Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VWO 5/VWO 6 | variant 1

Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Doorsneden van bladeren.
Zie figuur B 5786 van de bijlage.

Enkele studenten maakten dwarsdoorsneden van bladeren van verschillende eikenbomen.
Toen ze de doorsneden bekeken onder de microscoop, waren ze verbaasd over het verschil tussen de bladeren.
De afbeelding hiernaast laat doorsneden zien van de bomen 1 en 2.

Welke van de volgende uitspraken is de beste verklaring van het verschil in bladstructuur dat de studenten hebben waargenomen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Bonsai.
Zie figuur B 5787 van de bijlage.

Bonsai-boompjes hebben water nodig met een laag kalkgehalte.

Welk water kan worden gebruikt voor deze boompjes?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Water.

Het vriespunt van water is 0ºC. Er ontstaan echter zelden ijskristallen in plantencellen, als de buitentemperatuur onder 0ºC daalt.

Wat is daarvan de reden?

Plantenfysiologie

Beperking van stikstofuitstroom.
Zie figuur B 5789 van de bijlage.

Op verschillende plaatsen in Denemarken, onder andere bij de rivier de Hundstrup op Zuid-Fünen, wil men natte weilanden rond de rivier zodanig aanpassen dat ze de stikstofuitstroom beperken. In een pilotproject heeft men de afwateringsmethode veranderd (zie figuur hiernaast). De resultaten van dit project wijzen uit dat een nat weiland (våd eng) in staat is om 400 kg N/ha/jaar vast te houden.
Normaal spoelt er 20 kg N/ha/jaar van de landbouwgrond (landbrugsareal) via drainagebuizen (drænrør) in de rivier. Het project wees ook uit dat de naar de rivier weglekkende hoeveelheid fosfaat werd gehalveerd.

- Op welke wijze kan een nat weiland het weglekken van stikstof naar de rivier beperken?
- Leg ook uit waardoor de fosforuitstroom wordt beperkt.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Fototropie en geotropie.
Zie figuur B 5790 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast is het experiment van Frits W. Went weergegeven.
Oat coleoptile = haver coleoptiel.
Met blauw is een agar-agar blokje weergegeven.

Wat is de conclusie die primair uit dit experiment kan worden getrokken?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdediging bij planten.

Welk van de volgende beweringen is of welke zijn waar over de verdediging van planten tegen pathogenen?

I. Planten hebben net als dieren antistoffen, die in hun vaten circuleren.
II. Planten hebben geen verdediging omdat ze niet worden aangevallen door pathogenen.
III. Planten zijn afhankelijk van mechanische barrières en chemicaliën om hen te beschermen.

Plantenfysiologie

1/2 Onderzoek aan CO2 .

Om de bron te vinden van de CO2 die toeneemt op aarde, werd er een onderzoek gedaan aan bomen in een dennenbos.
Bij het eerste onderzoek werd er een 20 cm brede strook schors en bast rondom de stam verwijderd tussen de bodem en de onderste takken.

Welke uitspraak over de gevolgen van deze ingreep is juist?

Plantenfysiologie

2/2 Onderzoek aan CO2 .
Zie figuur B 5797 van de bijlage.

In een tweede onderzoek werd de hoeveelheid CO2 bepaald die vrijkwam uit de bodem bij het onderste deel van dennenbomen uit dit bos op verschillende dagen tijdens de groeiperiode.
Per deelonderzoek werden 3 bomen gebruikt. Bij deelonderzoek 1 werd een ring van schors en bast verwijderd in juni (witte driehoekjes in de grafiek hiernaast). Bij deelonderzoek 2 werd een ring verwijderd in augustus (witte vierkantjes in grafiek). Bij deelonderzoek 3 werd er geen ring verwijderd (zwarte cirkels in de grafiek). Dit is de controlegroep.
De hoeveelheden geproduceerde CO2 staan in de grafiek. De zwarte pijlen geven het moment van verwijderen van de ring aan.

Welke combinatie van uitspraken geeft het best het resultaat van de proef aan?

I. De variatie tussen de deelonderzoeken overlapt elkaar en een eventueel effect berust op toeval.
II. De productie van CO2 wijst op een seizoensvariatie.
III. In juni is het effect van het verwijderen van de ring op de totale CO2 -productie veel minder sterk dan in augustus.
IV. De afname in CO2 -productie in de bodem na verwijderen van de ring kan niet alleen het gevolg zijn van seizoensvariatie.
V. De productie van CO2 in de bodem is altijd lager bij bomen waar een ring is verwijderd.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Groei van planten.

Een ecoloog vergelijkt de groei van een kruidachtige plantensoort die op twee verschillende plaatsen A en B groeit. Om de groei van beide populaties te vergelijken, heeft hij 30 planten van beide plaatsen geoogst en de lengte van hun wortel, de biomassa van de wortel en de biomassa van de stengel bepaald.
Een overzicht van zijn metingen staat in de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

Welke van de beweringen hieronder is op grond van die metingen waarschijnlijk juist?

Groei en ontwikkeling

Fototropie.
Zie figuur A 1215 van de bijlage.

De afbeelding hiernaast laat de invloed zien van licht op van graskiemplantjes, die al of niet bedekt waren met een "blinddoek": een rood gekleurd stukje metaal waar geen licht doorheen kon.

De resultaten zijn op het onderste deel van de afbeelding afgebeeld.

Welke conclusie kan op grond van deze resultaten niet worden getrokken?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

1/2 Planten beschermen zich.

Sommige planten voorkomen levensbedreigende schade als gevolg van vraat door anatomische aanpassingen, zoals stekels, haren of doorns.
Planten kunnen ook stoffen vormen die onsmakelijk of giftig zijn voor plantenetende dieren. Zo maakt de Cypreswolfsmelk een giftige polyhydroxyditerpeen-ester (zie de afbeelding hieronder).

afbeeldingafbeelding

Welke anorganische grondstoffen heeft de Cypreswolfsmelk minimaal nodig om deze diterpeen-ester op te bouwen?

Plantenfysiologie

2/2 Planten beschermen zich.
Zie figuur B 4722 van de bijlage.

De rups van de vlindersoort Wolfsmelkpijlstaart heeft geen last van de diterpeen-ester in de Cypreswolfsmelkplant waar hij van eet. Het gif wordt in zijn lichaam geïsoleerd opgeslagen. De rups is opvallend rood-zwart-wit gekleurd (zie de afbeelding).

Leg uit hoe het opvallende uiterlijk van de Wolfsmelkpijlstaartrups de overlevingskans van de soort vergroot.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

In sloot en plas.
Zie figuur C 186 van de bijlage.

Ondergedoken waterplanten die in sloten en plassen leven, zijn aangepast aan het milieu onder water. Dit is onder meer te zien aan de bouw van de bladeren van ondergedoken waterplanten. In de afbeelding zijn vier dwarsdoorsneden van bladeren van verschillende soorten planten gegeven. De planten zijn in willekeurige volgorde: een ondergedoken waterplant, een naaldboom, een grassoort en een uitheemse soort.

Welk van deze bladeren is het blad van een ondergedoken waterplant?
Noem twee kenmerken van de bouw van het blad waaraan je dat kunt zien.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Het Amazonegebied.

Bomen in het moerasbos hebben behalve gewone wortels ook bovengrondse luchtwortels. Stoffen die in planten voorkomen, zijn onder andere glucose, koolstofdioxide, nitraat, water en zuurstof.

Welke van deze stoffen nemen de bomen ‘s nachts vooral met deze luchtwortels op?

Plantenfysiologie

Bossen en weiden.
Zie figuur C 122 van de bijlage.

Bij de beuk is de bouw van de bladeren die zich in de zon bevinden, anders dan die van de bladeren die zich in de schaduw bevinden (zie afbeelding). Wanneer de hoeveelheid licht die op een blad valt groter is dan 4 mW/cm2 is de fotosynthese-activiteit (ml CO2 /cm2 bladoppervlak) in zonnebladeren groter dan in schaduwbladeren.
Drie kenmerken van zonnebladeren in vergelijking met schaduwbladeren zijn:

1. dikkere waslaag,
2. groter aantal huidmondjes per cm2 bladoppervlak,
3. grotere hoeveelheid assimilerend weefsel per cm2 bladoppervlak.

Elk van deze drie kenmerken draagt bij tot de grotere fotosynthese-activiteit.

Leg bij elk van deze drie kenmerken uit op welke wijze dit kenmerk een bijdrage levert aan de grotere fotosynthese-activiteit van de zonnebladeren wanneer de hoeveelheid licht die op een blad valt groter is dan 4 mW/cm2 .




-

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Voedsel in de woestijn.

Bij een voedselproject in een woestijngebied overweegt men water van grote diepte op te pompen en in bekkens te verzamelen. Dit water bevat veel keukenzout (NaCl). In dit water kan men, eventueel na toevoeging van andere elementen, algen kweken. Algen zijn planten die kunnen dienen als voedsel voor dieren en mensen.
Afhankelijk van de ionensamenstelling van het opgepompte water kunnen bepaalde elementen, zoals fosfor, stikstof en zwavel, beperkend zijn voor de algengroei. Deze elementen moeten dan in een passende verbinding aan het water worden toegevoegd. Koolstof blijkt niet beperkend te zijn voor de algengroei. In het water bestaat de evenwichtsreactie CO2 + H2 O ® H+ + HCO3 - .

Noem twee processen waardoor in deze situatie voldoende CO2 beschikbaar blijft voor de algen.