Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

De productie, het vervoer en het gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen (insecticiden) heeft tot gevolg dat ongewenste stoffen in het milieu terechtkomen. Er is daarbij sprake van milieuverontreiniging, waardoor de gezondheid van onder andere de mens bedreigd wordt.
Over deze insecticiden worden twee beweringen gedaan:

I. Door schadelijke insecten te bestrijden, dood je ook de goede insecten.
II. Insecticiden geven bij de te bestrijden insecten op den duur resistentie.

Ecologie

Huishoudafval.

In ons land wordt elk jaar zo'n 4,3 miljoen ton huishoudelijk afval geproduceerd.
Het afval kan in enkele groepen worden ingedeeld:

1. groente-, fruit- en tuinafval,
2. glas,
3. plastic,
4. metaal,
5. papier.

Compostering en recycling zijn twee vormen van afvalverwerking.

Welke van de genoemde groepen afval is of zijn composteerbaar?

Ecologie

Selectie.

Om een grotere productie van voedsel te verkrijgen wordt o.a. selectie toegepast.

Wat houdt selectie in?

Ecologie

Veredeling.

Een van de manieren waarop een grotere productie van voedsel kan worden verkregen, is het toepassen van veredeling.

Wat houdt veredeling in?

Ecologie

Een bekend proces.

Hieronder is een bekend proces weergegeven:

water + koolstofdioxide + zonlicht ® suiker + zuurstof

Bij welke groep organismen komt dit proces voor?

Ecologie

Compost.

Bij welke afvalgroep kan uit het afval compost ontstaan?

Bij [invulveld]

Ecologie

Compost.

Bevat compost voedingsstoffen voor planten?

Het antwoord luidt: [invulveld] (ja of nee)

Ecologie

De Oosterscheldedam.

Tekst:

De Oosterschelde is een zeearm. Bij laag water zijn grote delen van de Oosterschelde drooggevallen. Op de grote zandige platen die dan zichtbaar zijn, krioelt het van de vogels die op zoek zijn naar wormen en schelpen in de bodem. Door de vloed worden de vogels verdreven en kunnen de talrijke wormen en schelpdieren de microscopisch kleine algen en diertjes vangen die in het zeewater rondzweven.
In de Oosterschelde is een waterdoorlatende dam gebouwd. De Oosterscheldedam gaat alleen met storm helemaal dicht. Door de dam verandert het waterpeil bij hoog en laag water minder dan vroeger. Daardoor is het deel dat bij laag water droogvalt kleiner geworden.
Een bepaalde plaats in de Oosterschelde valt tegenwoordig nog maar zelden droog. Op die plaats zitten meer wormen in de bodem dan voor de komst van de dam.

Geef de voedselketen die uit de bovenstaande tekst af te leiden is.

Ecologie

Reducenten.

Enkele groepen organismen zijn: bacteriën, kruidachtige planten, loofbomen en schimmels.

Noem de groep of groepen hiervan die men tot de reducenten rekent.

Ecologie

Biologie en politie.

Tekst:
De activiteit van veel insecten is onder andere afhankelijk van de temperatuur en het licht. Dit geldt ook voor de aasvlieg Lucilia sericata. De larven van Lucilia sericata leven als aaseter op de lijken van zoogdieren. De aasvliegen zijn lichtminnend: in het donker vertonen ze geen activiteit. Vrijwel direct na het doodgaan van een dier komen deze Lucilia-vliegen in grote aantallen op het kadaver af. Na deze eerste invasie volgen ook andere lichtminnende insecten zoals kaasvliegen. Nog later verschijnen ook allerlei kevers bij het lijk.

bewerkt naar: de Volkskrant, februari 1996

Op een lijk, dat in een donkere grot werd aangetroffen door de politie, bevonden zich grote aantallen Lucilia-larven en geen larven van andere insecten zoals kaasvliegen of bepaalde kevers.

Welke twee conclusies kan de politie hieruit ten aanzien van het lijk trekken?

Ecologie

De Kardinaalsmuts.
Zie figuur B 2698 van de bijlage.
Tekst:
Planten en dieren in het duingebied onderhouden verschillende voedselrelaties met elkaar, maar de Kardinaalsmuts weet wel erg veel eindjes aan elkaar te knopen.
Voor de Zwarte bonenluis, een bladluizensoort, is deze struik een belangrijke redder in de winter: op de slapende knoppen komen de eitjes probleemloos de winter door. In maart-april boren de larfjes uit deze eitjes meteen vaatbundels aan om aan sap te komen. In korte tijd ontstaat uit ieder larfje een stammoeder, die in zich een groot aantal embryo's draagt, zonder dat er een mannetje aan te pas is gekomen.
Mieren melken zwarte bonenluizen en vreten de rupsen van stippelmotten. In de tweede helft van mei verschijnen in de kardinaalsmuts namelijk veel spinsels met daarin eieren van een stippelmotje. De rupsen die uit de eieren in de spinsels ontstaan, doen zich tegoed aan de bladeren van de kardinaalsmuts, maar worden zelf ook gegeten door vogels, sluipwespen en roofwantsen. In oktober vormt de kardinaalsmuts roze vruchten met opvallende oranje zaden. Vogels eten deze zaden graag als ze geen rupsen meer kunnen vinden.
In de winter wordt de kardinaalsmuts ook nog eens geschild door konijnen die de bast tot konijnenhoogte afknagen waardoor er een witte kale stam overblijft. Ook dat overleeft de plant door de aanmaak van nieuwe vaatbundels uit diep in het hout gelegen groeiweefsel.

Teken een voedselnet waarin de organismen die in de tekst zijn onderstreept, verwerkt zijn.
Plaats de pijlen die de voedselrelaties tussen deze organismen weergeven.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/8 Schimmels.

Een hondendrol bevat voedselresten. Deze resten zijn weer voedsel voor talloze bacteriën en schimmels. Ze verbruiken de nog bruikbare stoffen in de drollen. Dat verbruiken gaat in een vochtige zomer sneller dan in een droge zomer of in de winter.
Sporen zijn cellen die zorgen voor de voortplanting van schimmels. Sommige sporen ontwikkelen pas tot complete schimmels als ze in het verteringskanaal van een dier geweest zijn. In het verteringskanaal wordt het begin van de ontwikkeling gestimuleerd door veel zuur en door een hoge temperatuur. Uiteindelijk worden de sporen complete schimmels in een verse drol.

Noem twee abiotische factoren die volgens de tekst van invloed zijn op de ontwikkeling van de schimmels uit de sporen.

Ecologie

2/8 Schimmels.

De delen van het verteringskanaal van een hond hebben dezelfde namen en functies als de delen van het verteringskanaal van een mens.

In welk deel van het verteringskanaal van een hond zijn de omstandigheden vooral zo dat de ontwikkeling van schimmelsporen wordt gestimuleerd?

Ecologie

3/8 Schimmels.

Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?

1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.

Ecologie

4/8 Schimmels.

De hoeveelheid poep van een hond is mede afhankelijk van het soort voedsel dat de hond krijgt. In modern hondenvoer is vaak plantaardig voedsel verwerkt. Van een kilo plantaardig voedsel blijft na vertering meer poep over dan van een kilo dierlijk voedsel.

Geef een oorzaak voor dit verschil.

Ecologie

5/8 Schimmels.

Men deed in een zomer een onderzoek naar de invloed van de hoeveelheid regen op de aanwezigheid van schimmels op hondendrollen. In het verslag stond: "Regen bevordert het ontstaan van schimmels op hondendrollen".

Is deze zin in het verslag op te vatten als een conclusie, als een methode van onderzoek of als een werkplan bij het onderzoek?

Ecologie

6/8 Schimmels.

Schimmels gebruiken enzymen bij de vertering van een hondendrol. In de winter wordt een hondendrol op straat minder snel verteerd dan in de zomer.

Waardoor is dat verschil hier vooral te verklaren?

1. Doordat de activiteit van enzymen afhangt van de temperatuur.
2. Doordat hun activiteit afhangt van de zuurgraad.

Ecologie

7/8 Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels zijn stoffen nodig voor deze afbraak.

Is koolstofdioxide een van die stoffen?
En zuurstof?

Ecologie

8/8 Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels komen stoffen vrij, die door planten kunnen worden opgenomen.

Is koolstofdioxide een van deze stoffen?
En horen mineralen tot die stoffen?

Ecologie

1/2 Viskweek en schoon water.

Viskwekers hebben een groot probleem met het water waarin zij vissen kweken.
Dit water wordt vervuild door vissenpoep. Als gevolg van die vervuiling komen er in die vijvers veel voedingszouten voor, waardoor algen zich sterk gaan vermeerderen.

Leg uit waardoor in een vijver met veel vissenpoep veel voedingszouten gevormd worden.