Oefentoets Biologie: Voeding | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie bijlage D 1 (voedingsmiddelen).

Je koopt 150 gram broccoli en kookt die.

Hoeveel kJ, grammen eiwit en milligrammen ß-caroteen levert je dat op?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Wat levert de grootste hoeveelheid vit. B2 op?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 (bijlage voedingsmiddelen).

Om twee keer over een lat op een hoogte van 1,2 meter te springen, heb je precies 300 kcal nodig.

Die 300 kcal kun je verkrijgen uit

afbeeldingafbeelding

Voeding

Energieverbruik.

Voor de volgende bezigheden is aan energie nodig:

- denken: 10 kcal/minuut
- schrijven: 4 kcal/minuut
- lezen: 1 kcal/minuut

Voor een proefwerk van 60 minuten heb je 25 minuten nodig om te denken, 5 minuten om te schrijven en 30 minuten om te lezen.

Je energie-verbruik bedraagt dan

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Welk voedingsmiddel levert het lichaam tezamen de meeste vitamines (A, B en C) op?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Welke kaassoort uit de bijlage is het best te gebruiken voor het verkrijgen van bouwstoffen?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Kies dat voedingsmiddel, waarvan je de kleinste hoeveelheid nodig hebt, om aan een bepaalde hoeveelheid energie te komen.

Dat voedingsmiddel is

afbeeldingafbeelding

Voeding

Vermageren.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Iemand is bezig met een vermageringskuur. Hij wil voedingsmiddelen gebruiken die weinig energie leveren.
Hij kan kiezen uit mager vlees, gekookt ei, komkommer of patates frites.

Welk van deze voedingsmiddelen moet hij kiezen om per 100 gram voedingsmiddel zo weinig mogelijk energie op te nemen?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Beweringen.

Welke bewering is niet juist?

Voeding

Vitaminen.

Een belangrijke functie van vitaminen in ons voedsel is

Voeding

Brood.

Uit welke onderdelen van planten wordt brood gemaakt?

Voeding

Voedingswijzer.
Zie figuur B 2272 van de bijlage.

Tot welke groep van de voedingswijzer behoren de producten: macaroni en spaghetti?
Welke twee groepen bevatten plantaardige voedingsmiddelen?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Beweringen.

I. Met een e op de verpakking wordt bedoeld het Engelse woord 'established' en het geeft aan dat de inhoud ongeveer de opgegeven hoeveelheid bevat.
II. Deze e op de verpakking moet er altijd opstaan.

Voeding

Beweringen.

I. Iemand van 50 jaar heeft géén bouwstoffen meer nodig.
II. Beschermende stoffen zijn stoffen, waarvan wij elke dag een beetje nodig hebben om niet ziek te worden.

Voeding

Beweringen.

Gebruikt de mens het opgenomen water als bouwstof?
Zo ja, al het opgenomen water of een deel ervan?

Voeding

Water.

Behalve door te drinken kunnen we ook water binnen krijgen door

Voeding

Fluoride.

In Nederland wordt jodium (via het Jozo = gejodeerd zout, dit is zout waaraan jodium is toegevoegd) en fluoride aan het brood toegevoegd en fluoride aan het drinkwater.

Wat is de functie van fluoride in het drinkwater?

Voeding

Energieverbruik.
Zie figuur B 3284 en B 3285 van de bijlage.

Harold gaat 50 minuten fietsen en daarna eten. Hij wil de hoeveelheid energie aanvullen die hij verbruikt heeft met het fietsen.
In de afbeeldingen is weergegeven hoeveel kJ iemand per minuut verbruikt bij bepaalde activiteiten en de productinformatie op een zak met broodjes.

Hoeveel broodjes moet Harold tenminste eten om de energie die hij bij het fietsen heeft verbruikt, aan te vullen? Leg je antwoord uit met een berekening.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelentabel.

Een deel van een voedingsmiddelentabel is weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Remco vraagt zich af waarmee hij het meeste eiwit binnen krijgt: met 100 gram rijst of met 150 gram patat of met 200 gram aardappels.

Bereken met welke portie Remco het meeste eiwit binnen krijgt.