Oefentoets Biologie: Voortplanting | HAVO 4/HAVO 5 | variant 19

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Planten

1/3 Plantenveredeling.

Bij de geelbloemige kool (Brassica oleracea) duurt het lang en is het moeilijk om via kruisingen planten te krijgen die homozygoot zijn voor resistentie tegen ziekten. Onderzoekers zijn daarom op zoek gegaan naar andere methoden. Ze zijn erin geslaagd om homozygote koolplanten op te kweken uit alleen stuifmeelkorrels.

Door welke van de onderstaande combinaties van eigenschappen duurt het lang en is het moeilijk om via kruisingen homozygote planten te krijgen?

Planten

2/3 Plantenveredeling.

Bij het kweken van planten uit stuifmeelkorrels worden de stuifmeelkorrels opgekweekt in een vloeibaar voedingsmedium. Ze delen zich na een dag of twee en groeien dan uit tot embryo's die kunstmatig diploïd worden gemaakt. Deze worden overgebracht in een vast medium en ontwikkelen zich daarna tot volledige planten.

Is de eerste deling van zo'n stuifmeelkorrel een meiose?
Zo ja, waarom?

Planten

3/3 Plantenveredeling.

Kool is verwant met Zwarte mosterd (Brassica nigra).

Vindt de bestuiving van Zwarte mosterd in de natuur vooral plaats door insecten of vooral door de wind? Geef aan uit welk gegeven uit de flora je dit afleidt.

Voortplanting

Implantaten, libido, endocrinoloog, gynaecoloog, obstetrie.

Geef de betekenis van de volgende termen.

a. implantaten,
b. libido,
c. endocrinoloog,
d. gynaecoloog,
e. obstetrie.

Voortplanting

1/6 Gevaar op de werkvloer.
OP DE WERKVLOER LOERT HET GEVAAR.
Mannelijke onvruchtbaarheid baart Europa zorgen.

Over de recreatieve kwaliteit van het minnespel zijn bibliotheken volgeschreven, nieuw is dat seks achteruitgaat in zijn scheppende functie en hier wordt de man als boosdoener aangewezen. Was tot voor kort de (oorzaak van) onvruchtbaarheid bij paren fifty-fifty over het stel te verdelen, nieuwe onderzoeken wijzen uit dat meer en meer de vruchtbaarheid van de man in het geding is: zijn zaad wil niet meer deugen.

De maatschappelijke realiteit wil dat het werken aan nageslacht naar een steeds hogere leeftijd wordt verschoven. Toch kan wie zich wil voortplanten dat maar het beste jong doen, voor het arbeidzame leven. Niet alleen bevinden beide partners zich dan in de vruchtbaarste fase van hun leven, maar vooral ook heeft arbeid nog geen kans gehad negatieve invloed op de vruchtbaarheid te hebben. Zelden deugt een werkplek ergonomisch helemaal: je krijgt er platvoeten, hernia, psoriasis, knobbelknieën of grauwe staar; maar dat werkt gelukkig niet door in de zaadaanmaak, qua hoeveelheid en kwaliteit. Maar in bedrijfstakken waar met 'gevaarlijke stoffen' wordt gewerkt - en dat zijn er meer dan je zo op het eerste gezicht zou denken - kan de mannelijke vruchtbaarheid negatief worden beïnvloed. En wordt dat ook, blijkens onderzoeken in binnen- en buitenland.
Sinds duidelijk werd dat het afnemen van het reproductieve vermogen van de man samenhangt met de negatieve kwaliteiten van het milieu en de werkomgeving, hebben wetenschappelijk onderzoekers zich op dit fenomeen gestort. Behalve dat al dat onderzoek allerhande - vaak voorzichtige en soms tegengestelde - conclusies oplevert werpt het meer nieuwe vragen op dan er te beantwoorden waren. Ook worden bij voortduring nieuwe chemische stoffen ontwikkeld die dan wel getest zijn op hun effectiviteit, maar veelal nog onderzocht moeten worden op hun belasting van het milieu in het algemeen en de arbeidsplaats in het bijzonder.

Zie volgende scherm

Voortplanting

2/6 Gevaar op de werkvloer.

Werkplek
Berucht zijn allerlei insectenbestrijdings- en grondontsmettingsmiddelen, koelvloeistoffen, vinylbenzeen (styreen) dat gebruikt wordt bij de productie van kunststoffen, (vooral buiten-)verf en gelode benzine; ongezond voor het (ontbreken van gewenst) nageslacht is onder meer lassen, werken in operatiekamers (ontsmettingsmiddelen, narcosegassen), farmaceutische industrie, chemische wasserijen, recyclingindustrie, keramiek- en kristalvervaardiging.
En werken in kerncentrales: teveel kinderen van werknemers daar worden geboren met bloedkanker. In de regio rondom Sellafield, de beruchte kerncentrale in Noordwest-Engeland, werden de laatste jaren tien keer zoveel gevallen van leukemie bij jonge kinderen vastgesteld dan elders in Groot-Brittannië. Onafhankelijke specialisten vermoeden dat bij deze kinderen het bloedkankerrisico al bestond voordat zij werden geboren, meer nog: voordat zij werden verwekt. Zij gaan ervan uit dat de zaadproductie bij de ouders beïnvloed wordt door radioactieve straling.
De overheid wil wat doen aan verbetering van werkmilieu en scherpt de milieuregels met het jaar aan. Soms met meer, soms met minder gevolg. Zo legde toenmalig minister De Vries (Sociale Zaken) zo'n drie jaar geleden het gebruik in de bollenteelt van dichloorpropeen en methylisothiocynaat aan banden en verbood hij metamnatrium, omdat - zo bleek uit TNO-onderzoek - deze grondontsmettingsmiddelen te gevaarlijk zijn voor de werknemers in die sector. Niet alleen ging het om het veroorzaken van huidaandoeningen en allergieën, het ging vooral om negatieve effecten op het zenuwstelsel. Maar volgens de bollenkwekers is het gebruik van metamnatrium in de bollenteelt onmisbaar en een verbod onacceptabel... en vervolgens vernietigde het College van beroep voor het bedrijfsleven het verbod van De Vries, omdat het TNO-onderzoek de schadelijkheid van metamnatrium onvoldoende zou hebben aangetoond.

Verwijfde alligators
Op grond van al jaren bestaande veiligheidsbesluiten zijn bedrijven verplicht om een register bij te houden van de aanwezige gevaarlijke stoffen. Die regeling is per 1 april 1995 aangescherpt, speciaal met het oog op stoffen die de vruchtbaarheid verminderen en de kans op een miskraam of op gezondheidsschade bij nakomelingen verhogen. Geregistreerd moet nu ook worden welke werknemers met deze stoffen in aanraking komen, hoe dat gebeurt - inademing, inslikken, oog- en/of huidcontact - en wat er gedaan is om gezondheidsschade te voorkomen.
Afgelopen maand kondigde minister Borst (Volksgezondheid) onderzoek door de Gezondheidsraad aan naar het verband tussen de toenemende onvruchtbaarheid bij mannen en bepaalde in het milieu geloosde stoffen. Het gaat met name om de invloed op oestrogenen - in geringe mate door de man geproduceerde vrouwelijke geslachtshormonen. Zo is het al een aantal jaren verboden om de onderzijde van schepen te behandelen met tributyltin, dat de aangroei voorkomt van allerlei organismen. Onderzoek had uitgewezen dat dit middel er onbedoeld voor zorgt dat slakken impotent werden. Ook bij wulken in de Noordzee werd dit effect gesignaleerd. Er werden ook door chemische stoffen 'verwijfde' alligators in Florida gesignaleerd en daar voegden onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen nog hun bericht aan toe over de Nederlandse fruittelers, die meer dan gemiddeld problemen hebben met 'kindjes-kopen' en wier vrouwen, wanneer dat probleem is opgelost, vervolgens tweemaal zoveel meisjes- als jongensbaby's baren.

Zie volgende scherm

Voortplanting

3/6 Gevaar op de werkvloer.

Van de in de fruitteelt veel gebruikte middelen ethyleendibromide carbaryl, benomyl, maneb, zineb en thiram is al langer bekend dat ze de geslachtsorganen aantasten en de voortplanting remmen. Bekend is ook dat dibromochloorpropaan verantwoordelijk is voor de grote toename van meisjesbaby's. Dat echter doorgaans met cocktails van middelen wordt gewerkt, maakt het allemaal erg ingewikkeld.
Uit het vorig jaar gepubliceerde onderzoek van de Wageningse epidemiologen bleken degenen die vaker per jaar spoten met het insecticide azinphosmethyl, het schimmelbestrijdingsmiddel metinam en de onkruiddoder paraquat steeds vader waren van een gezin met een overmatig aantal dochters. De fruittelers die het intensiefst met bestrijdingsmiddelen omgingen, hadden de grootste moeite om kinderen te krijgen. Wie de moderne cross current air blast sprayer gebruikte, bleek eerder een kind te kunnen verwekken dan wie ouderwetse technieken hanteerde, zoals de ouderwetse rugspuit die een wolk van adembenemende chemische nevel verspreidt. Iemand die dat allemaal inademt, wordt aan een duizendtal hogere dosis blootgesteld dan diegene die vanaf een moderne tractor met gesloten cabine zit te spuiten.

Vrees voor verbod
Nu is er sinds vorig jaar binnen Europa een onderzoek gaande naar de effecten van pesticiden, styreen en lood op het afnemen van de spermakwaliteit. In Nederland dreigt dat echter vast te lopen, vanwege de geringe bereidheid in de 'verdachte' bedrijfstakken eraan mee te werken. De loodindustrie, die wel wil meewerken, levert onderzoeksproblemen op omdat daar nog geen nieuwe werknemers werden aangenomen, wier sperma kan worden onderzocht.
Maar de kunststofindustrie die vooral styreen (styrol) als grondstof gebruikt, liet weten altijd de schuld te krijgen als er iets mis gaat met het milieu; en verder hadden de werkgevers nooit signalen gekregen dat er iets loos was met de vruchtbaarheid van hun personeel.
Zeker zo frappant was de argumentatie van de fruitwerkgevers: zij vrezen een verbod op bepaalde gevaarlijke stoffen, wanneer de onderzoeksresultaten worden gepubliceerd; bovendien zou alleen het onderzoek al - zeker na de voorzichtige conclusies van eerdere naspeuringen - hun imago schaden.

(Brabants Dagblad, 23 augustus 1995.)

Zie volgende scherm

Voortplanting

4/6 Gevaar op de werkvloer.

Leg het verband uit tussen de invloed van bepaalde middelen op oestrogenen en de genoemde impotentie bij slakken (onder de kop 'Verwijfde alligators").

Voortplanting

5/6 Gevaar op de werkvloer.

Welke stoffen in de voortplantingscellen van mensen zijn gevoelig voor radioactieve straling?

Voortplanting

6/6 Gevaar op de werkvloer.

Welke twee praktisch probleem doen zich voor bij de bestudering van de invloed van pesticiden op de vruchtbaarheid van mannen?

Voortplanting

1/9 Kikkers.

De groene kikker (Rana esculenta L.) heeft een zeer speciaal voortplantingsgedrag. In het voorjaar komen grote groepen mannetjes bij elkaar die twee keer per dag, ‘s morgens en ‘s avonds, oorverdovend kwaken. Dit zijn de 'kikkerkoren'. Voorbeelden van soorten gedrag zijn: balts en territoriumgedrag.

Tot welk soort gedrag behoort het kwaken van kikkers in kikkerkoren?

Voortplanting

2/9 Kikkers.

Bij kikkers vindt uitwendige bevruchting plaats: het mannetje spuit zijn zaadcellen over de vers gelegde eieren van het vrouwtje. Voor de paring gaan een mannetje en een vrouwtje in ampex. Dit betekent dat het mannetje op de rug van het vrouwtje klimt en zich aan haar vastklampt. Zo'n ampex kan wel een etmaal duren. Als de ampex lang genoeg geduurd heeft, zet het vrouwtje, met nog steeds het mannetje op haar rug, haar eieren aan het wateroppervlak af.

Over een ampex worden de volgende uitspraken gedaan:
Uitspraak 1: Pas tijdens een ampex worden er in het lichaam van de kikker geslachtshormonen gevormd.
Uitspraak 2: Het instandhouden van een ampex wordt mede geregeld door één of meer hormonen.

Welke van de bovenstaande uitspraken is of zijn juist?

Voortplanting

3/9 Kikkers.

Kikkereieren worden zowel door vissen (vanuit het water) als door vogels (vanuit de lucht) als voedsel gebruikt. Deze eieren vallen niet al te zeer op in hun milieu: sloten met een vaak modderige bodem.

Leid uit deze informatie af door welke schutkleur of schutkleuren de eieren van kikkers zo min mogelijk opvallen?

Voortplanting

4/9 Kikkers.

Ook bij de kabeljauw vindt uitwendige bevruchting plaats. Mannetjes zetten hun zaadcellen af in het water en vrouwtjes hun eicellen. Bevruchting is min of meer een kwestie van toeval.

Is het aantal afgezette eieren per vrouwtje bij de kabeljauw groter, gelijk of kleiner dan bij de kikker?

Voortplanting

5/9 Kikkers.

Uit een opgejaagde kikkerpopulatie vangt men 52 dieren. Deze dieren krijgen een dun elastisch ringetje om een poot. Vervolgens worden ze weer losgelaten in de populatie. Na een week vangt men op dezelfde wijze opnieuw kikkers: 43 dieren. Daarvan blijken er 13 geringd te zijn.

Bereken de populatiegrootte.

Voortplanting

6/9 Kikkers.

Het ringetje dat de kikkers om de poot krijgen, blijkt aan de strakke kant. De kikkers zijn trager geworden en hebben hier met name last van bij het springen en zwemmen.

Is de werkelijke populatie in dit geval juist geschat of is deze groter of is deze kleiner dan de berekende waarde? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

7/9 Kikkers.

In sommige kikkerpopulaties komen bij dieren jonger dan twee jaar veel meer vrouwtjes dan mannetjes voor. Het aantal mannetjes en het aantal vrouwtjes dat ouder is dan twee jaar, is in deze populaties ongeveer gelijk.
Er blijken bepaalde jonge dieren te zijn die genotypisch mannetje zijn maar fenotypisch vrouwtje. Deze vrouwtjes veranderen vanaf een bepaald tijdstip in mannetjes. Het omgekeerde verschijnsel, dat genotypische vrouwtjes eruit kunnen zien als mannetje, komt niet voor.
Het verschijnsel werd voor het eerst in 1882 door de Duitse bioloog Pflüger beschreven.
Toen Pflüger voor het eerst de ongelijke verdeling van mannetjes en vrouwtjes bij dieren jonger dan twee jaar ontdekte, gaf hij een meer voor de hand liggende verklaring voor dit verschijnsel.

Wat was een meer voor de hand liggende verklaring?

Voortplanting

8/9 Kikkers.

Bij kikkers hebben vrouwtjes net als mensen twee X- chromosomen en mannetjes een X- en een Y-chromosoom. Ook het geslachtshormonale systeem vertoont veel overeenkomsten. Theoretisch kan men vier combinaties van geslacht en geslachtschromosomen bedenken.

Welke combinatie komt in een kikkerpopulatie niet voor?

Voortplanting

9/9 Kikkers.

Tijdens de geslachtsverandering van jonge vrouwtjes tot jonge mannetjes worden de eierstokken omgebouwd tot testes. Dit is een verandering van de primaire geslachtskenmerken. Als gevolg hiervan zullen ook de secundaire geslachtskenmerken veranderen.

Leg uit hoe deze verandering van de secundaire geslachtskenmerken geregeld wordt.

Voortplanting

1/2 Voortplanting bij wieren.
Zie figuur B 1113 van de bijlage.

Draadwieren kunnen zich op twee manieren voortplanten. Bij de ene vorm van voortplanting breekt een stukje van een wier af. Dit stukje groeit weer uit tot een nieuw wier. Bij de andere vorm van voortplanting wordt een zygote gevormd zoals de afbeelding weergeeft.
De twee wieren P en Q vormen uitstulpingen, die met elkaar een verbinding vormen. Via deze verbinding verplaatst een cel uit wier P zich naar een cel in wier Q. Beide cellen versmelten met elkaar zodat een zygote ontstaat. Deze zygote ondergaat meiose, waarna een nieuw draadwier groeit.

Het aantal chromosomen van de zygote is 28.

Hoe groot is het aantal chromosomen van een cel in wier P?

afbeeldingafbeelding