Oefentoets Biologie: Assimilatie | VWO 5/VWO 6 | variant 1

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie

Zuurstofproductie.

Tijdens de lichtreactie van de fotosynthese wordt zuurstof (O2 ) geproduceerd.

Wat is de bron van die zuurstof?

Assimilatie

Een proef met algen.

Veronderstel dat in een belichte cultuur van eencellige Chlorella-algen fotosynthese plaatsvindt en dat plotseling het licht uitgaat.

Wat gebeurt er dan met de concentraties 3-fosfoglycerinezuur en ribulose 1,5-difosfaat in de volgende minuut?

Assimilatie

Twee fotosystemen.

Welke van de volgende uitspraken over de verschillen tussen fotosysteem I en fotosysteem II is juist?

Assimilatie

Stofwisselingsschema.
Zie figuur B 4859 van de bijlage.

Zet de begrippen uit het schema hiernaast, die in de rechter kolom zijn geplaatst, bij de juiste cijfers in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • energie

  • koolhydraten

  • eiwitten

  • 1

  • 2

  • 3

Assimilatie

De draadalg Spirogyra.
Zie figuur B 4860 van de bijlage.

Draden van de alg Spirogyra trichomes werden op een medium geplaatst waarin facultatief aërobe bacteriën werden geïncubeerd. Daarna werd een aantal algendraden belicht met een dunne lichtstraal die passeerde door een dunne kolom, waarbij een spectrum ontstond (zie afbeelding hiernaast).

In welk deel van de draad vindt men nu de hoogste concentratie bacteriën?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Zonne-energie.

De totale hoeveelheid zonne-energie die op een oppervlak valt, wordt gelijkgesteld aan K.

Wat is de beste schatting van de netto productie op het vierde trofische niveau?

Dissimilatie

1/4 Respiratoir quotiënt.

Het respiratoir quotiënt (RQ) is de verhouding tussen het volume van de bij de dissimilatie geproduceerde CO2 en het volume van de bij de dissimilatie verbruikte O2 :

afbeeldingafbeelding

Bij de bepaling van het RQ wordt aangenomen dat de longventilatie is aangepast aan de weefselademhaling. In die situatie zijn de hoeveelheden via de longen afgegeven CO2 en opgenomen O2 gelijk aan de door de weefsels afgegeven respectievelijk opgenomen hoeveelheden. De reactievergelijkingen van de oxidatie van een koolhydraat, een vet en een aminozuur zijn:

- C6 H12 O6 + 6 O2 ® 6 CO2 + 6 H2 O
- C57 H104 O6 + 80 O2 ® 57 CO2 + 52 H2 O
- 2 C3 H7 O2 N + 6 O2 ® (NH2 )2 CO + 5 CO2 + 5 H2 O

In de tabel hieronder zijn enkele gegevens vermeld met betrekking tot O2 -verbruik, CO2 -productie en energie-opbrengst bij de dissimilatie van koolhydraten, vetten en eiwitten.

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Assimilatie

In sloot en plas.

Waterplanten kunnen CO2 en/of HCO3 - als koolstofbron voor de fotosynthese gebruiken. Over deze koolstofbronnen gaat de volgende tekst:

Tekst:
Zie figuur B 2429 van de bijlage.

We zien dat koolzuur in drie vormen in het water kan voorkomen, nl. de moleculaire vorm CO2 en in ion-vorm als HCO3 - en als CO3 2- . De concentratieverhouding waarin deze vormen optreden wordt in sterke mate bepaald door de pH, zoals in de afbeelding is weergegeven.

Zie figuur A 459 van de bijlage.

De snelheid van de fotosynthese hangt samen met de pH. In de afbeelding A 459 is voor twee planten het verband weergegeven tussen fotosynthesesnelheid en pH. Vergelijk deze gegevens met afbeelding B 2429.

Leg uit welke van de planten 1 en 2 het meest aangepast is aan een milieu waarin alleen HCO3 - als koolstofbron aanwezig is.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Assimilatie

In en langs het water.

Pijlkruid wordt de intensiteit van de fotosynthese per cm2 bladoppervlak van bladeren van type 2 vergeleken met die van bladeren van type 3 bij een gelijke verlichtingssterkte en bij een temperatuur van 20°C. De partiële CO2 -spanning en de CO2 -concentratie-gradiënt is bij beide typen bladeren gelijk.

Leg met behulp van bovenstaande gegevens uit dat de intensiteit van de fotosynthese per cm2 bladoppervlak in bladeren van type 2 groter is dan in bladeren van type 3.

Assimilatie

Een ecosysteem.

Op niveau Q wordt stralingsenergie vastgelegd in organisch stoffen.

Hoe wordt dit omzettingsproces genoemd?

afbeeldingafbeelding