Osmose
Stevigheid & koolhydraten bij planten
In planten komen opgeloste en niet opgeloste koolhydraten voor.
Kunnen deze een rol spelen bij de stevigheid?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 5 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
5
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Stevigheid & koolhydraten bij planten
In planten komen opgeloste en niet opgeloste koolhydraten voor.
Kunnen deze een rol spelen bij de stevigheid?
afbeelding
Bloemsteel van een paardenbloem in zuiver water.
Zie figuur B 342 van de bijlage.
Een bloemsteel van een paardenbloem wordt in een bekerglas met zuiver water gehangen.
Tevoren is de onderzijde van de steel enkele centimeters in de lengterichting ingesneden.
Na 30 minuten zijn de uiteinden van de steel naar buiten omgekruld (zie tekening).
Wat is de oorzaak van het omkrullen?
afbeelding
Plantaardig weefsel in twee verschillende zoutoplossingen.
Van een plant worden twee even grote kubussen uit hetzelfde weefsel gesneden.
Men legt elk van deze kubussen ieder 24 uur in twee verschillende zoutoplossingen. Kubus 1 is dan groter en kubus 2 kleiner geworden. In onderstaande tabel worden van de cellen van kubus 1 en 2 de stevigheid, de concentratie van de in het vacuole vocht opgeloste stoffen en de zuigkracht (= de kracht waarmee water door een cel kan worden opgezogen) vergeleken, zoals deze zijn na deze 24 uur.
In welke regel van de tabel zijn de verschillen juist weergegeven?
afbeelding
Effect van koken op spinaziebladeren.
Spinazie, een bladgroente, wordt gekookt.
Verandert daardoor in de spinaziebladeren de doorlaatbaarheid van de celmembranen voor zouten?
En de doorlaatbaarheid van de vacuolemembranen?
En die van de celwanden?
afbeelding
Osmose in een plantencel.
Zie figuur B 2622 van de bijlage.
In de afbeelding is een cel schematisch getekend. Deze cel ligt in een sterke oplossing van een rood zout waarvoor het celmembraan niet doorlatend is.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich het rode zout?
afbeelding