1/4 Een sluitspier.
Tabel: Eigenschappen van spiervezels
afbeelding
Tekst:
Mensen die hun ontlasting niet kunnen ophouden doordat hun sluitspier niet werkt, hebben een problematisch leven. In het academisch ziekenhuis te Maastricht wordt een experimentele methode beproefd om deze problemen te verminderen. Hierbij wordt een spier uit een bovenbeen in een lus om de darmuitgang gelegd. Eén kant van de spier blijft aan het dijbeen vastzitten.
De patiënt kan deze kunstmatige sluitspier op eigen kracht dichthouden door het been waarin de spier vastzit, over het andere been te slaan. Eenvoudiger wordt dat wanneer een pacemaker wordt ingebracht, die door zwakke elektrische impulsen de kunstmatige sluitspier samengetrokken laat blijven. Door middel van een aan- en uitknop kan de patiënt de werking van de sluitspier zelf regelen.
In spierweefsel van skeletspieren zijn langzame en snelle spiervezels te onderscheiden. Eigenschappen van deze spiervezels zijn gegeven in de tabel hierboven. Spiervezels bestaan uit myofibrillen. Aangenomen wordt dat de verhouding tussen het aantal snelle en langzame spiervezels in een spier zich kan wijzigen al naar gelang de functie en het gebruik van de spier. Het is ook mogelijk dat het aantal myofibrillen per spiervezel toeneemt. In de kunstmatige sluitspier wordt het aantal myofibrillen in de langzame vezels groter dan het oorspronkelijk was. Hierdoor raakt deze spier minder snel vermoeid en functioneert beter dan voordien.
ie volgende scherm
-