Oefentoets Biologie: Assimilatie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie

Bewering over de vorming van zetmeel.

Een plant met bladgroen staat in de zon. De plant krijgt voldoende CO2 en water. In de plant wordt daaruit via een aantal tussenstappen onder andere zetmeel gevormd. Over de vorming van zetmeel worden de volgende beweringen gedaan:

1. Bij de vorming van zetmeel uit organische stoffen wordt geen lichtenergie gebruikt.
2. De vorming van zetmeel vindt alleen plaats in cellen met bladgroen.
3. Het gevormde zetmeel wordt via de bastvaten naar de wortels getransporteerd.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Assimilatie

Metingen van de zuurstofafgifte van een plant.
Zie figuur B 319 van de bijlage.

De zuurstofafgifte van een plant wordt gemeten bij een toenemend CO2 -gehalte van de lucht en een constante verlichtingssterkte die minder is dan optimaal. De overige omstandigheden worden constant gehouden en zijn optimaal.
De gevonden waarden zijn uitgezet in het diagram. De proef wordt herhaald bij een grotere verlichtingssterkte.

Zal de O2 -afgifte bij de CO2 -gehalten van respectievelijk P en Q gelijk of hoger dan bij de eerste proef?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

De temperatuur als beperkende factor.
Zie figuur B 85 van de bijlage.

Bij een groene plant wordt de zuurstofafgifte gemeten bij een temperatuur van 20°C en een toenemend kooldioxidegehalte (proef 1). De proef wordt herhaald bij een temperatuur van 30°C (proef 2); de overige omstandigheden zijn daarbij gelijk gebleven.

De resultaten zijn in diagrammen uitgezet.

Is bij proef 1 bij een kooldioxidegehalte van 0,03% de temperatuur een beperkende factor?
En bij een kooldioxidegehalte van 0,09%?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Een proefopstelling weer met plantjes uit een sloot.
Zie figuur C 11 van de bijlage.

De tekening geeft een proefopstelling weer met plantjes uit een sloot. De plantjes hebben de beschikking over voldoende koolstofdioxide. De opstelling staat in het licht.
Gedurende 45 minuten wordt de temperatuur van het water gelijkmatig opgevoerd van 0°C tot 45°C. De plantjes geven zuurstofbelletjes af, die zich boven in de buis verzamelen.
Om de 5 minuten wordt afgelezen hoeveel zuurstof zich boven in de buis bevindt.
De resultaten worden in een diagram uitgezet.

Welk diagram kan de resultaten juist weergeven?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

De toename van het drooggewicht en de verlichtingssterkte.
Zie figuur B 606 van de bijlage.

In het diagram is het verband tussen de toename van het drooggewicht van een plant met bladgroen en de verlichtingssterkte weergegeven.

In welk(e) van de aangegeven trajecten vindt in de bladeren vorming van O2 plaats?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

De zuurstofopname en -afgifte bij een plant.
Zie figuur B 595 van de bijlage.

Bij een plant met bladgroen wordt het verband bepaald tussen de zuurstofopname en -afgifte en de verlichtingssterkte. De resultaten zijn in het diagram weergegeven.

Het waterverbruik van de plant voor fotosynthese is het kleinst bij de verlichtingssterkte tussen

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Een experiment met takjes waterpest.

Tijdens een experiment worden vier even grote takjes waterpest elk in een verschillende reageerbuis gebracht. Buis 1 bevat gekookt (en weer afgekoeld) leidingwater, buis 2 niet gekookt leidingwater, buis 3 leidingwater met extra CO2 en buis 4 kalkwater. De vier takjes waterpest zijn alle ondergedompeld en worden geruime tijd belicht.

De meeste zuurstof wordt gevormd in de buis met

Assimilatie

1/2 Fotosynthese.
Zie figuur A 434 van de bijlage.

Het diagram in de afbeelding geeft het verband weer tussen de verlichtingssterkte en de hoeveelheid O2 die door een bepaalde plant met bladgroen werd afgegeven of opgenomen.
De metingen zijn uitgevoerd bij een CO2 -concentratie van 0,03% en ook bij een CO2 -concentratie van 0,06%. Alle andere omstandigheden waren gelijk. Er wordt van uitgegaan dat de dissimilatie onafhankelijk is van de verlichtingssterkte.
De plant wordt gedurende enige tijd gekweekt bij verlichtingssterkte E en een CO2 -concentratie van 0,03%.
Hierover worden twee beweringen gedaan.

1. In deze situatie zal de O2 -afgifte van de plant toenemen wanneer de verlichtingssterkte wordt verhoogd.
2. In deze situatie zal de O2 -afgifte van de plant toenemen wanneer de CO2 -concentratie wordt verhoogd.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

2/2 Fotosynthese.

Hoe groot is de totale zuurstofproductie van deze plant bij verlichtingssterkte F en een CO2 -concentratie van 0,06%?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

1/2 Koolstofassimilatie.
Zie figuur B 1629 van de bijlage.

Bij twee planten van verschillende soorten wordt de CO2 -opname en -afgifte per tijdseenheid gemeten bij verschillende verlichtingssterkten.
De resultaten zijn in het diagram van de afbeelding weergegeven. Aangenomen wordt dat de mate van dissimilatie bij beide soorten constant is en onafhankelijk van de verlichtingssterkte.
Men vergelijkt de intensiteit van de fotosynthese van de plant van soort 1 bij verlichtingssterkte P met de intensiteit van de fotosynthese van de plant van soort 2 bij dezelfde verlichtingssterkte.

Is bij verlichtingssterkte P de intensiteit van de fotosynthese van de plant van soort 1 kleiner dan gelijk aan of groter dan de intensiteit van de fotosynthese van de plant van soort 2 bij deze verlichtingssterkte?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

2/2 Koolstofassimilatie.

In een bepaald deel van een bos schommelt de verlichtingssterkte tussen de waarden Q en R. De plantensoorten 1 en 2 komen beide in dit bos voor.

Voor welke van deze twee plantensoorten zijn de omstandigheden met betrekking tot het licht in dit deel van het bos het gunstigst of zijn deze voor beide soorten even gunstig?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Drie beroemde proeven.
Zie figuur B 2461 van de bijlage.
Zie figuur B 2462 van de bijlage.
Zie figuur B 2463 van de bijlage.

Geef voor iedere figuur aan welke onderzoeker gebruik maakte van de proefopstelling en vermeld tevens wat met de opstelling werd aangetoond.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Assimilatie

Fotosynthese.

Waar kan fotosynthese alleen plaatsvinden?

Assimilatie

Licht.

Een plant wordt achtereenvolgens bestraald met licht van verschillende kleur. De lichtsterkte van de lichtbronnen is steeds gelijk, maar de afstand van de bron tot de plant is steeds verschillend.

Indien de overige factoren die invloed hebben op de fotosynthese optimaal blijven, wanneer zal dan de intensiteit van dit proces het sterkst zijn?

Assimilatie

Een groene plant en een kaars.

Men zet bij een gezonde groene potplant in een afgesloten glazen klok een brandende kaars en wacht tot die kaars uitgaat. Na 24 uur belichting van de plant ontsteekt men in de klok een nieuwe kaars.

Wat zal er gebeuren?

Assimilatie

Zetmeel.

In de wortel van een plant is zetmeel opgeslagen.

- Welke stoffen heeft deze plant voor fotosynthese moeten opnemen om daarvan dat zetmeel te maken?
- En zijn deze stoffen opgenomen uit de bodem of uit de lucht?

Assimilatie

Planten in een bloempot.
Zie figuur B 4854 van de bijlage.

Bekijk de tekeningen hiernaast.
De planten staan in een bloempot met voldoende aarde en water.
Ze hebben groene bladeren. In beide kastjes zit lucht, er kunnen geen gassen in of uit.

Hoe is de situatie 1 uur na het maken van deze opstelling?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

1/2 Fotosynthese.

Bij fotosynthese worden CO2 en H2 O omgezet in

Assimilatie

2/2 Fotosynthese.

Vrijwel al het leven op aarde verkrijgt zijn energie direct of indirect via het proces van fotosynthese.
Vrijwel al het leven....

Voor welke organismen geldt dit niet?