Oefentoets Biologie: Voortplanting - mens_kunstmatige zwangerschap | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

IVF.
Zie figuur B 3095 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie ontwikkelingsstadia van een embryo schematisch getekend. Deze stadia zijn niet alle op dezelfde schaal getekend.

In welk stadium zullen de embryo's bij IVF (in vitro-fertilisatie) in het lichaam van de vrouw worden ingebracht?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Reageerbuisbaby.
Zie figuur B 2766 van de bijlage.

Op 25 juli 1978 werd de eerste reageerbuisbaby, Louise Brown, geboren. Bij de moeder van Louise Brown waren de eileiders afgesloten. Een eicel uit haar eierstokken werd buiten het lichaam bevrucht door een zaadcel van haar man. Na vier celdelingen werd het klompje cellen dat uit de bevruchte eicel ontstond in de moeder teruggeplaatst.

In de afbeelding is een schematische tekening van een eierstok gegeven. In deze tekening zijn met cijfers follikels in verschillende stadia van ontwikkeling aangegeven. Slechts in één van deze stadia is de kans op een succesvolle bevruchting van de er in aanwezige eicel buiten het lichaam groot.

Welk ontwikkelingsstadium is dat?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Vrouwen en ongewenste kinderloosheid.

Sommige vrouwen kunnen geen kinderen krijgen.
Daarvoor zijn verschillende oorzaken.
De volgende verschijnselen bij een vrouw kunnen ongewenste kinderloosheid tot gevolg hebben.

1. In de baarmoeder vindt onvoldoende opbouw van baarmoederslijmvlies plaats.
2. Tijdens het begin van de zwangerschap wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten.
3. In de eileiders zijn verstoppingen aanwezig die de doorgang voor een eicel blokkeren.
4. Er treedt een sterke afweerreactie op tegen het embryo.
5. De placenta produceert onvoldoende progesteron.

Bij welke van deze afwijkingen is IVF (in-vitrofertilisatie) voor een vrouw mogelijk een oplossing om toch zwanger te worden?

Voortplanting

1/2 Reageerbuisbaby's.

Het komt voor dat een vrouw ook voor de menopauze geen kinderen kan krijgen. Als zowel de man als de vrouw genoeg gezonde voortplantingscellen produceren, is het tegenwoordig mogelijk de bevruchting buiten het lichaam van de vrouw te laten plaatsvinden. Men spreekt dan van IVF (in vitro fertilisatie).
Eicellen van de vrouw worden operatief uit een van de eierstokken gehaald en buiten het lichaam bevrucht. Na bevruchting ontwikkelen zich jonge embryo's. Enkele van deze embryo's worden in de baarmoeder van de vrouw ingeplant. Na 9 maanden kunnen een of meer 'reageerbuisbaby's' op de normale wijze geboren worden.

De volgende verschijnselen bij de vrouw kunnen ongewenste kinderloosheid tot gevolg hebben:

1. Tijdens het begin van de zwangerschap wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten.
2. In de eileiders zijn verstoppingen aanwezig die de doorgang voor een eicel blokkeren.
3. Er treedt een sterke afweerreactie op tegen het embryo.

Bij welke van deze afwijkingen is de beschreven IVF-behandeling voor de vrouw mogelijk een oplossing om toch zwanger te worden?

Voortplanting

2/2 Reageerbuisbaby's.

Na IVF is het mogelijk om alleen mannelijke of alleen vrouwelijke embryo's in de baarmoeder in te planten.

Ben je ervoor of ertegen dat deze mogelijkheid in de praktijk wordt toegepast? Noem een biologisch argument waarop je standpunt is gebaseerd.

Voortplanting

1/4 Angst voor kanker.

GEEN AANWIJZING VOOR KANKER DOOR IVF-BEHANDELING.

Een Australisch onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd dat het gebruik van hormonen om de eisprong te stimuleren het risico op kanker verhoogt (Lancet, 14 oktober). De afgelopen jaren waren er enkele onderzoeken gepubliceerd die een dergelijk verband suggereerden. Zo bleek vorig jaar uit een Amerikaans artikel dat onder vrouwen die een eisprongstimulatie hadden ondergaan 2,3 keer zo vaak ovariumkanker voorkwam. Ovariumkanker is echter een zeer zeldzame vorm van kanker; in absolute getallen ging het in dit groot opgezette onderzoek onder 3800 vrouwen om slechts 11 gevallen van ovariumkanker. Toch hebben dit soort observaties geresulteerd in bezorgdheid over de lange-termijneffecten van eisprongstimulatie, zoals die bijvoorbeeld wordt toegepast bij in-vitro-fertilisatie (IVF).
Bij het nieuwe onderzoek in Australië ging het om ruim 10.000 vrouwen uit de stad Melbourne, die tussen 1978 en 1992 wegens onvruchtbaarheid de plaatselijke IVF-kliniek hadden bezocht. Iets meer dan de helft van deze vrouwen was behandeld met eisprongstimulerende hormonen, zoals clomifeen of humaan-menopausaal-gonadotrofine. In de meeste gevallen ging het om minder dan drie cycli. De andere helft van de vrouwen was niet met dergelijke hormonen behandeld, bijvoorbeeld omdat ze spontaan zwanger waren
geworden of omdat bij hen een eicel via de natuurlijke weg was verkregen. Deze vrouwen fungeerden in het onderzoek als controlegroep. Nu, gemiddeld 5 jaar nadien (uitersten 1 en 15 jaar) hebben de onderzoekers via regionale en nationale kankerregisters uitgezocht hoeveel
van deze 10.000 vrouwen inmiddels kanker hebben gekregen.
Slechts 6 van hen bleken ovariumkanker te hebben, in beide groepen 3. Verder stonden er 34 gevallen van invasieve borstkanker geregistreerd, 16 in de groep die met hormonen behandeld was en 18 in de controlegroep. Het Australische onderzoek levert dus geen enkele aanwijzing dat eisprongstimulatie met hormonen vaker tot kanker leidt. Bij hun resultaten tekenen de Australiërs wel aan dat het aantal gevallen van ovariumkanker bijzonder klein was, zodat daar nauwelijks een conclusie uit getrokken kan worden. Bovendien was de duur van het onderzoek nog betrekkelijk kort; kanker komt immers vaak zeer langzaam tot ontwikkeling.
Een definitieve conclusie kan dus pas getrokken worden als de vrouwen vele jaren langer gevolgd zijn.

(NRC-Handelsblad, 26 oktober 1995).

Zie volgende scherm

Voortplanting

2/4 Angst voor kanker.

Beschrijf wat bij een IVF-behandeling wordt gedaan.

Voortplanting

3/4 Angst voor kanker.

Leg uit waarom het nieuwe Australische onderzoek geen aanwijzingen levert voor een vaker voorkomen van kanker.

Voortplanting

4/4 Angst voor kanker.

Geef een mogelijke verklaring met minstens drie argumenten voor de verschillen in uitkomst tussen het Amerikaanse en het Australische onderzoek.

Voortplanting

1/2 Reageerbuisbaby's.
Zie figuur C 83 van de bijlage.

Het komt voor dat een echtpaar geen kinderen kan krijgen, alhoewel zowel de man als de vrouw genoeg gezonde voortplantingscellen produceren. Het is tegenwoordig mogelijk bevruchting buiten het lichaam van de vrouw te laten plaatsvinden. Men spreekt dan van IVF (in vitro fertilisatie). De vrouw wordt van te voren behandeld met een hormoon waardoor in de eierstokken tegelijkertijd een aantal eicellen tot volledige rijping komt. Deze eicellen worden operatief uit een van de eierstokken gehaald en buiten het lichaam van de vrouw bevrucht. Na bevruchting ontwikkelen zich morula's. Enkele van deze morula's worden in de baarmoeder van de betreffende vrouw ingeplant. Hoewel meestal enige morula's gelijktijdig worden ingeplant, is de kans op het ontstaan van zwangerschap lang geen 100%. Na 9 maanden kan een 'reageerbuisbaby' op de normale wijze geboren worden.

Zie figuur C 83 van de bijlage.

Door de vrouw van te voren een hormoon toe te dienen, wordt de natuurlijke hormonale regulatie versterkt.

Wordt een hormoon toegediend dat werkt zoals oestrogeen of zoals progesteron?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Reageerbuisbaby's.

De volgende verschijnselen bij de vrouw kunnen ongewenste kinderloosheid tot gevolg hebben:

1. Tijdens het begin van de zwangerschap wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten.
2. In de eileiders zijn verstoppingen aanwezig die de doorgang voor een eicel blokkeren.
3. Er treedt een sterke afweerreactie op tegen het embryo.

Bij welke van deze afwijkingen is de beschreven IVF-behandeling voor de vrouw mogelijk een oplossing om toch zwanger te worden?

Voortplanting

1/4 Zwangerschap.
Zie figuur B 1359 van de bijlage.

Soms is een 'reageerbuisbevruchting' de enige manier voor een man en een vrouw kinderen te krijgen. Bij deze methode worden eicellen uit de ovaria gehaald. In een voedingsmedium worden deze eicellen samengebracht met zaadcellen zodat bevruchting kan plaatsvinden. Na de bevruchting vindt de eerste ontwikkeling van de embryo's in het voedingsmedium plaats Twee of meer embryo's worden daarna in de baarmoeder van de moeder ingebracht.

De afbeelding geeft drie ontwikkelingsstadia van een embryo weer. Deze stadia zijn alle op dezelfde schaal getekend.

In welk stadium zullen de embryo's in het lichaam van de vrouw worden ingebracht?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Zwangerschap.

Van de kinderen die na 'reageerbuisbevruchting' worden geboren, is het percentage tweelingen ongeveer 10%. Dat is beduidend hoger dan bij natuurlijke zwangerschap.
Over het type tweelingen dat meer wordt geboren na 'reageerbuisbevruchting' worden de volgende beweringen gedaan:

1. Er zullen vooral meer identieke tweelingen worden geboren.
2. Er zullen vooral meer niet-identieke tweelingen worden geboren.
3. De verhouding tussen identieke en niet-identieke tweelingen zal dezelfde zijn als bij natuurlijke zwangerschappen.

Welke van deze beweringen is juist?

Voortplanting

3/4 Zwangerschap.
Zie figuur B 1378 van de bijlage.

Om mogelijke afwijkingen van een ongeboren kind te onderzoeken, kan men een keuze maken uit een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest. Bij de beide onderzoeken wordt via een buisje dat door de buikwand en door de wand van de baarmoeder van de zwangere vrouw wordt gestoken, òf een kleine hoeveelheid vruchtwater opgezogen òf een paar cellen van het chorion afgehaald. In beide gevallen zijn er geen cellen van de moeder aanwezig in het testmateriaal.

Met welk nummer uit de afbeelding wordt de vruchtwaterholte aangeduid?
En met welk nummer het chorion?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 Zwangerschap.

Om mogelijke afwijkingen van een ongeboren kind te onderzoeken, kan men een keuze maken uit een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest.

Voor welke test kiest men het liefst?
Om welke reden maakt men die keuze?

Voortplanting

Kans op een tweeling na een IVF-behandeling.

De kans op een tweeling is ongeveer 1%.
Maar na een IVF-behandeling is die kans ongeveer 13%.

Waarom is die kans 13 keer groter?