Osmose-diffusie
1/2 Aardappelstaafjes.
Uit een verse aardappel wordt een aantal staafjes gesneden. De lengte van ieder staafje wordt gemeten. Daarna wordt elk staafje in een NaCl-oplossing gelegd. De oplossingen hebben alle een verschillende concentratie. Na 24 uur worden de lengten opnieuw gemeten. De meeste staafjes blijken van lengte te zijn veranderd, alleen staafje P dat in een 0,5 % NaCl-oplossing heeft gelegen, is even lang gebleven.
Is de turgor van de cellen van staafje P aan het eind van de proef kleiner dan, gelijk aan of groter dan aan het begin van de proef?





