Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Vampiers en bloedzuigers.

Vampiers zijn kleine, in kolonies levende vleermuizen die alleen voorkomen in Midden- en Zuid-Amerika. 's Nachts voeden zij zich met het bloed van zoogdieren. Ze snijden met hun tandjes een stukje huid weg, waarna ze het uitstromende bloed oplikken. Hun speeksel bevat o.a. een stof die het tromboplastine remt.
Bloedzuigers zijn wormen die in het water leven. Zij leven o.a. van het bloed van vissen en andere waterdieren.
Het speeksel van deze bloedzuigers bevat hirudine dat het enzym trombine remt.

Is de vampier een consument van de eerste, tweede of een hogere orde? En de bloedzuiger?

Ecologie

1/3 Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras.

Tekst:
Op verschillende plaatsen langs wegen worden de laatste jaren plantensoorten aangetroffen die vroeger alleen langs de zeekust voorkwamen. De oorzaak daarvan is het overvloedig strooien van pekel in de winter.
Pekelzout is voornamelijk NaCl. Het gaat in dit geval om de plantensoorten Zilte schijnspurrie (Spergularia salina) en Stomp kweldergras (Puccinellia distans).
Planten van beide soorten groeien op kale plaatsen in zilte terreinen. Kale plaatsen zijn vaak het gevolg van betreding, waardoor de grond wordt verdicht.

bewerkt naar: Nederlandse Oecologische Flora, deel 1, E. J. Weeda e.a., Hilversum, 1985, 202

Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras zijn geen nauw verwante soorten.

Zie volgende scherm

Ecologie

2/3 Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras.

Kweldergras blijkt in laboratoriumomstandigheden ook goed te groeien in een bodem zonder zout. In de vrije natuur komt kweldergras op niet zoute bodems nauwelijks voor.
Els denkt dat kweldergras op niet-zoute bodems concurrentie ondervindt van andere grassen, bijvoorbeeld van raaigras. Els wil deze veronderstelling onderzoeken en voert daartoe een experiment uit.
Zij heeft de beschikking over de volgende materialen:

- zaden van raaigras,
- zaden van kweldergras,
- potten,
- potgrond,
- water.

Beschrijf een werkplan dat Els voor dit experiment kan gebruiken.

Ecologie

3/3 Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras.

Beschrijf een mogelijk resultaat van dit experiment dat de veronderstelling van Els bevestigt.

Ecologie

Krabbenlarven.

Krabben worden vaak door zeevogels als voedsel gebruikt. Krabben ontkomen nogal eens aan hun predator, door zich razendsnel in het zand in te graven zodra zij 'het idee krijgen' dat de predator in de buurt is. Een nadeel is dat de krabben dan niet naar voedsel kunnen zoeken.
Uit onderzoek aan de krabbensoort Uca lactea is gebleken dat deze krab zich slechts 2 minuten onder het zand verborgen houdt. Daarna komt hij weer te voorschijn en gaat naar voedsel zoeken.
Naar aanleiding van het gedrag van predator (zeevogel) en prooi (krab) worden twee uitspraken gedaan:

1. Krabben die korter dan 2 minuten ingegraven zijn, verdwijnen als gevolg van predatie door de vogels uit de populatie;
2. Krabben die langer dan 2 minuten ingegraven zijn, verdwijnen als gevolg van voedselconcurrentie uit de populatie.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Ecologie

Metromuggen in Londen.

De muggen in het Londense metrostelsel zetten hun eitjes in het water af. De larven die uit deze eitjes komen, leven in het water. Door gebrek aan licht kan de voedselketen waar deze larven deel van uitmaken, hier niet met producenten beginnen.

Waarmee zal de voedselketen, waar de muggenlarven deel van uitmaken, beginnen?

Ecologie

Vleermuizen.

In Nederland overwinterende vleermuizen houden een winterslaap. Vleermuizen in de tropen gaan niet in winterslaap.

Door welke biotische milieufactor kunnen vleermuizen in de tropen overleven zonder winterslaap?

Ecologie

Leven op de waakvlam.

Onderzoekers zijn er nog niet uit welke factoren leiden tot de overgang van zomerse activiteit naar winterslaap. Kouder weer, dus verlaging van de temperatuur op zich, is niet voldoende.

Noem nog een andere abiotische factor die een rol zou kunnen spelen bij het ingaan van de winterslaap.

Ecologie

Hepatitis-A.

Tekst:
Hepatitis-A is een infectieziekte van de lever, veroorzaakt door het hepatitis-A-virus. Opvallende symptomen van hepatitis-A zijn onder andere: koorts, hoofdpijn, vermoeidheid en diarree, gevolgd door donkere urine en lichtgekleurde ontlasting. Hepatitis-A is erg besmettelijk. Het virus bevindt zich in de ontlasting. Overal waar de hygiëne en de sanitaire voorzieningen te wensen overlaten, bestaat een risico op hepatitis-A infectie. Water waarin riolen uitkomen en waarin gezwommen wordt, is niet alleen een directe infectiebron voor zwemmers, maar ook een indirecte wanneer schaal- en schelpdieren zoals garnalen, oesters en mosselen gegeten worden.
Garnalen, oesters en mosselen voeden zich o.a. met materiaal uit ontlasting.
In de afbeelding hieronder zijn schema's weergegeven die omzettingen van stoffen door organismen weergeven.

afbeeldingafbeelding

Zijn garnalen te beschouwen als consumenten of als reducenten?
Welke schema's zijn daarvan de beste weergave?

Ecologie

Malaria.

Bestrijding is, meer dan een eeuw na Ross' ontdekking, nog altijd een probleem. Veel populaties van de Anopheles-mug zijn resistent geworden tegen verschillende insecticiden. Bovendien zijn veel populaties van de parasiet resistent tegen malariamedicijnen.

Leg uit hoe een populatie Anopheles-muggen resistent wordt tegen een insecticide.

Ecologie

Oorlog in de neus.

Op de site van Noorderlicht stond het volgende artikel:
Miljarden bacteriën houden ons dag en nacht gezelschap. Ze bewonen onze darmen, huid, mond en neus. Vaak levert deze samenleving voordelen voor beide organismen op. Zo voorzien de bacteriën in onze darmen ons van een voorraadje vitamine K, als dank voor de voedselresten die wij niet hebben opgenomen. Vitamine K speelt een rol bij de bloedstolling.
Niet altijd hebben wij voordeel van onze 'gasten'. Streptococcus pneumoniae en Haemophilus influenzae zijn bacteriën, die beide in de neus voorkomen. Zij houden zich koest, tot hun gastheer op een dag wat minder lekker in zijn vel zit.
Dan kunnen ze ineens nare ontstekingen in oren, neus en keel veroorzaken, en soms zelfs hersenvlies- of longontsteking.
De neusbacteriën maken ook elkaar het leven zo zuur mogelijk. Allerlei mechanismen worden gebruikt om de concurrerende soort uit te schakelen. Als in het laboratorium de beide soorten samen (buiten de neus) worden opgekweekt, delft Haemophilus influenzae het onderspit. Streptococcus pneumoniae produceert onder andere waterstofperoxide, dat voor een snelle dood van Haemophilus influenzae zorgt. Ook produceert hij een enzym dat de celwand van zijn tegenstander afbreekt. Vreemd genoeg overleeft juist Haemophilus influenzae in de natuurlijke omgeving, de neus, beter. Als beide soorten samen in de neus worden gebracht, neemt Streptococcus pneumoniae snel in aantal af en blijft het aantal Haemophilus influenzae bacteriën stabiel.
Onderzoekers ontdekten dat deze laatste soort stoffen afscheidt die bepaalde cellen uit ons bloed activeren. Hoewel deze cellen geen onderscheid maken tussen verschillende indringers, wordt Streptococcus pneumoniae door deze cellen opgenomen en verteerd, en ontsnapt Haemophilus influenzae aan hun activiteit, waardoor hij binnen enkele dagen het neusslijmvlies voor zich alleen heeft.
In de neus en luchtwegen van de mens spelen abiotische factoren een rol voor de beschreven bacteriën.

- Noem twee abiotische factoren in neus- en luchtwegen.
- Leg uit welke rol deze abiotische factoren spelen bij de groei van de bacteriën.

Ecologie

Biologie en politie.

Geef de naam van het bovenbeschreven verschijnsel waarbij in een vaste volgorde steeds nieuwe soorten een bepaalde leefomgeving koloniseren.

Dit verschijnsel heet: [invulveld]

Ecologie

Het vrouwtje van Bakkum.
Zie figuur C 310 van de bijlage.

Van 1980 tot 1993 werd in de duinen bij Bakkum een zwarte specht (Dryocopus martius) gevolgd. Dit was een vrouwtje, het 'vrouwtje van Bakkum'. Het onderzoek leverde veel kennis op over het leven van deze vogelsoort. Zwarte spechten bezetten in oude bossen een territorium van minimaal 5 km2 . Ze leven van insecten die ze uit de spleten in de bast van de dennen halen. Ze slapen in abelen (zilverpopulieren). In de vrij zachte stam van zo'n abeel wordt een gat uitgehakt, dat als slaap- en nestholte dient.
Over de grootte van het territorium van de zwarte specht worden drie beweringen gedaan:

Bewering 1: de zwarte specht heeft zo'n groot territorium om aan voldoende voedsel te komen;
Bewering 2: de zwarte specht heeft zo'n groot territorium nodig omdat hij zeldzaam is in de duinen;
Bewering 3: sterke vogels bezitten altijd grote territoria.

Welke bewering is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Het vrouwtje van Bakkum.

Het vrouwtje van Bakkum, een zwarte specht, werd regelmatig lastiggevallen door kauwtjes, die probeerden haar nestholte in te nemen. Jaarlijks werden enkele van haar jongen uit het nest geroofd door een boommarter.
Tussen organismen komen verschillende relaties voor zoals bijvoorbeeld commensalisme, competitie, mutualisme, parasitisme en predatie.

Met welke van de genoemde termen geeft men de relatie aan tussen deze kauwtjes en de zwarte specht?
En met welke term geeft men de relatie aan tussen de boommarter en de jongen van de zwarte specht?

tussen deze kauwtjes en de zwarte specht: [invulveld]
tussen de boommarter en de jongen van de zwarte specht: [invulveld]

Ecologie

1/2 De Magot in Europa.
Zie figuur B 3753 van de bijlage.

De Magot is de enige apensoort die in Europa voorkomt. Hij leeft op het bij Groot-Brittannië horende Gibraltar (zie de afbeelding). Verder komt deze apensoort in Noord-Afrika voor. Het is niet meer met zekerheid vast te stellen of de magots van Gibraltar inheems zijn of dat ze door de mens zijn uitgezet. Fossiele resten van magotachtige apen heeft men echter op verschillende plaatsen in Europa gevonden. Als de oorspronkelijke Gibraltar-apen de laatste nakomelingen zijn van deze 'Europese apen', kunnen we de huidige dieren toch niet meer inheems noemen. De Engelsen hebben de magotkolonie op de rots van hun zeevesting Gibraltar namelijk herhaaldelijk vanuit Afrika moeten aanvullen.

In de tekst wordt het begrip kolonie gebruikt.

Geef de andere biologische term voor kolonie die hier in de tekst kan worden gebruikt.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 De Magot in Europa.

De apen worden tegenwoordig zo goed beschermd door de Engelsen dat er soms zelfs sprake is van een plaag. In dat geval worden dieren gevangen en naar dierentuinen overgebracht.

Behalve bescherming door de mens zijn er nog meer biotische factoren die een plaag kunnen veroorzaken.

Geef twee van zulke factoren.

Ecologie

Mammoetmaag toont hoe steppe toendra werd.
Zie figuur E 53 van de bijlage.

Onderzoeker Van Geel beweert: "Begrazing stimuleert de groei van grassen. De groeipunten, meristemen, zitten bij gras vlak boven de wortel. Bij de meeste soorten van de toendravegetatie zitten die meristemen in de stengeltop en dan remt begrazing de groei. Door bemesting en begrazing groeit het gras beter en dat is weer goed voor de grazers. Als je die grazers weghaalt heeft dat ook invloed op de vegetatiesamenstelling van de grassteppe."
Over deze successie op de steppe worden drie uitspraken gedaan:

1. Door de begrazing van de vegetatie worden de grassen bevoordeeld en andere plantensoorten benadeeld.
2. Door de begrazing door de grote zoogdieren op de steppe vindt er een selectie plaats waardoor grassen zich kunnen uitbreiden.
3. Door de selectie van de grassen ten opzichte van andere plantensoorten worden de grote grazers bevoordeeld.

Welke van deze uitspraken zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Onderzoek in een kas.

Een tuinder heeft een aantal grote productiekassen met tomatenplanten. Ondanks flinke investeringen in betere verlichting en verwarming is zijn oogst toch niet toegenomen. Alle planten in de kassen zijn gezond; de water- en kunstmestvoorziening is optimaal.

Noem nog een andere factor die beperkend kan werken voor de tomatenoogst en waaraan de tuinder niets heeft gedaan.

Ecologie

Voedsel en eiwitten.

Vlinderbloemige planten zoals de sojaplant, leven vaak in symbiose met knolletjesbacteriën. Van deze symbiose hebben beide organismen voordeel.

- Waaruit bestaat het voordeel van de bacterie in deze symbiose?
- Waaruit bestaat het voordeel van de sojaplant in deze symbiose?

Ecologie

Kikkers.

Kikkereieren worden zowel door vissen (vanuit het water) als door vogels (vanuit de lucht) als voedsel gebruikt. Deze eieren vallen niet al te zeer op in hun milieu: sloten met een vaak modderige bodem.

Leid uit deze informatie af door welke schutkleur of schutkleuren de eieren van kikkers zo min mogelijk opvallen?