Oefentoets Biologie: Assimilatie | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie

Afgifte door een maïsplant.

Water, zuurstof en koolstofdioxide zijn stoffen die een plant met bladeren aan zijn omgeving kan afgeven.
Een jonge maïsplant met bladgroen staat in het zonlicht.

Welke van de genoemde stoffen geeft de maïsplant dan via zijn bladeren af?

Assimilatie

Processen in het lichaam.

In het lichaam van een dier vinden onder andere de volgende processen plaats:

1. verteerde plantaardige eiwitten worden omgezet in dierlijke eiwitten;
2. glucose wordt omgezet in koolstofdioxide en water;

Welk proces wordt of welke processen worden assimilatie genoemd?

Assimilatie

Organische stof uit organische stof.
Zie figuur B 3481 van de bijlage.

De afbeelding geeft enkele organismen weer.

In welk(e) van deze organismen wordt uit anorganische stoffen een organische stof gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Bontbladige klimop.
Zie figuur A 211 van de bijlage.

In de figuur staat een blad getekend van klimop met bontgekleurde bladeren.
Dit blad wordt 's avonds geplukt van een plant die de hele dag in het zonlicht heeft gestaan.
Om de aanwezigheid van zetmeel in dit blad aan te tonen, maakt men gebruik van een jodiumoplossing, een bruine vloeistof.
Na een voorbehandeling wordt het blad met jodium gekleurd. De delen die zetmeel bevatten worden blauw en de andere delen bruin.

Hoe ziet het blad er uit na de jodiumbehandeling?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Blauwkleuring in een bont-blad.
Zie figuur B 687 van de bijlage.

Figuur P geeft een blad weer. Het witte deel bevat geen bladgroen, het andere deel wel. Dit blad zit aan een plant die 24 uur in het donker heeft gestaan. Op de aangegeven plaats wordt een ondoorzichtige strook over het blad gelegd (zie figuur Q). De plant wordt daarna 24 uur in het licht gezet. Na deze 24 uur wordt met jodium onderzocht of in het blad zetmeel aanwezig is.

Op welke van de in figuur Q aangegeven plaatsen zal blauwkleuring optreden?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Takjes van een waterplant.
Zie figuur B 2180 van de bijlage.

Takjes van een waterplant staan 24 uur in het donker in water. Vervolgens worden enkele van deze takjes, nog steeds in het donker, in een glucose-oplossing gezet. De andere takjes blijven in water, ook in het donker.
Na een week worden de takjes met een jodiumoplossing onderzocht.
De takjes die in de glucose-oplossing hebben gelegen worden blauw; de takjes die in water hebben gelegen worden niet blauw.
Het schema geeft deze proef nog eens weer.

Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Geraniums.

Twee geraniumplanten staan 48 uur in het donker. Daarna worden ze elk afzonderlijk in een ruime glazen bak gezet, die luchtdicht wordt afgesloten. Bak 1 bevat lucht met koolstofdioxide bak 2 bevat lucht en een stof die alle koolstofdioxide uit de lucht haalt.
Van beide geraniums is een blad beplakt met een letter A van zwart papier. De planten worden 12 uur belicht.
Daarna worden de beplakte bladeren er afgehaald en met jodium onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.

Op welk blad of op welke bladeren zal de letter A zichtbaar worden?

Assimilatie

Een bonenplant en van een bonte geranium.
Zie figuur B 1900 van de bijlage.

Bij een practicumles hebben leerlingen de beschikking over de volgende delen van planten met bladgroen.

1. Een blad van een bonenplant die de voorafgaande 24 uur in het licht heeft gestaan.
2. Een blad van een bonenplant die de voorafgaande 24 uur in het donker heeft gestaan.
3. Een blad van een bonte geranium die de voorafgaande 24 uur in het licht heeft gestaan.

De afbeelding geeft weer hoe een blad van een bonenplant en van een bonte geranium eruit zien.

In welk blad of in welke bladeren kan in de practicumles zetmeel worden aangetoond?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Vier erlenmeyers met inhoud.
Zie figuur B 1927 van de bijlage.

In afbeelding zijn vier erlenmeyers met inhoud weergegeven. Twee van de erlenmeyers staan in het licht, de andere twee in het donker.
In de erlenmeyers zit bij het begin van de proef een laagje oranje vloeistof.
Als het CO2 -gehalte in de erlenmeyer stijgt, wordt deze vloeistof geel.
Als het CO2 -gehalte in de erlenmeyer daalt, wordt deze vloeistof rood.
In een van de erlenmeyers wordt de vloeistof na verloop van tijd rood.

Welke erlenmeyer is dit?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Bladeren met groene en witte banen voorkomen.
Zie figuur B 2026 van de bijlage.

Een bepaalde kamerplant heeft lange bladeren waarin afwisselend groene en witte banen voorkomen (zie de afbeelding). Men zet nu een zo'n kamerplant 48 uur in het licht en een gelijk exemplaar 48 uur in het donker.
Beide planten staan bij 20°C.
Na deze 48 uur neemt men van beide planten een blad. Met een jodiumoplossing onderzoekt men beide bladeren op de aanwezigheid van zetmeel. Het blad uit het licht vertoont lichtbruine en blauwe banen, het blad uit het donker is geheel lichtbruin gekleurd.

Zie figuur B 2027 van de bijlage.

Dit resultaat is in de afbeelding B 2027 weergegeven.

Enkele leerlingen die deze proef hebben gezien, schrijven hun conclusie uit deze proef op. De conclusies zijn:

1. Voor de vorming van zetmeel is bladgroen nodig.
2. Voor de vorming van zetmeel is licht nodig.
3. In het licht is zuurstof geproduceerd in de witte delen van het blad.

Welke conclusie is of welke conclusies zijn op grond van deze proef juist?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Assimilatie

Bonte klimop.
Zie figuur B 686 van de bijlage.

Een blad van een bonte klimop (zie tekening) wordt 's avonds na een zonnige dag geplukt.
Dit blad wordt met behulp van een jodiumoplossing onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.

Hoe zal dit blad er dan uit zien?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Enkele groene bladeren.
Zie figuur B 2016 van de bijlage.

In een glazen bak met water staan twee omgekeerde jampotten op een paar klosjes.
In beide potten zit een beetje vocht, in iedere pot even veel.
In pot 1 drijven enkele groene bladeren op het water. De bak staat in het licht.
Na verloop van tijd is het water in pot 1 gezakt en in pot 2 niet (zie tekening).
Dit komt doordat in pot 1 zuurstof gevormd is.

Wat gebeurt er met de zuurstofproductie als de hoeveelheid koolstofdioxide in het water afneemt?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Productie van glucose & energie.

Planten met bladgroen zijn in het licht in staat glucose te maken.

Wordt er door de productie van glucose energie in de planten opgeslagen of vrijgemaakt?
Wordt voor de productie van glucose de benodigde energie uit het licht of uit de plant zelf gehaald?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Koolstofassimilatie & vastleggen van energie.

Tijdens de koolstofassimilatie wordt door planten met bladgroen energie opgenomen en in de plant vastgelegd.

In welke stof wordt deze energie vastgelegd?

Assimilatie

De energie voor de koolstofassimilatie.

De energie die de groene plant nodig heeft voor de koolstofassimilatie, wordt geleverd door

Assimilatie

Assimilatie van eiwitten.

In welke organismen worden eiwitten geassimileerd?

Assimilatie

Beweringen over fotosynthese.

Hieronder volgen vier beweringen over fotosynthese:

1. Voor fotosynthese is onder andere water en zuurstof nodig;
2. De energie voor de fotosynthese wordt geleverd door licht;
3. Fotosynthese kan alleen plaatsvinden in landplanten;
4. Bij fotosynthese ontstaan alleen organische stoffen.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Assimilatie

Kiemplantjes van een boon.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

De tekeningen stellen vier kiemplantjes van een boon voor in verschillende stadia van ontwikkeling.

In welk of in welke van deze kiemplantjes kan fotosynthese voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Proeven met planten met bladgroen.

Vier planten met bladgroen staan elk in een pot met aarde, die voldoende water bevat. Bij een proef worden deze planten elk in een ruimte gebracht, die verduisterd of verlicht is. Aan het begin van de proef wordt iedere ruimte gevuld met lucht zoals in de tabel is aangegeven.

afbeeldingafbeelding

In welke van deze planten vindt fotosynthese plaats?

Assimilatie

Cellen met of zonder fotosynthese.

Hieronder worden vier groepen cellen genoemd.

1. cellen van een tarwekorrel,
2. cellen van het vulweefsel van een blad,
3. cellen van de kelkbladeren van een bloem,
4. cellen van de ondergrondse wortels.

In welke cellen kan fotosynthese plaatsvinden?