Oefentoets Biologie: Evolutie - ouderdomsbepaling | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 6 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

6

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Evolutie

Ouderdomsbepaling.

In de bovenste lagen van de atmosfeer wordt door kosmische straling uit 12 C de radioactieve 14 C-isotoop gevormd. Het percentage waarin 14 C voorkomt, evenals de snelheid waarmee 14 C weer vervalt in 12 C, is bekend. Aldus kan men door metingen van het resterende 14 C-gehalte in botmateriaal de ouderdom van fossiele beenderen bepalen.

Voor de ouderdomsbepaling meet men nu het gehalte van de 14 C-isotoop in de beenderen, dat destijds daarin gekomen is door

Evolutie

Datering.

Een paleontoloog vindt een gidsfossiel van een soort waarvan bekend is dat deze ongeveer 17.000 jaar geleden heeft geleefd. Om dit te controleren voert hij een datering uit met de radioactieve isotoop 14 C. De halfwaardetijd van 14 C is 5730 jaar. Hij vindt een bepaalde verhouding 14 C/12 C. Hij vergelijkt deze verhouding met die in levende organismen van verwante soorten.

Welk resultaat kan hij verwachten?

Evolutie

Stenen.

Bij de analyse van een bepaald fossielhoudend gesteente blijkt dat het 3x zoveel 238 Uranium als 206 Lood bevat. 206 Lood ontstaat als het radioactieve 238 Uranium vervalt. De halfwaardetijd van dit proces is 4,5 miljard jaar. 206 Lood is een stabiel element.

Hoe oud is het gesteente?

Evolutie

De leeftijd van een skelet bepalen.

Eind november 1997 werd bij Hardinxveld-Giessendam een skelet gevonden van een vrouw die ca. 7000 jaar geleden moet hebben geleefd. Deze 'Trijntje' is tussen de 45 en 60 jaar oud geweest toen ze werd begraven.

Waarop zal de schatting van haar leeftijd, tussen de 45 en 60 jaar, zijn gebaseerd?

Evolutie

14 C-methode.

Ten behoeve van de ouderdomsbepaling van fossielen wordt wel het gehalte van de koolstofisotoop 14 C in de beenderen gemeten.

Hoe is deze koolstofisotoop destijds in de beenderen terecht gekomen?