Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
19
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Bloed
1/2 Een krokodillenhart. Zie figuur A 308 van de bijlage.
De bouw en werking van het hart van een krokodil worden vergeleken met die van het hart van de mens. Het hart van een krokodil heeft, evenals het hart van de mens, twee boezems en twee kamers. Anders dan de mens heeft de krokodil twee aorta's die met elkaar in verbinding staan. Uit de rechterkamer ontspringen de rechter aorta en de longslagader, uit de linkerkamer ontspringt de linker aorta. In de afbeelding zijn twee schematische lengtedoorsneden van het krokodillehart getekend. Schema 1 geeft de bloedstroom in het hart weer bij een krokodil die op het land ligt. Schema 2 geeft de bloedstroom weer in het hart van een krokodil onder water. Een krokodil ligt op het land (schema 1). In schema 1 zijn de plaatsen P en Q aangegeven. De kamers van het hart trekken zich samen.
Is op dat moment de bloeddruk op plaats P lager dan, gelijk aan of hoger dan die op plaats Q?
afbeelding
Bloed
2/2 Een krokodillenhart. Zie figuur A 308 van de bijlage.
Vervolgens duikt de krokodil helemaal onder water (schema 2). In schema 2 zijn de plaatsen R en S aangegeven. De kamers van het hart trekken zich samen.
Is op dat moment het zuurstofgehalte op plaats R lager dan, gelijk aan of hoger dan dat op plaats S?
afbeelding
Bloed
1/2 Tabaksrook.
1 Tabaksrook bevat een groot aantal stoffen. Zo komt er koolstofmonoxide 2 in voor. Koolstofmonoxide gaat in het bloed op de plaats zitten waar 3 gewoonlijk zuurstof zit. Een andere stof is nicotine. Door deze stof 4 trekken onder andere bloedvaten in de huid zich samen. 5 Weer een ander bestanddeel is teer. Teer heeft onder andere tot gevolg 6 dat trilharen in de luchtpijp stil komen te staan en op den duur zelfs 7 verdwijnen. Bovendien neemt de slijmproductie door de aanwezigheid van 8 teer sterk toe. Het gevolg is dat de roker gaat hoesten. Teer heeft onder 9 andere ook tot gevolg dat op den duur delen van de longen afsterven.
In welke delen van het bloed komt koolstofmonoxide vooral terecht?
Bloed
2/2 Tabaksrook.
Zal door de nicotine in het bloed de hoeveelheid bloed in de huid veranderen? Zo ja, hoe?
Bloed
Zuurstofopname.
In de longen wordt zuurstof in het bloed opgenomen.
Door welk deel van het bloed wordt zuurstof vooral opgenomen?
Ademhaling en bloed
Een longblaasje. Zie figuur B 787 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede van een longblaasje met een haarvat van een mens voor. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Welke van onderstaande stoffen bevindt zich in cel 1?
afbeelding
Ademhaling en bloed
Een bloedneus.
Een bloedneus ontstaat soms vanzelf. Ook kun je een bloedneus krijgen door een klap tegen je neus. Aan de binnenkant van de neus bevinden zich veel kleine bloedvaten. Die kunnen gemakkelijk stuk gaan. Iemand met een bloedneus kan het best eerst de neus snuiten. Door de neus daarna tien minuten dicht te knijpen, gaat het bloeden meestal over.
Welke taak hebben de bloedvaten aan de binnenkant van de neus vooral?
Bloed
Vleermuizen.
Omdat vliegen zeer veel energie kost, is er veel verbranding in de spieren tijdens het vliegen. Het hart is ongeveer driemaal zo groot als het hart van een even groot ander zoogdier. Het kan daardoor in korte tijd veel bloed rondpompen door het lichaam. Het bloed bevat naar verhouding ook veel meer rode bloedcellen dan dat van andere zoogdieren. Tijdens het vliegen ontstaat er veel warmte door de verbranding in de vliegspieren. De bloedvaten in de vlieghuid spelen een belangrijke rol bij het afvoeren van deze warmte.
Als een vleermuis vliegt, wordt er veel zuurstof naar de vliegspieren vervoerd. In de informatie worden verschillende eigenschappen van een vleermuis genoemd waardoor in korte tijd veel zuurstof vervoerd kan worden door het lichaam.
Noem twee van zulke eigenschappen.
Hormoontekort
Dik door tekort aan een hormoon.
Bepaalde mensen zijn dik doordat hun stofwisseling erg traag verloopt. Dit wordt veroorzaakt door een tekort aan een bepaald hormoon.
Welk van onderstaande verschijnselen kan een gevolg zijn van een tekort aan dit hormoon?
Bloed
Spiertraining.
Tijdens een beweging trekken bepaalde spieren zich samen. De temperatuur van het bloed dat deze spieren instroomt, is 37°C.
Is de temperatuur van dit bloed wanneer het deze spieren uitstroomt lager dan 37°C, gelijk aan 37°C of hoger dan 37°C?
Bloed
1/2 EPO.
EPO is een hormoon dat door de nieren wordt gemaakt. Het speelt een rol bij het maken van rode bloedcellen. EPO kan ook kunstmatig gemaakt worden en door sporters gebruikt worden als doping. Door EPO te gebruiken worden er veel meer rode bloedcellen geproduceerd dan normaal. Daardoor kan een sporter zijn prestaties vergroten. Sporters worden op het gebruik van EPO gecontroleerd door bloed- en urineonderzoek.
Leg uit dat een sporter tot grotere lichamelijke prestaties in staat is, als het bloed meer rode bloedcellen bevat (antwoord moet 3 stappen bevatten).
Bloed
2/2 EPO.
Waar in het lichaam worden rode bloedcellen gemaakt?
Bloed
1/5 Sporten en gewicht. Zie figuur B 2252 van de bijlage.
Mariet wil na zes weken rust, die ze door een ongeval moest houden, weten hoe het met haar conditie is gesteld. Zij wil de conditie die ze nu heeft, vergelijken met de conditie die zij had voor het ongeval. Zij doet daarvoor de conditietest zoals hieronder staat beschreven. Neem je hartslagfrequentie op. Ren dan negen keer zo hard mogelijk een speelveld in de breedte op en neer. Direct hierna neem je de hartslagfrequentie op en de vier volgende minuten telkens weer. De resultaten van een conditietest van Mariet vóór het ongeval en van een test ná de rustperiode zijn in het diagram uitgezet.
Is de hoeveelheid bloed die per minuut door de longen van Mariet stroomt op het eind van het rennen groter of kleiner dan vlak voor het begin van de test? Of is er geen verschil?
afbeelding
Bloed
2/5 Sporten en gewicht. Zie figuur B 2252 van de bijlage.
De resultaten van de conditietest vóór het ongeval en ná de rustperiode zijn in een diagram in de bijlage met informatie opgenomen. Op de X-as van het diagram moet op de plaats van de puntjes nog een woord staan.
Welk woord moet op de puntjes staan?
afbeelding
Bloed
OF: 3/5 Sporten en gewicht. Zie figuur B 4548 van de bijlage.
De resultaten van de conditietest vóór het ongeval en ná de rustperiode zijn in een diagram in de figuur opgenomen. Op de Y-as van het diagram moet op de plaats van de puntjes nog de eenheid staan.
Welke woorden (eenheid) moeten op de puntjes staan?
afbeelding
Bloed
OF: 4/5 Sporten en gewicht. Zie figuur B 4548 van de bijlage.
De hartslagfrequentie van Mariet is bij de conditietest ná de rustperiode hoger dan bij de test vóór het ongeluk.
Hoeveel hoger is de hartslagfrequentie op tijdstip P dan? Leg je antwoord uit met een berekening.
afbeelding
Bloed
5/5 Sporten en gewicht. Zie figuur B 4548 van de bijlage.
Welke conclusie kun je uit een vergelijking van beide grafieklijnen trekken over de conditie van Mariet na de rustperiode van zes weken? Noem twee argumenten voor je conclusie. Doe het zo op je antwoordblad:
1/2 Ouder worden. Zie figuur B 4627 van de bijlage.
Bij veel oudere mensen treedt slagaderverharding op. De wanden van de slagaders worden dikker en harder, waardoor de bloedvaten nauwer worden. Als hierdoor een kransslagader afgesloten raakt, is een hartinfarct het gevolg.
In de afbeelding is het hart weergegeven.
Welke letter geeft een kransslagader aan?
afbeelding
Bloed
2/2 Ouder worden.
Onder andere door slagaderverharding stijgt de bloeddruk bij het ouder worden vaak te veel. Iemand met een te hoge bloeddruk krijgt het advies zijn eetgewoonten aan te passen.
Noem nog twee andere veranderingen in leefstijl waardoor de kans op een hoge bloeddruk verminderd wordt.