Oefentoets Biologie: Ecologie - bestrijding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 72 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

72

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Onkruiden minder gevoelig voor chemische bestrijding.

Een toenemend aantal onkruiden is niet langer gevoelig voor bepaalde bestrijdingsmiddelen. Onkruiden worden gedood, omdat ze de opbrengst van land- en tuinbouwgewassen verminderen. Sommige onkruiden raken echter "gewend" aan chemische bestrijdingsmiddelen die jaren achtereen op dezelfde plaatsen worden gebruikt. In Nederland zijn op maïsvelden Zwarte nachtschade en Melganzevoet de meest voorkomende onkruiden die niet langer gevoelig zijn voor bepaalde bestrijdingsmiddelen.

In de tekst staat dat planten "gewend" kunnen raken aan bepaalde chemische bestrijdingsmiddelen.
Drie leerlingen geven aan wat "gewend raken" volgens hen eigenlijk betekent.

Leerling 1 zegt: "De planten leren hoe ze de giftige stoffen moeten afbreken en hoe meer giftige stoffen ze krijgen, hoe sneller de planten leren deze stoffen af te breken."
Leerling 2 zegt: "Sommige planten hebben de eerste bestrijding overleefd, omdat ze niet gevoelig waren voor het bestrijdingsmiddel. Alleen deze planten kunnen zich vermeerderen."
Leerling 3 zegt: "De planten leren steeds beter het onderscheid tussen giftige en niet-giftige stoffen. De giftige stoffen nemen ze na verloop van tijd niet meer op."

Wie geeft het beste aan wat "gewend raken" eigenlijk betekent?

Ecologie

Chemische bestrijding.

Een tuinder gebruikt in zijn kas een chemisch bestrijdingsmiddel tegen kevers die radijsjes aantasten. Op een dag merkt hij dat niet alle kevers dood gaan door een bespuiting. In de voorgaande jaren gingen de kevers wel dood. Toch waren de omstandigheden bij de bespuitingen hetzelfde. De tuinder overweegt wat de oorzaak kan zijn:

1. een deel van de populatie kevers in de kas is resistent voor het bestrijdingsmiddel;
2. bij de kevers die overleven laat het pantser het bestrijdingsmiddel niet door;
3. bij de kevers die overleven heeft accumulatie van het bestrijdingsmiddel plaatsgevonden.

Welke oorzaak kan of welke oorzaken kunnen juist zijn?

Ecologie

Nestkast.

Een tuinder heeft last van een muizenplaag in zijn groenteveld. Hij plaatst op zijn land een nestkast voor torenvalken. Deze roofvogels gaan daarin nestelen. De tuinder verwacht dat door het plaatsen van de nestkast de opbrengst van de groenten wordt vergroot.

Leg dat uit.

Ecologie

Vliegen bestrijden.

In Afrika past men een bestrijdingsmethode toe tegen bepaalde vliegen. Deze vliegen leggen eitjes in wonden van mensen. De larven die uit die eitjes komen, dringen het lichaam verder binnen. Daardoor krijgen de mensen een ernstige ziekte.
Bij de bestrijdingsmethode worden de mannetjes van de vliegen bestraald. Ze blijven dan wel in leven, maar ze worden onvruchtbaar. De mannetjes worden na de bestraling vrijgelaten.

Wanneer de vliegen op de beschreven manier worden bestreden, komen er minder mensen die deze ziekte krijgen. Leg dit uit.

Ecologie

Vissen in rijstplantages.

Rijst wordt gekweekt in warme streken op akkers die onder water staan. Veel organismen zijn in staat in het water op deze akkers te leven. De boeren laten bepaalde vissen in het water op de akkers zwemmen. Deze vissen zijn alleseters, maar ze eten geen rijstplanten. Door de aanwezigheid van de vissen wordt de hoeveelheid rijst die de boeren kunnen oogsten, groter.

Noem daarvoor twee oorzaken.

Ecologie

Bestrijding.

Hieronder is een krantenartikel weergegeven.

Bladluisbestrijding
Van onze verslaggeefster

Dongen - De gemeente Dongen heeft gisteren ruim 75.000 lieveheersbeestjes uitgezet in de strijd tegen bladluis. Twee weken geleden werden ook al 100.000 van deze uit Californië overgevlogen beestjes in lindebomen en esdoorns geplaatst.

De lieveheersbeestjes worden uitgezet om bladluizen te bestrijden.

Hoe heet deze vorm van plaagbestrijding?

Ecologie

Chemische bestrijding.

De productie, het vervoer en het gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen heeft tot gevolg dat ongewenste stoffen in het milieu terechtkomen. Er is daarbij sprake van milieuverontreiniging, waardoor de gezondheid van onder andere de mens bedreigd wordt.

Noem nog twee andere biologische nadelen van de bestrijding van insecten met chemische middelen.

Ecologie

Biocidengebruik.

Tuinders gaan steeds meer over tot het gebruik van sluipwespen om insectenplagen in kassen te bestrijden. De voorkeur voor sluipwespen heeft onder andere te maken met de slechte naam die biociden hebben. Bij de productie van biociden ontstaan stoffen die het milieu vervuilen.
Ook het gebruik van biociden heeft schadelijke gevolgen.

Noem twee van die schadelijke gevolgen.

Ecologie

1/3 Neushoornkevers.
Zie figuur B 1614 van de bijlage.

Hieronder is een krantenartikel weergegeven.

Voor neushoornkevers is kokos tegelijk ontbijt, lunch, diner, een dak boven het hoofd en de kraamafdeling voor larven. Een plaag kortom voor de telers van kokosnoten. De neushoornkevers zijn ongeveer 10 cm lang en hebben een kenmerkende harde hoorn. Vier tot vijf keer per maand krijgen de dieren nakomelingen. Binnen een paar weken kunnen de kevers de opbrengst van een plantage met kokospalmbomen vernietigen.
Onderzoekers hebben een schimmel ontdekt die zo'n plaag kan tegengaan. De schimmel tast de keverlarven aan. Een groot gedeelte van de met schimmel besmette larven sterft binnen dertien dagen. Een plantage moet wel elk jaar opnieuw met de schimmel worden behandeld om de schade aangericht door de kevers te beperken.
Kevers bestrijden met schimmel heeft als voordeel dat het milieu niet vervuild raakt. Bovendien is het goedkoper voor de boeren. De bescherming van een hectare palmbomen met schimmel kost minder dan de traditionele methode met chemicaliën.

Het bestrijden van de neushoornkevers met schimmel is een bepaalde vorm van plaagbestrijding.

Hoe heet deze vorm van bestrijding?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Neushoornkevers.

Bij het traditioneel bestrijden van de plagen in een kokosplantage worden biociden gebruikt. Een nadeel van biociden is dat er resistente populaties kunnen ontstaan.

Noem twee andere nadelen van het gebruik van biociden.

Ecologie

3/3 Neushoornkevers.

Er groeien ook kokospalmen in de vrije natuur, buiten de plantages.0p die kokospalmen komen maar zelden veel kevers tegelijk voor.

Geef een mogelijke oorzaak waardoor de neushoornkevers in de plantages gemakkelijker een plaag vormen dan in de vrije natuur.

Ecologie

1/2 Groenteteelt.

Als in kassen biologische bestrijding wordt toegepast, dan vermindert het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Tuinders die hun groenten in het open veld telen, gebruiken nog steeds veel chemische bestrijdingsmiddelen.

Een teler van groente laat in zijn kas lieveheersbeestjes los om de bladluizen op zijn groente te bestrijden.

Leg uit waardoor deze biologische bestrijdingsmethode bij groenteteelt in de open lucht minder goed werkt.

Ecologie

2/2 Groenteteelt.

Een andere manier om schade aan gewassen te voorkomen is mengteelt.
Hierbij worden twee soorten gewassen op dezelfde akker geteeld, bijvoorbeeld witte kool en witte klaver.
Klaver tussen de koolplanten voorkomt een plaag van de rupsen van de koolmot. Tussen de klaver verschuilen zich de roofvijanden van de rups, zoals loopkevers en zweefvliegen.

Een teler van kool wil onderzoeken of door mengteelt de aantasting door de rupsen van de koolmot vermindert.

Beschrijf een werkplan voor een onderzoek waarmee de teler dit kan nagaan.

Ecologie

1/5 Luizen en lieveheersbeestjes.

In een krant stond het volgende bericht:
Bewoners van een Amsterdamse straat zijn al maandenlang slachtoffer van bladluizenterreur. Overal onder de bomen ligt plakkerige drab van bladluizen. Auto's zijn niet meer schoon te krijgen en als bejaarde moet je uitkijken, want de trottoirtegels zijn glad. Een wethouder besloot hulptroepen in te zetten: lieveheersbeestjes.
Larven van lieveheersbeestjes worden uitgezet. De larven zijn zeer vraatzuchtig: per dag kan 1 larve honderden luizen eten. Volwassen lieveheersbeestjes eten ook bladluizen.
Een bewoner heeft er geen vertrouwen in. Hij laat een potje anti-bladluis zien en zegt: "Dit werkt zeker, want die lieveheersbeestjes worden toch weer opgegeten door vogels."

Bladluizen halen met hun zuigsnuit voedsel uit de bladeren van de bomen.
De planten en dieren uit de tekst vormen samen een voedselketen met vier schakels.

Schrijf deze voedselketen op.

Ecologie

2/5 Luizen en lieveheersbeestjes.

De bladluizen nemen vooral veel suiker op uit de bladeren.

Uit welke vaten nemen de bladluizen suiker op?

Ecologie

3/5 Luizen en lieveheersbeestjes.
Zie figuur B 3339 van de bijlage.

Luizen en lieveheersbeestjes behoren tot de geleedpotigen.
In de afbeelding staat een cirkeldiagram met daarin de verhouding tussen het aantal soorten geleedpotigen en een aantal andere diersoorten.

Hoeveel procent van alle diersoorten bestaat volgens dit diagram uit soorten geleedpotigen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/5 Luizen en lieveheersbeestjes.
Zie figuur C 324 van de bijlage.

In Nederland leven zo'n 60 soorten lieveheersbeestjes. Om ze te determineren, kan men gebruik maken van een zoekkaart. Een deel van zo'n zoekkaart is in de afbeelding weergegeven.

Bereken hoe groot een tweestippelig lieveheersbeestje (zonder poten en sprieten) in werkelijkheid is.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

5/5 Luizen en lieveheersbeestjes.

Welk van de genoemde soorten lieveheersbeestjes is niet geschikt om bladluizen mee te bestrijden? Leg je antwoord uit.
afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/5 Prei en onkruid.
Zie figuur B 3330 van de bijlage.

Akkerbouwers die prei telen hebben veel last van onkruid. Door de slanke vorm van de preiplant kan onkruid goed tussen de rijen preiplanten groeien. Als het onkruid niet bestreden wordt, is de opbrengst aan prei laag.

Leg uit dat door de slanke vorm van de preiplant andere planten goed kunnen opgroeien tussen de preiplanten.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/5 Prei en onkruid.

Leg uit dat de opbrengst aan prei slecht is als er veel onkruid tussen de preiplanten groeit.

Ecologie

3/5 Prei en onkruid.

Onkruid kan bestreden worden met chemische middelen, zogenaamde herbiciden. Deze middelen zijn duur en veroorzaken vervuiling van bodem en water.

Noem nog twee andere nadelen van het gebruik van herbiciden.

Ecologie

4/5 Prei en onkruid.
Zie figuur B 3325 van de bijlage.

Biologische telers gebruiken geen herbiciden, maar bestrijden het onkruid door te wieden. De prei staat van eind mei tot november op het land. De eerste acht weken wordt het onkruid verwijderd met wiedmachines. Als de prei flink gegroeid is, heeft onkruid geen invloed meer op de opbrengst. Toch verwijderen de telers het onkruid tussen de preiplanten dan nog. Ze doen dat voordat het onkruid de kans krijgt om bloemen te vormen. Omdat de wiedmachines de preiplanten zouden beschadigen, wordt dan met de hand gewied.

Leg uit waardoor ook wiedmachines milieuvervuiling veroorzaken.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

5/5 Prei en onkruid.

Leg uit waarom het onkruid verwijderd moet worden voordat het bloemen vormt.

Ecologie

1/2 Schimmels tegen insecten.

Aan het begin van deze eeuw werden in Rusland al de eerste proeven gedaan met schimmels als bestrijdingsmiddel tegen insecten. Er werden in een laboratorium grote hoeveelheden van een bepaalde schimmel gekweekt. Deze schimmel leeft als parasiet op de larven van insecten. De schimmel werd uitgestrooid op suikerbieten die te lijden hadden van de larven van een snuitkever. Na 15 dagen bleek dat 75% van de larven door de schimmel waren gedood.

Is bij het inzetten van schimmels tegen insecten sprake van biologische of chemische bestrijding? Leg je antwoord uit.

Ecologie

2/2 Schimmels tegen insecten.

Het effect van schimmels, die gebruikt worden tegen insecten, blijkt soms tegen te vallen.
De weersomstandigheden hebben een grote invloed op het resultaat.

Onder welke weersomstandigheden werkt dit bestrijdingsmiddel het beste?

Ecologie

1/5 Bestrijding van plagen.

Een groot probleem waar veel mensen in de wereld mee kampen, is het gebrek aan voedsel. En het feit dat één derde van de oogsten door plagen wordt aangetast, doet daar geen goed aan. Ook belemmeren andere planten de groei van gewassen. Jarenlang hebben mensen grote hoeveelheden chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt om plagen en andere planten te bestrijden.

Noem twee oorzaken waardoor andere planten de groei van voedingsgewassen bemoeilijken.

Ecologie

2/5 Bestrijding van plagen.

De chemische bestrijdingsmiddelen die men vroeger gebruikte waren niet afbreekbaar en bovendien niet selectief. Dit laatste wil zeggen: ze doodden niet alleen de schadelijke dieren die er mee in aanraking kwamen.
In boomgaarden doodden ze bijna alle insecten. De opbrengst aan fruit verminderde hierdoor.

Leg uit waardoor er minder vruchten aan de bomen ontstaan als bijna alle insecten worden gedood.

Ecologie

3/5 Bestrijding van plagen.

De niet-afbreekbare bestrijdingsmiddelen bevinden zich nog steeds in het milieu. Vanuit het milieu hopen ze zich op in voedselketens.

Hoe noemt men het ophopen van bestrijdingsmiddelen in voedselketens?

Dit noemt men [invulveld]

Ecologie

4/5 Bestrijding van plagen.

Vooral in westerse landen wordt op grote oppervlakten hetzelfde gewas verbouwd.

Hoe noemt men deze manier van verbouwen?

Men noemt dit een [invulveld]

Ecologie

5/5 Bestrijding van plagen.

Leg uit dat door deze manier van verbouwen eerder plagen optreden.

Ecologie

1/4 Eikenprocessierupsen.

De laatste jaren heeft men in Brabant veel last gehad van de rupsen van de eikenprocessievlinder. De rupsen voeden zich met de bladeren van eikenbomen. De rupsen vreten de eiken kaal. Mensen worden ziek van de haren van de rups.
Men probeert deze rupsen uit te roeien onder andere met een insecticide.
Eikenprocessierupsen hebben ook natuurlijke vijanden zoals sluipwespen. Deze leggen hun eieren in de eikenprocessierupsen. De larven van de wespen die daaruit komen, eten de rupsen van binnen uit op. De natuurlijke vijanden van sluipwespen zijn vogels zoals vliegenvangers en zwaluwen.

Eiken worden door de rupsen bijna helemaal kaalgevreten.

Noem een direct nadelig gevolg van dit bladverlies voor de boom.

Ecologie

2/4 Eikenprocessierupsen.

De rupsen veroorzaken veel problemen. Daarom is men ook een bepaald insecticide gaan gebruiken om de rupsen te doden. Het insecticide wordt in de stam van een boom gespoten. Via vaten in de stam bereikt het dan de bladeren. De rupsen eten van de bladeren en gaan dood.

Spuit men het insecticide in de bast- of in de houtvaten? Leg je antwoord uit.

Ecologie

3/4 Eikenprocessierupsen.

Men spuit het insecticide in de stam van een boom. Men kan het insecticide ook verspreiden door de bladeren te bespuiten. De bladeren met insecticide bespuiten heeft echter een nadeel voor het milieu. Inspuiten van insecticide in de stam heeft dat nadeel niet.

Noem een biologisch nadeel van het spuiten van insecticide op de bladeren dat het inspuiten in de stam niet heeft.

Ecologie

4/4 Eikenprocessierupsen.

De laatste jaren heeft men in Brabant veel last gehad van de rupsen van de eikenprocessievlinder. De rupsen voeden zich met de bladeren van eikenbomen. De rupsen vreten de eiken kaal. Mensen worden ziek van de haren van de rups.
Men probeert deze rupsen uit te roeien onder andere met een insecticide.
Eikenprocessierupsen hebben ook natuurlijke vijanden zoals sluipwespen. Deze leggen hun eieren in de eikenprocessierupsen. De larven van de wespen die daaruit komen, eten de rupsen van binnen uit op. De natuurlijke vijanden van sluipwespen zijn vogels zoals vliegenvangers en zwaluwen.

Schrijf een voedselweb op van de organismen die in de tekst genoemd worden. De mens hoeft niet opgenomen te worden.

Ecologie

1/4 Lepelaars in het Naardermeer.
Zie figuur B 2869 van de bijlage.

Het Naardermeer was vooral bekend doordat er lepelaars broedden. In de afbeelding is het aantal lepelaars in het Naardermeer weergegeven van 1950 tot en met 1972.
Sinds 1989 broeden er geen lepelaars meer in het Naardermeer.
Vanaf een gegeven moment stierven veel lepelaars door het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de omgeving van het Naardermeer. Het aantal lepelaars nam direct weer toe nadat er strengere regels waren ingevoerd voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Lees uit het diagram (zie de afbeelding) af in welk jaar de strengere regels werden ingevoerd.

In het jaar [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Lepelaars in het Naardermeer.

De bestrijdingsmiddelen werden gebruikt tegen insecten. Het gif kwam ook in het water terecht. De prooidieren van de lepelaar kregen zo het gif binnen. Ze stierven er niet aan; de lepelaars wel. Dit was het gevolg van accumulatie.

Leg uit wat er in de voedselketen bij de accumulatie van het gif gebeurde, waardoor de prooidieren niet stierven en de lepelaars wel.

Ecologie

3/4 Lepelaars in het Naardermeer.

De lepelaars broedden in het riet van het Naardermeer. Hun voedsel zochten ze vooral op plaatsen met ondiep water. Doordat veel ondiepe plassen en sloten in de buurt van het Naardermeer door drooglegging verdwenen, moesten de lepelaars hun voedsel steeds verder van het nest gaan zoeken.

Leg uit dat hierdoor de jonge lepelaars minder voedsel kregen.

Ecologie

4/4 Lepelaars in het Naardermeer.
Zie figuur B 2869 van de bijlage.

Een lepelaar vangt vooral kleine dieren zoals stekelbaarsjes en kreeftjes in ondiep water.

Noem twee kenmerken van de bouw van een lepelaar (zie de afbeelding) die passen bij deze manier van voedsel zoeken.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/4 De bestrijding van malaria.

De bestrijding van malaria, een belangrijke doodsoorzaak in grote delen van de tropen, heeft nog steeds weinig succes. De bestrijding richt zich vooral tegen de malariamug, de verspreider van de ziekte. Men bespoot de plaatsen waar de muggen voorkomen met bestrijdingsmiddelen. Deze methode veroorzaakt een grote belasting van het milieu. Bovendien moet het spuiten voortdurend worden herhaald, waardoor extra milieuvervuiling optreedt. De methode roeit ook andere dieren uit zoals de natuurlijke vijanden van de mug. Vaak worden verouderde spuitmiddelen gebruikt en middelen die giftig zijn voor de mens. Bovendien zijn de muggen door het vele spuiten ongevoelig (resistent) geworden voor veel van de middelen.
Daarom ging men op zoek naar andere methoden. Zo heeft men geprobeerd het aantal muggen te verminderen met onvruchtbare mannetjes. Men bestraalde mannetjesmuggen, waardoor ze geen spermacellen meer produceerden. Ze konden nog wel paren. Deze mannetjes werden losgelaten in een gebied waar malaria heerste.
Vrouwtjes die met deze mannetjes paarden, legden daarna onbevruchte eieren, die niet uitkomen.

Door het loslaten van de onvruchtbare mannetjesmuggen komen er op den duur minder malariamuggen.

Komen er alleen minder mannetjesmuggen, alleen minder vrouwtjesmuggen of minder mannetjesmuggen en minder vrouwtjesmuggen?

Ecologie

2/4 De bestrijding van malaria.

In de tekst wordt als nadeel voor het milieu het uitroeien van andere dieren zoals de natuurlijke vijanden van de mug genoemd.

Leg uit waardoor ook andere dieren worden uitgeroeid, hoewel ze niet rechtstreeks worden bespoten met de bestrijdingsmiddelen.

Ecologie

3/4 De bestrijding van malaria.
Zie figuur A 693 van de bijlage.

Malaria is een ziekte, die gepaard gaat met aanvallen van hoge koorts. Koorts is hier een lichaamstemperatuur boven de 37 graden Celsius. Bij een malariapatiënt is gedurende 24 uur om de vier uur de lichaamstemperatuur gemeten. In de tabel hieronder staan de gegevens vermeld.
afbeeldingafbeelding

Zie figuur A 693 van de bijlage.

In de figuur staat een assenstelsel.
Zet hierin de gegevens uit de tabel uit in een lijndiagram. Maak voor het diagram zo goed mogelijk gebruik van het assenstelsel.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/4 De bestrijding van malaria.

Leid uit het door jou getekende diagram (uit de vorige vraag) af hoe lang de koortsaanval bij de patiënt die dag duurde.

Deze duurde [invulveld] uur

Ecologie

1/4 Plakker.
Zie figuur B 2885 van de bijlage.

De plakker (zie de afbeelding: links het vrouwtje) is een vlinder die tot in de vorige eeuw alleen in Europa voorkwam. De vrouwtjes van deze soort zijn te zwaar om te vliegen. Ze leven op de grond of op boomstammen. Daar leggen ze ook hun eitjes. Ze maken een geurstof, waarmee de mannetjes worden gelokt. De mannetjes kunnen wel goed vliegen.
In Europa komen in sommige jaren zoveel plakkers voor dat de rupsen van deze vlinders grote delen van bosgebieden kaal vreten. Toch vormen in de meeste jaren plakkers geen plaag in Europa.

Noem een biotische factor waardoor de aantallen plakkers in Europa in de meeste jaren niet zo groot worden.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Plakker.

Een onderzoeker in Amerika liet per ongeluk een paar plakkers ontsnappen uit zijn laboratorium. In Amerika werd de plakker een plaag. Door het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, zoals DDT, werd deze plaag bestreden. Het bestrijden van plakkers met DDT kost geld en veroorzaakt milieuvervuiling.

Noem twee andere nadelen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Ecologie

3/4 Plakker.

In de vijftiger jaren is ontdekt hoe de geurstof van de vrouwtjes kan worden nagemaakt.
Met behulp van deze namaak-geurstof wordt de plakker bestreden.

Leg uit op welke manier men de plakker kan bestrijden met behulp van deze namaak-geurstof.

Ecologie

4/4 Plakker.
Zie figuur B 2885 van de bijlage.

Hoe heten de ademhalingsorganen van een plakker (vlindersoort)?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Schadelijke insecten in droogvoer.

Bedrijven, die handelen in droogvoer voor huisdieren, hebben grote loodsen voor het opslaan van graan en allerlei andere zaden. Insecten, die zich voeden met deze zaden, kunnen hier flinke schade aanrichten. Het bestrijden van deze insecten met chemische middelen levert grote nadelen op.
Een andere manier om insecten te doden is de zaden in te vriezen en ze twee weken bij een temperatuur van -30°C te houden. Deze methode kost veel energie en veroorzaakt indirect milieuvervuiling.

Leg uit op welke manier invriezen milieuvervuiling veroorzaakt.

Ecologie

2/2 Schadelijke insecten in droogvoer.

Het minst schadelijk voor het milieu is het bestrijden van insecten met koolstofdioxide.
De zaden worden dan gemengd met koolstofdioxide.
Het koolstofdioxide, dat bij deze methode wordt gebruikt, is een afvalproduct van de industrie en wordt steeds opnieuw gebruikt. Door het hergebruik komt minder koolstofdioxide in de lucht. Dit vermindert de aantasting van het milieu.

Wordt hierdoor vermesting verminderd?
En wordt hierdoor versterking van het broeikaseffect verminderd?

Ecologie

1/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers.
Zie figuur B 1614 van de bijlage.

De volgende tekst is afkomstig uit een landelijk dagblad.

Tekst:
Voor neushoornkevers (zie de afbeelding) is kokos tegelijk ontbijt, lunch, diner, een dak boven het hoofd en de kraamafdeling voor de larven. Een plaag kortom voor de telers van kokosnoten. De neushoornkevers zijn ongeveer 10 cm lang en hebben een kenmerkende harde hoorn. Vier tot vijf keer per maand krijgen de dieren nakomelingen. Binnen een paar weken kunnen de kevers de opbrengst van een plantage met palmbomen vernietigen.
Onderzoekers hebben een schimmel ontdekt die zo'n plaag kan tegengaan. De schimmel tast de levende keverlarven aan. Een groot gedeelte van de met schimmel besmette larven sterft binnen dertien dagen. Een plantage moet wel elk jaar opnieuw met de schimmel worden behandeld om de schade aangericht door de kevers te beperken. Kevers bestrijden met schimmel heeft als voordeel dat het milieu niet vervuild raakt.
Bovendien is het goedkoper voor de boeren. De bescherming van een hectare palmbomen met schimmel kost minder dan de traditionele methode met chemicaliën.

In de tekst over neushoornkevers worden enkele soorten organismen genoemd die samen een voedselketen vormen.

Welke van de onderstaande reeksen is de juiste voedselketen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers.

Op een kokosplantage worden alleen kokospalmen verbouwd.

Hoe noemt men deze manier van verbouwen, waarbij op een grote oppervlakte slechts één gewas wordt gekweekt?

Dit noemt men een [invulveld]

Ecologie

3/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers.

Bij het traditioneel bestrijden van plagen in een kokosplantage worden biociden gebruikt.

Noem twee ongewenste invloeden die biociden kunnen hebben op dieren.

Ecologie

4/4 Schimmel redt palmen van neushoornkevers.

In de tekst staat dat de neushoornkevers een grote plaag zijn bij de teelt van kokosnoten. Er groeien ook nog kokospalmen in het wild. Daarop komen maar zelden veel kevers tegelijk voor. In de kokosplantages gebeurt dat wel.

Geef een mogelijke oorzaak waardoor de neushoornkevers in de plantages gemakkelijker een plaag vormen dan in het wild. Licht je antwoord toe.

Ecologie

1/2 De sluipwesp.
Zie figuur B 6807 van de bijlage.

Een bepaalde soort sluipwesp wordt ingezet tegen plagen bij de teelt van groenten. Zij vernietigt de Witte vlieg (zie afbeelding). Hiervoor zijn dan geen chemische bestrijdingsmiddelen nodig. Witte vliegen zijn te vinden op de onderkant van de bladeren van tomaten-, komkommer- en aubergineplanten. De sluipwesp legt haar eitjes in de larven van de vliegen. De larven van de wespen gebruiken de larven van de vliegen als voedsel. De 'nieuwe' wespen leggen weer hun eitjes in andere larven van de Witte vlieg, enzovoort.
In de tekst genoemde organismen vormen een voedselketen.

Geef deze voedselketen.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 De sluipwesp.

Chemische bestrijding van de Witte vlieg vervuilt het milieu doordat giftige stoffen in het milieu terecht komen.
Biologische bestrijding met sluipwespen vervuilt het milieu minder met giftige stoffen.

Noem twee andere biologische voordelen van het gebruik van sluipwespen boven chemische bestrijding.

Ecologie

1/4 Bladluizen bestrijden.

Bladluizen kunnen bomen, zoals linden, sterk aantasten. Ze zuigen met hun snuit via de huidmondjes sappen uit de bladeren waardoor de bladeren kunnen verwelken. Men heeft wel eens uit Noord-Amerika afkomstige lieveheersbeestjes uitgezet om bladluizen te bestrijden. De lieveheersbeestjes eten bladluizen. Sommige mensen vinden deze manier van bladluizen bestrijden minder geschikt. Het is namelijk onbekend of de Noord-Amerikaanse lieveheersbeestjes de oorspronkelijke Nederlandse lieveheersbeestjes wel of niet zullen verdringen. Lieveheersbeestjes eten geen andere soorten lieveheersbeestjes.

Leg uit hoe de lieveheersbeestjes uit Noord-Amerika de Nederlandse lieveheersbeestjes zouden kunnen verdringen.

Ecologie

2/4 Bladluizen bestrijden.

Bladluizen zuigen vooral suikerhoudende vloeistof uit transportvaten van de bladeren.

Uit welk type of uit welke typen vaten zuigen de bladluizen de suikerhoudende vloeistof?

Ecologie

3/4 Bladluizen bestrijden.

Als op een boom veel bladluizen zitten, kunnen de bladeren van de boom verwelken en vroegtijdig afvallen.

Verandert door deze bladafval 's zomers de hoeveelheid water die uit de boom verdampt?
En verandert hierdoor de hoeveelheid water die door de wortels wordt opgenomen?

Ecologie

4/4 Bladluizen bestrijden.

Maakt de suiker in de sappen die de bladluizen opzuigen, deel uit van de koolstofkringloop?
En maken de stoffen die de bladluizen uit die suiker maken, deel uit van de koolstofkringloop?

Ecologie

1/5 Sluipwespen.
Zie figuur B 2248 van de bijlage.

Tomatenkwekers gebruiken vrouwelijke sluipwespen bij de bestrijding van schadelijke witte vliegen die leven van de tomatenplanten in hun kassen. De sluipwespen leggen eitjes in de larven van de witte vlieg. Uit de eitjes komen larven van de sluipwespen. Deze sluipwespenlarven eten de larven van de witte vlieg.
Alleen vrouwelijke sluipwespen zijn gevaarlijk voor de larven van de witte vlieg, mannetjes niet. Daarom heeft een kweker voldoende aan vrouwtjes voor het bestrijden van witte vliegen.

Waardoor kunnen vrouwelijke sluipwespen de larven van de witte vlieg wèl bestrijden en mannelijke sluipwespen niet?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/5 Sluipwespen.

Sluipwespen vliegen rond op zoek naar larven van de witte vlieg. Deze vluchten kosten energie. Die energie wordt geleverd door verbranding in de vliegspieren.

Ontstaat bij die verbranding in de vliegspieren warmte?
En welk product of welke producten ontstaan bij die verbranding?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/5 Sluipwespen.

Bij het vliegen verbruiken de spieren van de sluipwespen zuurstof.

Wat is de naam van de organen waardoor de zuurstof het lichaam van de sluipwespen binnenkomt?

Deze heten [invulveld]

Ecologie

4/5 Sluipwespen.

De vrouwelijke sluipwespen die de tomatenkwekers gebruiken, worden door leveranciers van biologische bestrijdingsmiddelen gekweekt. Deze vrouwelijke sluipwespen paren niet om zich voort te planten. Bij deze sluipwespen bepaalt het aantal chromosomen het geslacht. Bij de vorming van eicellen van deze vrouwtjes vindt niet zoals normaal meiose plaats. Daardoor bevatten de eicellen evenveel chromosomen als de lichaamscellen. In de eicellen komen de chromosomen ook allemaal in paren voor. Uit de eicellen ontstaan eieren waaruit zich sluipwespen kunnen ontwikkelen.

Over sluipwespen doen 2 leerlingen de volgende beweringen:

Leerling 1 zegt: "De vrouwtjes van alle soorten sluipwespen in de natuur hebben hetzelfde genotype."
Leerling 2 zegt: "De gekweekte vrouwelijke sluipwespen krijgen bij de beschreven manier van kweken alleen vrouwelijke nakomelingen."

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Ecologie

5/5 Sluipwespen.

Biologische bestrijding van een plaag van witte vliegen is duurder dan chemische bestrijding. Dat is een nadeel. Biologische bestrijding van witte vlieg door middel van sluipwespen veroorzaakt geen milieuvervuiling. Dat is een voordeel.

Noem nog één voordeel van de biologische bestrijding van een witte vliegenplaag in vergelijking met de bestrijding met chemische bestrijdingsmiddelen.

Ecologie

1/3 Spintmijten.
Zie figuur B 6808 van de bijlage.

In een tijdschrift over landbouw en milieu stond de volgende tekst:

Spintmijten zijn de schrik van tuinders die komkommers kweken. Sinds een jaar of tien kunnen de schadelijke spintmijten met succes worden bestreden met roofmijten. Als er veel spintmijten op de planten zitten, worden de roofmijten in de kas losgelaten. De roofmijten zoeken de spintmijten op, prikken er gaatjes in en zuigen ze leeg.
Zo zorgen ze ervoor dat de kas vrijwel spintmijtvrij wordt. Roofmijten zelf zijn niet schadelijk voor de komkommers.

Is een roofmijt een consument, een producent of een reducent?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Spintmijten.
Zie figuur B 1580 van de bijlage.

Het aantal spint- en roofmijten in een kas is gedurende een aantal weken bepaald. Het resultaat staat in het diagram van de afbeelding weergegeven.

Na hoeveel weken heeft men roofmijten losgelaten in de onderzochte kas?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/3 Spintmijten.

Na enige weken zijn de spint- en de roofmijten nagenoeg uit de kas verdwenen.

Leg uit waardoor ook de roofmijten uit de kas verdwijnen.

Ecologie

1/3 Aardbeien.

In Nederland wordt bij het telen van aardbeien steeds vaker biologische bestrijding gebruikt. Veel chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet meer toegestaan, omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid.

Noem nog twee andere nadelen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Ecologie

2/3 Aardbeien.

In een interview met een biologische aardbeienteler staat het volgende: "Voor de bestrijding van bladluizen op de aardbeiplanten gebruiken we lieveheersbeestjes en sluipwespen. Tegen een ander schadelijk insect, de trips, willen we gebruik gaan maken van roofwantsen."

In het interview noemt de aardbeienteler zes soorten organismen die een voedselweb vormen.

Noteer dit voedselweb van zes soorten organismen.

Ecologie

3/3 Aardbeien.

Soms vormen slakken een probleem bij de teelt van aardbeien. De aardbeienteler heeft een oplossing bedacht om slakken milieuvriendelijk te bestrijden. In het interview vertelt hij: "We hadden veel last van slakken, maar als biologische teler mag ik geen slakkenkorrels strooien. In een oud boek las ik dat egels uitstekende slakkenbestrijders zijn. We hebben nu vijftig egels rondlopen, en het is een groot succes. Volgend jaar willen we er 150 loslaten in de velden met aardbeiplanten. We hopen dat daardoor de oogst groter zal zijn."

Leg uit waardoor het loslaten van egels een grotere aardbeienoogst kan opleveren.

Ecologie

De bestrijding van malaria.

De bestrijding van malaria, een belangrijke doodsoorzaak in grote delen van de tropen, heeft nog steeds weinig succes. De bestrijding richt zich vooral tegen de malariamug, de verspreider van de ziekte. Men bespoot de plaatsen waar de muggen voorkomen met bestrijdingsmiddelen. Deze methode veroorzaakt een grote belasting van het milieu. Bovendien moet het spuiten voortdurend worden herhaald, waardoor extra milieuvervuiling optreedt. De methode roeit ook andere dieren uit zoals de natuurlijke vijanden van de mug. Vaak worden verouderde spuitmiddelen gebruikt en middelen die giftig zijn voor de mens. Bovendien zijn de muggen door het vele spuiten ongevoelig (resistent) geworden voor veel van de middelen.

In de tekst wordt als nadeel voor het milieu het uitroeien van andere dieren zoals de natuurlijke vijanden van de mug genoemd.

Leg uit waardoor ook andere dieren worden uitgeroeid, hoewel ze niet rechtstreeks worden bespoten met de bestrijdingsmiddelen.

Ecologie

1/2 Aardbeien.

In een interview met een biologische aardbeienteler staat het volgende: "Voor de bestrijding van bladluizen op de aardbeiplanten gebruiken we lieveheersbeestjes en sluipwespen. Tegen een ander schadelijk insect, de trips, willen we gebruik gaan maken van roofwantsen."

In het interview noemt de aardbeienteler zes soorten organismen die een voedselweb vormen.

Schrijf dit voedselweb van zes soorten organismen op.

Ecologie

2/2 Aardbeien.

Soms vormen slakken een probleem bij de teelt van aardbeien. De aardbeienteler heeft een oplossing bedacht om slakken milieuvriendelijk te bestrijden. In het interview vertelt hij: "We hadden veel last van slakken, maar als biologische teler mag ik geen slakkenkorrels strooien. In een oud boek las ik dat egels uitstekende slakkenbestrijders zijn. We hebben nu vijftig egels rondlopen, en het is een groot succes. Volgend jaar willen we er 150 loslaten in de velden met aardbeiplanten. We hopen dat daardoor de oogst groter zal zijn."

Leg uit waardoor het loslaten van egels een grotere aardbeienoogst kan opleveren.