Genetica
Geno- en fenotype.
In de volgende opsomming worden steeds twee of meer organismen met elkaar vergeleken voor een bepaalde eigenschap:
1. een ééneiige tweeling verschilt in intelligentie;
2. de naalden van één dennentak vertonen lengteverschillen;
3. twee leden van een kloon van eencellige organismen met verschillend celvolume;
4. twee personen hebben even lang in de zon gezeten maar worden niet even bruin;
5. twee zwartbonte koeien, waarvan de een roodbonte en de ander alleen maar zwartbonte kalveren kan krijgen.
In welke gevallen is het genotype gelijk en het fenotype verschillend?





