofopname bij mannen en vrouwen

3/3 Zuurstofopname.

Lees uit het diagram af hoe groot het verschil is tussen de maximale hoeveelheid opgenomen zuurstof per minuut bij mannen en bij vrouwen van 45 jaar.

Deze hoeveelheid is [invulveld] liter

afbeeldingafbeelding

Stand van het middenrif en ribben bij ademhaling

1/2 Ademhalen.
Zie figuur A 810 van de bijlage.

In de afbeelding is de stand van het middenrif (tekening 1 en 2) en van de ribben (tekening 3 en 4) weergegeven op verschillende momenten tijdens de ademhaling.

Welke tekening geeft de stand van het middenrif weer van iemand die net diep heeft ingeademd?
En welke tekening geeft de stand van de ribben weer op datzelfde moment?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Diepe ademhaling en middenrifspieren

2/2 Ademhalen.
Zie figuur B 3420 van de bijlage.

In de afbeelding is de borstkas getekend op twee verschillende momenten tijdens de ademhaling.

Welke tekening geeft de borstkas weer van iemand die diep inademt?
Zijn op dat moment de middenrifspieren ontspannen of samengetrokken?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Levenskenmerken van organismen

1/4 Ademhalen en de luchtpijp.

Ademhalen is een levenskenmerk.

Noem nog twee andere levenskenmerken.

Diepe inademing en middenrifbeweging

2/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Zie figuur B 3105 van de bijlage.

Bij het ademhalen beweegt het middenrif.

Welke tekening geeft een diepe inademing weer?

afbeeldingafbeelding

Weefsel van de luchtpijpringen

3/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Zie figuur B 3106 van de bijlage.

In de afbeelding is de luchtpijp aangegeven.
Rondom de luchtpijp zijn ringen. Deze ringen zorgen ervoor dat de luchtpijp stevig en beweeglijk is.

Uit welk weefsel bestaan deze ringen om de luchtpijp?

afbeeldingafbeelding

Vertakkingen van de luchtpijp

4/4 Ademhalen en de luchtpijp.

Vertakkingen van de luchtpijp komen in de longblaasjes uit.

Wat is de naam van zo'n vertakking die in de longblaasjes uitkomt?

Gaswisseling en longstructuur

1/2 Gaswisseling.

Bij allerlei processen in organismen worden gassen verbruikt en komen gassen vrij. Het opnemen en afstaan van deze gassen wordt gaswisseling genoemd.
Wanneer men de inwendige bouw van de longen van de mens bekijkt, valt het op dat er vele in- en uitstulpingen en vertakkingen zijn.
Hierover worden drie uitspraken gedaan.

1. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de borstholte kleiner zijn.
2. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de longinhoud kleiner zijn.
3. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou het longoppervlak kleiner zijn.

Welke uitspraak is juist?

Gasuitwisseling in de luchtwegen

2/2 Gaswisseling.

De luchtwegen van de mens bestaan onder andere uit bronchiën, longblaasjes en luchtpijp.

Waar in de luchtwegen vindt de uitwisseling van gassen tussen bloed en lucht plaats?

De functie van de huig en hoestprikkel

1/2 De huig.

In de keelholte van de mens kruisen de luchtweg en de voedselweg elkaar. De huig en het strotklepje zorgen ervoor dat voedsel en lucht op de juiste plaats terechtkomen. Wanneer dit niet goed gebeurt, kunnen we ons verslikken. Wanneer we ons verslikken gaan we hoesten.

Waardoor ontstaat de hoestprikkel?

Functie van de huig tijdens ademhalen en slikken

2/2 De huig.

Wat is daarbij de functie van de huig?

Vergelijking van deel P bij ademhaling

1/2 De werking van de longen.
Zie figuur A 779 van de bijlage.

Tijdens een les legt een leraar de werking van de longen uit. Hij gebruikt hierbij het apparaat dat in de afbeelding is weergegeven. Door deel P omhoog of omlaag te bewegen, veranderen de ballonnen van grootte. Zie tekening 1 en tekening 2.
De leraar zegt: "Zo lijken deze ballonnen op onze longen".

Waarmee is deel P van het apparaat bij de ademhaling te vergelijken?

afbeeldingafbeelding

Diepe inademing en longwerking

2/2 De werking van de longen.

Een van de tekeningen lijkt op een diepe inademing.

Welke tekening lijkt op een diepe inademing: tekening 1 of tekening 2? Leg uit waaraan je dat in de tekening kunt zien.

afbeeldingafbeelding

De slokdarm in de afbeelding

1/2 Het middenrif.
Zie figuur A 802 van de bijlage.

Het middenrif speelt onder andere een rol bij de ademhaling. Eén van de organen die door het middenrif heen gaan, is de slokdarm.

In de afbeelding zijn enkele organen aangegeven met een letter.

Met welke letter wordt de slokdarm aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Beweging van het middenrif en ribben bij ademhaling

2/2 Het middenrif.

Naast het middenrif spelen ook de ribben een rol bij de ademhaling.

In welke richting bewegen het middenrif en de ribben zich bij het inademen?

Functies van het neusslijmvlies

1/2 Slijmvlies en trilharen.

Als je inademt, krijg je bacteriën in je luchtwegen. De meeste van deze bacteriën blijven plakken aan het neusslijmvlies. Trilharen in het neusslijmvlies duwen het slijm naar de keelholte. Daar kun je het slijm inslikken.

Het neusslijmvlies zuivert ingeademde lucht.

Wat is een andere taak van het neusslijmvlies?

Locaties van trilharen in het lichaam

2/2 Slijmvlies en trilharen.

Het neusslijmvlies bevat trilharen.

Op welke andere plaats bevinden zich ook trilharen?

Functies van het neusslijmvlies

1/3 Het neusslijmvlies.

Met elke inademing komen talloze bacteriën de luchtwegen binnen. De meeste van deze bacteriën blijven plakken aan het neusslijmvlies. Trilharen in de neusholte duwen het slijm met een snelheid van een centimeter per minuut naar de keelholte. Dan wordt het slijm, ongeveer een kopje per dag, ingeslikt.
Het neusslijmvlies zuivert de ingeademde lucht.

Noem nog een andere functie van het neusslijmvlies.