Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Transportweefsel plant. Zie figuur B 790 van de bijlage.
In vier stengels van een plant werden inkepingen gemaakt. Uit deze inkepingen werd sap verzameld. Daarna werden de stengels ter hoogte van deze inkepingen dwars doorgesneden. In de tekeningen van deze dwarsdoorsneden is te zien hoe de inkepingen waren gemaakt.
Bij welke stengel of stengels stroomde water en zouten rechtstreeks uit de transportvaten in de inkeping?
afbeelding
Plantenanatomie
Diktegroei. Zie figuur B 846 van de bijlage.
Tekening P stelt een dwarsdoorsnede voor van een deel van een stam van een den. In foto Q is met een pijl aangegeven van welke plaats uit de stam de doorsnede van tekening P afkomstig is. De den is 10 meter hoog. De doorsnede is gemaakt op 4 meter hoogte.
Bestaan de transportvaten in het hout uit levende cellen? Bestaan de transportvaten in de bast uit levende cellen?
afbeelding
afbeelding
Plantenanatomie
Bast- en houtvaten.
Enkele beweringen over het voorkomen van bast- en houtvaten in planten zijn:
1. in de bladnerven komen bast- en houtvaten voor, 2. in de stengels komen alleen bastvaten voor, 3. in de wortels komen alleen houtvaten voor.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Plantenanatomie
Transport in plant. Zie figuur B 1884 van de bijlage.
De afbeelding geeft een boterbloem weer.
In welke van de aangegeven delen komen transportvaten voor?
afbeelding
Plantenanatomie
Transportweefsel plant. Zie figuur B 1885 van de bijlage.
De afbeelding is een foto van een doorsnede van een vaatbundel.
Welk cijfer geeft een vat aan of welke cijfers geven vaten aan waardoor vooral water met opgeloste zouten wordt vervoerd?
afbeelding
Plantenanatomie
Transportweefsel in stengel en blad. Zie figuur B 2076 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een dwarsdoorsnede weer van een stengel en van een blad van een plant.
Met welke cijfers wordt in deze afbeelding transportweefsel aangegeven?
afbeelding
Plantenanatomie
Vaatbundel. Zie figuur B 1950 van de bijlage.
De foto geeft één dwarsdoorsnede van een vaatbundel weer.
Welk cijfer kan een bastvat aangeven?
afbeelding
Plantenanatomie
Transportweefsel plant.
Transportkanalen voor het vervoer van water in een plant, treffen we aan
afbeelding
Plantenanatomie
Transportweefsel paardenbloem. Zie figuur A 213 van de bijlage.
In de figuur staat een paardenbloem getekend.
In welk orgaan of in welke organen treffen we vaatbundels voor het transport van stoffen aan?
afbeelding
Plantenanatomie
Vaatbundels in zaadplanten.
Waar komen in een zaadplant vaatbundels voor?
Plantenanatomie
Transportweefsel in stengel. Zie figuur B 1789 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede van een stengel van een plant voor.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich bastvaten?
afbeelding
Plantenanatomie
Transportweefsel in stengel en blad. Zie figuur B 691 van de bijlage.
Een stengel en een blad worden dwars doorgesneden bij P en Q. Op de doorsneden p en q geven de cijfers 1, 2, 3 en 4 delen van vaatbundels aan.
In welke delen bevinden zich houtvaten?
afbeelding
Plantenanatomie
Tweejarige tak van eik.
In een tweejarige zijtak van een eik komen onder andere de volgende delen voor: bastvaten, delende cellen, houtvaten.
In welke van deze delen zal gemiddeld de celwand het dikst zijn?
Plantenanatomie
Doorsnede blad. Zie figuur B 3557 van de bijlage.
In de afbeelding is een dwarsdoorsnede van een deel van een blad getekend. Twee delen zijn genummerd. Over deze delen worden de volgende beweringen gedaan.
1. De stevigheid van deel 1 ontstaat door de aanwezigheid van cellulose en houtstof in de celwanden. 2. Deel 2 verkrijgt stevigheid door turgor.
Welke van deze beweringen is of zijn juist?
afbeelding
Plantenanatomie
Vaatbundel. Zie figuur B 3202 van de bijlage.
De foto geeft een doorsnede van een vaatbundel weer.
Welk weefsel wordt aangegeven met het witomlijnde vak P?
afbeelding
Plantenanatomie
Bladstructuur en verdamping.
Vier planten van verschillende soorten maar met een even groot bladoppervlak werden dezelfde omgeving geplaatst. De hoeveelheid water die uit de bladeren verdampte, werd gemeten en is in onderstaande tabel weergegeven. afbeelding
Welke plant zal waarschijnlijk de dikste waslaag en de minste huidmondjes hebben?
Plantenanatomie
Uitdroging bij planten.
Bij bladeren van planten kunnen de volgende eigenschappen voorkomen:
1. diep verzonken huidmondjes, 2. huidmondjes aan de bovenkant, 3. groot oppervlak met veel huidmondjes, 4. klein oppervlak met een waslaag.
Welke van bovenstaande eigenschappen beschermen het meest tegen uitdroging?
Plantenanatomie
Bladstructuur en huidmondjes.
Van drie planten is het aantal huidmondjes per mm2
blad aangegeven.
afbeelding
Welke van deze planten kan een waterplant met drijvende bladeren zijn?
Plantenanatomie
Bladstructuur van paardenbloemen. Zie figuur B 826 van de bijlage.
De tekeningen stellen vier bladeren van vier verschillende paardenbloemen voor. De bladeren zijn even lang en vertonen - behalve de bladvorm - geen verschillen.
Uit welk blad zal onder gelijke omstandigheden de kleinste hoeveelheid water per dag verdampen?
afbeelding
Plantenanatomie
Bladstructuur van paardenbloemen. Zie figuur B 826 van de bijlage.
De tekeningen stellen vier bladeren van vier verschillende paardenbloemen voor. Aan elk van deze vier planten komt maar één type blad voor. De getekende bladeren zijn even lang en vertonen behalve de bladvorm geen verschillen.
Welk blad is waarschijnlijk afkomstig van de paardenbloem die het best aan een droge standplaats is aangepast?