Oefentoets Biologie: Spijsvertering | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Zetmeelvertering.

In 100 mL water van 37°C wordt 50 mg zetmeel opgelost.
Aan deze oplossing wordt een hoeveelheid speeksel toegevoegd die bij 37°C, 5 mg zetmeel per minuut kan afbreken.
Na 5 minuten onderzoekt men dit mengsel op de aanwezigheid van eiwitten, zetmeel en suiker.

In het onderstaande schema betekent: + = aanwezig en - = niet aanwezig.

Welke stoffen zullen aanwezig zijn?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Zetmeelvertering.

Een petrischaal bevat een voedingsbodem met zetmeel. Met een jodiumoplossing is deze voedingsbodem blauw gekleurd.

Op deze voedingsbodem bevindt zich:

op plaats 1: een druppel speeksel van een mens;
op plaats 2: een zaadlob van een ontkiemende boon;
op plaats 3: een stukje maagwand van een varken;
op plaats 4: een stukje alvleesklier van een varken.

Op drie van de vier plaatsen verdwijnt de blauwe kleur.

Op welke van deze plaatsen zal de blauwe kleur zichtbaar blijven?

Spijsvertering

Maltose-afbraak.
Zie figuur B 339 van de bijlage.

Aan een reageerbuis, gevuld met een maltose-oplossing van 0°C, wordt een enzym, afkomstig van een zoogdier, toegevoegd dat maltose omzet in glucose.
De inhoud van de buis wordt al roerend langzaam tot 80°C verwarmd.

Welke grafiek kan aangeven hoe het glucosegehalte in de buis verandert?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Zetmeelvertering.

Van een zetmeeloplossing wordt in vier reageerbuizen een gelijke hoeveelheid gedaan.
Aan deze buizen worden verteringssappen van de mens toegevoegd.

Het aantal toegevoegde enzymmoleculen van elk sap is gelijk.

- Aan buis 1 wordt speeksel toegevoegd,
- Aan buis 2 wordt maagsap toegevoegd,
- Aan buis 3 wordt alvleessap toegevoegd.
- Aan buis 4 wordt darmsap toegevoegd.

In welke buis zal de hoeveelheid zetmeel het snelst afnemen?

Spijsvertering

Zetmeelvertering.
Zie figuur B 465 van de bijlage.

Op een zetmeeloplossing laat men, gerekend vanaf tijdstip 0, een bepaalde hoeveelheid van het enzym amylase inwerken.
De temperatuur waarbij dit gebeurt, wordt constant op 37°C gehouden.
Om de vijf minuten wordt de hoeveelheid nog aanwezig zetmeel bepaald.
De resultaten van de bepalingen worden uitgezet in een diagram.

In de afbeelding B 465 zijn vier diagrammen getekend.

In welk diagram kunnen de gemeten hoeveelheden zetmeel juist zijn weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Spijsvertering.

In welke klieren bij de mens wordt zetmeelverterend enzym gevormd?

Spijsvertering

Zetmeelvertering.

Bij een experiment worden verschillende stoffen als volgt verdeeld over vier reageerbuizen:

afbeeldingafbeelding

In welke reageerbuis zal het zetmeel het snelst worden afgebroken?

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur A 190 van de bijlage.

In de tekening is schematisch het spijsverteringsstelsel van de mens weergegeven.

Welk van de aangegeven organen produceert of welke organen produceren een enzym dat zetmeel omzet in maltose?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Kiemende gertstekorrels en zetmeelvertering.

Kiemende gerstekorrels worden doormidden gesneden. De halve gerstekorrels worden met het snijvlak op een voedingsbodem gelegd die zetmeel bevat. Na enige tijd is onder de halve gerstekorrels het zetmeel verdwenen, terwijl er een ander koolhydraat (maltose) kan worden aangetoond.

Wordt dit verschijnsel veroorzaakt door een enzym in deze gerstekorrels?
Zo ja, op de werking van welk enzym in het spijsverteringskanaal van een mens lijkt de werking van dit gerstekorrel-enzym dan het meest?

Spijsvertering

Zetmeelvertering.

Een onderzoeker vult twee buizen met de volgende mengsels:
afbeeldingafbeelding
Hij schudt daarna beide buizen krachtig en plaatst ze bij een temperatuur van 37°C. Na een half uur bepaalt hij hoeveel zetmeel in de buizen is verteerd.

In welke buis zal na een half uur het meeste zetmeel zijn verteerd en waardoor komt dit?

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 576 van de bijlage.

In het schema zijn de activiteiten van enzym P en enzym Q aangegeven. Enzym P komt voor in speeksel en in alvleessap. Enzym Q komt voor in darmsap.

Welke stof zou R kunnen voorstellen?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 566 van de bijlage.

In het schema is de activiteit van twee enzymen weergegeven.
Enzym P komt voor in speeksel en in alvleessap. Enzym Q komt voor in darmsap.

Welke stof kan schematisch zijn voorgesteld door S?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Spijsvertering.

In de mondholte van de mens vindt met behulp van het enzym amylase vertering plaats van zetmeel.
Wanneer het voedsel in de maag terecht komt, stopt de werking van amylase na enige tijd.

Wat is hiervan de oorzaak?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Als bietsuiker door de mens wordt gegeten, ontstaat als verteringsproduct onder andere glucose. Wordt bietsuiker rechtstreeks in het bloed gespoten, dan komt alle bietsuiker onveranderd in de urine terecht.

Hieruit worden drie conclusies getrokken:

1. Bietsuiker passeert de wand van sommige bloedvaten;
2. Bietsuiker wordt in sommige lichaamscellen opgeslagen;
3. Er zijn geen bietsuiker-verterende enzymen in het bloed werkzaam.

Welke conclusie is of welke zijn juist?

Spijsvertering

Zetmeelvertering.

In een bekerglas bevindt zich een zetmeeloplossing.
Aan deze oplossing wordt een bepaalde hoeveelheid zetmeelverterend enzym toegevoegd.
De zetmeelconcentratie neemt dan af. De temperatuur en de pH in de oplossing zijn optimaal.
Pas na drie uur is er geen zetmeel meer aan te tonen.
Iemand wil in eenzelfde proef bereiken dat er al na 1 uur geen zetmeel meer aan te tonen is.

Wat moet hij aan de proefomstandigheden veranderen om dit te bereiken?

Spijsvertering

Opname en giftigheid van gewasbeschermingsmiddelen voor de mens.

De gewasbeschermingsmiddelen parathion en para-oxon lijken veel op elkaar.
Deze middelen veroorzaken spierkramp. Hun giftigheid voor de mens hangt sterk af van de manier waarop ze in het bloed terechtkomen: via de wand van het verteringskanaal of via de huid.
De tabel geeft weer hoe de giftigheid afhankelijk is van de wijze van opname.
afbeeldingafbeelding

Op grond van deze gegevens worden de volgende veronderstellingen gedaan:

1. Para-oxon wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
2. Parathion wordt in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
3. Parathion wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een meer giftige stof.

Welke van deze veronderstellingen kunnen juist zijn?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Hieronder staan drie beweringen over de invloed van gal:

1. gal bevat enzymen voor de vetvertering,
2. gal splitst vet in vetzuren en glycerol,
3. gal verdeelt vet in kleine vetdruppeltjes.

Van deze drie beweringen

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2467 van de bijlage.

Over de vertering in het spijsverteringskanaal van de mens is het volgende gegeven:

- het verband tussen de activiteit van speeksel en de pH (zie diagram);
- het verband tussen de activiteit van maagsap en de pH (zie diagram);
- bij het eten komt de maagsapvorming op gang;
- maagsap heeft ongeveer pH 1,5 en speeksel ongeveer pH 7.

Welke van onderstaande uitspraken over de vertering van koolhydraten in de maag is juist?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Spijsvertering.

In de maagwand van de mens komen kliercellen voor die slijmstoffen produceren.
Deze slijmstoffen vormen een laag die tegen de maagwand ligt.

Welke functie heeft deze laag?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Is bij de mens de kringspier bij de uitgang van de maag samengetrokken bij een hoge of bij een lage zuurgraad in het begin van de twaalfvingerige darm?
Door welk spijsverteringssap wordt deze hoge of lage zuurgraad veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding