1/3 Land- en tuinbouw.
Zie figuur B 1581 van de bijlage.
Een leerling leest in een brochure van de firma Koppert Biological Systems het volgende:
Tekst:
WITTE VLIEG
Eén van de grootste plagen in beschermde teelten, zowel in groente- als in siergewassen en in enkele buitenteelten, is de witte vlieg. Er komen twee soorten voor: Trialeurodes vaporariorum en Bemisia tabaci. De witte vlieg zuigt grote hoeveelheden plantensap op. De suikers uit het sap worden afgescheiden als honingdauw. Dit maakt de bladeren kleverig en vatbaar voor schimmelgroei en rot. Witte vlieg kan ook virussen overbrengen en betekent dus een grote bedreiging voor het gewas.
Bij de witte vlieg zijn zes ontwikkelingsstadia te onderscheiden, namelijk ei, eerste, tweede, derde en vierde larvestadium (welke uitgroeit tot pop) en volwassen insect. De volwassen vliegen zijn meestal te vinden in de top van het gewas, aan de onderkant van de bladeren. Door aan de planten te schudden vliegen ze als een wolk witte motjes op om even later opnieuw de onderkant van de bladeren op te zoeken. De larven bevinden zich lager in het gewas. Zowel de volwassen vliegen als de larven onttrekken voedsel aan de plant.
Biologische oplossing
De sluipwesp Encarsia formosa. Deze legt een ei in de larve van de witte vlieg. Het ei ontwikkelt zich in de larve tot een sluipwesp. De volwassen sluipwesp komt via een rond gaatje uit de pop naar buiten. De volwassen sluipwesp voedt zich met honingdauw en met het lichaamsvocht van witte vliegenlarven.
Zie figuur B 1581 van de bijlage.
De afbeelding geeft een volwassen sluipwesp weer.
Hoe heet de relatie tussen de volwassen sluipwesp en de larve van de witte vlieg?
Deze relatie noemt men [invulveld]
afbeelding