Oefentoets Biologie: Assimilatie-dissimilatie | VWO 1/VWO 2 | variant 1

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie en dissimilatie

1/3 Een experiment.
Zie figuur B 1184 van de bijlage.

Leerlingen doen een experiment met een waterplant.
Een takje waterpest wordt afgesneden en omgekeerd in een reageerbuis met slootwater voor het raam gezet.
Iedere ochtend om 10 uur doen ze een waarneming.
Vanuit het plantje stijgen gasbelletjes op.

Uit welk gas bestaan de belletjes vooral?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

2/3 Een experiment.

Op vier achtereenvolgende dagen tellen de leerlingen 's morgens om 10 uur het aantal gasbelletjes dat per minuut opstijgt. Ze noteren ook de weersomstandigheden. De temperatuur in het lokaal is steeds 20°C.
De resultaten staan weergegeven in onderstaande tabel.
afbeeldingafbeelding

Zie figuur B 2908 van de bijlage.

Maak op het uitwerkblad een staafdiagram van de resultaten.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

3/3 Een experiment.

Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit experiment.

Assimilatie en dissimilatie

1/6 Een experiment.

In een plant kan zowel verbranding als fotosynthese optreden.

Is voor verbranding koolstofdioxide nodig?
En is voor fotosynthese koolstofdioxide nodig?

Assimilatie en dissimilatie

2/6 Een experiment.

Bij een experiment wordt een indicator gebruikt die in kraanwater aangeeft of de hoeveelheid koolstofdioxide toeneemt of afneemt. In gewoon kraanwater is de kleur van de indicator oranje. In de tabel hieronder staat aangegeven hoe de kleur verandert als de hoeveelheid koolstofdioxide verandert.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur B 3301 van de bijlage.

Drie reageerbuizen worden gevuld met kraanwater, waaraan wat van de indicator wordt toegevoegd. In twee buizen wordt ook een waterplantje gedaan.
Eén van de buizen met een plantje wordt ingepakt, zodat er geen licht meer bij kan (zie de afbeelding). De buizen worden de hele dag voor het raam in de zon gezet.

Welke kleur zal het water in buis 1 na enkele uren hebben? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

3/6 Een experiment.

Treedt er fotosynthese op in het plantje in buis 2?
En treedt er verbranding op in het plantje in buis 2?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

4/6 Een experiment.

Leg uit wat de functie is van buis 3 tijdens het experiment.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

5/6 Een experiment.
Zie figuur B 3302 van de bijlage.

Bij een volgend experiment worden twee andere buizen gevuld met kraanwater en wat van dezelfde indicator: buis 4 en buis 5. In buis 4 worden enkele slakjes gedaan en in buis 5 enkele slakjes en een waterplantje (zie de afbeelding hiernaast). Beide buizen worden voor het raam in het licht gezet.

Wat zal de kleur van het water in buis 4 na enkele uren zijn? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

6/6 Een experiment.

De kleur in buis 5 verandert niet. Dit betekent dat de hoeveelheid koolstofdioxide in het water gelijk blijft.

Leg uit waardoor de hoeveelheid koolstofdioxide in het water van buis 5 gelijk blijft.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Groot dooiermos.

Groot dooiermos is een opvallende soort korstmos. De kleur is meestal groen/geel. Groot dooiermos groeit op de schors van bomen, maar ook op stenen en dakpannen. In groot dooiermos kan onder andere fotosynthese plaatsvinden. Hierbij wordt glucose gemaakt.

Welke andere stof ontstaat hierbij?

Assimilatie en dissimilatie

Algen bij de afvalwaterzuivering.

In het water in een installatie voor afvalwaterzuivering leven veel algen en bacteriën. Om de afbraak van organische stoffen beter te laten verlopen wordt voortdurend lucht met veel zuurstof door het afvalwater gemengd.
Dat is niet bedoeld om de algen en bacteriën in leven te houden; ze blijven zonder deze extra lucht ook wel in leven.

Is dit mengen met lucht vooral bedoeld om de fotosynthese in deze algen te bevorderen?
En om de verbranding in deze bacteriën te bevorderen?

Assimilatie en Dissimilatie

Asperges.
Zie figuur A 398 van de bijlage.

Kweken van asperges.
Asperges kunnen alleen op lichte, droge grond geteeld worden. In april moeten de jonge aspergeplantjes uitgeplant worden. Hiervoor wordt de grond diep gespit en wordt een geul gegraven van 25 cm diep. De plantjes 40 cm uit elkaar planten. Oogsten kan pas in het 3e jaar, van ca. 20 april tot eind mei - later tot de 3e week van juni. De planten daarna groen laten vormen boven de grond tot november.

Heeft in een aspergeplant tussen het stadium van tekening 3 en het stadium van tekening 4 fotosynthese plaats gevonden?
En verbranding?

afbeeldingafbeelding