Oefentoets Biologie: Voeding | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

1/3 Darmflora.

De bacteriesoorten die in de darm van mensen voorkomen, kunnen van persoon tot persoon verschillen. De Wageningse onderzoeker Erwin Zoetendal vroeg zich af wat hiervan de oorzaak is. Met een nieuwe onderzoekstechniek bestudeerde hij de samenstelling van bacteriesoorten in de ontlasting van drie groepen mensen.
Groep 1 bestond uit een aantal eeneiige tweelingen.
Groep 2 bestond uit een aantal twee-eiige tweelingen en hun broers en zussen van verschillende leeftijden.
Groep 3 bestond uit een aantal echtparen. Die echtparen vormden een commune, woonden samen, aten samen en hadden dezelfde levensstijl maar er was geen verdere familieband tussen hen.

De onderzochte familieleden uit de groepen 1 en 2 waren volwassenen die gescheiden van elkaar leefden.
Uit de resultaten van zijn onderzoek kon Zoetendal de conclusie trekken dat de soortensamenstelling van bacteriën in de darm (darmflora) tot stand komt onder invloed van erfelijke factoren en dat omgevingsfactoren er nauwelijks invloed op hebben.

Welke overeenkomsten in de darmflora vond Zoetendal bij de drie groepen?




-

Spijsvertering

2/3 Darmflora.
Zie figuur B 2974 van de bijlage.

De nieuwe onderzoekstechniek die gebruikt werd, vertelt snel welke soorten bacteriën er in een monster aanwezig zijn. De techniek herkent de bacteriën aan een eigenschap van hun ribosomen.

In de afbeelding is een schematische tekening van een bacterie te zien.

Met welk cijfer wordt een ribosoom aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/3 Darmflora.

Eiwitten worden opgebouwd uit twintig verschillende aminozuren. Bij goede voeding kan de volwassen mens in de lever twaalf van deze aminozuren wel zelf maken en de acht andere niet. Deze laatste moeten dus met het voedsel worden opgenomen. Er zijn aminozuren die in de lever kunnen worden omgezet in een ander aminozuur.
Hieronder wordt een aantal aminozuuromzettingen genoemd:

1. essentieel aminozuur X ® essentieel aminozuur Y;
2. essentieel aminozuur P ® niet-essentieel aminozuur Q;
3. niet-essentieel aminozuur A ® essentieel aminozuur B;
4. niet-essentieel aminozuur M ® niet-essentieel aminozuur N.

Welk van deze omzettingen is of welke zijn mogelijk in de lever?

Spijsvertering

1/4 Geplaagd door de wind.

Tekst:
Over de feiten rond flatulentie (het laten van winden) wordt niet gestreden. Het mechanisme is bekend: bepaalde sachariden kunnen in de dunne darm niet worden verteerd en worden uiteindelijk verderop, in de dikke darm, verteerd door bacteriën via een gistingsproces. Dat levert dagelijks zo'n 600 milliliter koolstofdioxide en waterstof op, dat het lichaam via de sluitspier verlaat gemiddeld 14 keer per etmaal. Behalve uit koolstofdioxide en waterstof bestaat de wind uit methaan, echter niet bij iedereen: één op de drie mensen bezit geen of onvoldoende bacteriën in de darm die methaan kunnen produceren. De oorzaak is erfelijk.
Koeien en mensen verergeren als gasproducenten met elke wind het broeikaseffect.
Geruststellend is dat het bij mensen om milliliters per persoon per dag gaat. Een koe windt per dag 250 tot 500 liter gas de atmosfeer in!

bewerkt naar: Mark Traa, Geplaagd door de wind', Trouw, 14 oktober 1999

Leg uit waardoor mensen bepaalde sachariden wel en andere niet kunnen verwerken (verteren) in de dunne darm.

Spijsvertering

2/4 Geplaagd door de wind.

Tekst:
Over de feiten rond flatulentie (het laten van winden) wordt niet gestreden. Het mechanisme is bekend: bepaalde sachariden kunnen in de dunne darm niet worden verteerd en worden uiteindelijk verderop, in de dikke darm, verteerd door bacteriën via een gistingsproces. Dat levert dagelijks zo'n 600 milliliter koolstofdioxide en waterstof op, dat het lichaam via de sluitspier verlaat gemiddeld 14 keer per etmaal. Behalve uit koolstofdioxide en waterstof bestaat de wind uit methaan, echter niet bij iedereen: één op de drie mensen bezit geen of onvoldoende bacteriën in de darm die methaan kunnen produceren. De oorzaak is erfelijk.
Koeien en mensen verergeren als gasproducenten met elke wind het broeikaseffect.
Geruststellend is dat het bij mensen om milliliters per persoon per dag gaat. Een koe windt per dag 250 tot 500 liter gas de atmosfeer in!

bewerkt naar: Mark Traa, Geplaagd door de wind', Trouw, 14 oktober 1999

Geef aan de hand van de tekst een argument dat de bewering bevestigt dat de bedoelde darmbacteriën anaërobe dissimilatie toepassen.

Spijsvertering

3/4 Geplaagd door de wind.

Stel dat flatulentie berust op een gen dat niet X-chromosomaal is.
Een man en een vrouw die allebei methaan kunnen produceren, krijgen een kind dat geen methaan vormt.

Hoe groot is dan de kans dat hun tweede kind eveneens 'methaanloos' door het leven zal gaan?

Spijsvertering

4/4 Geplaagd door de wind.

Welke stof komt in plantaardig voedsel voor en leidt tot de grote gasproductie bij de koe?

Voeding

Drank.

Sommige mensen denken dat ze door het drinken van sterk alcoholische drank lekker warm worden.
In werkelijkheid wordt dan door het lichaam juist meer warmte afgegeven.
De warmtezintuigen in de huid worden na het drinken van alcohol echter wel geprikkeld.

Door welke invloed van alcohol worden de warmtezintuigen in de huid geprikkeld?

Voeding

Beweringen.

I. Additieven zijn stoffen die aan de voeding worden toegevoegd om de voedingswaarde te verhogen.
II. Additieven zijn alleen niet giftig als ze een E-nummer hebben.

Voeding

Voeding.

In onderstaande tabel is voor zeven verschillende personen (kolom 1 t/m 7) aangegeven de behoefte aan calorieën en enkele voedingsstoffen per dag.
In kolom 1 staat aangegeven de behoefte van een normale, volwassen man.

afbeeldingafbeelding

Welke kolommen van de hier bovenstaande tabel geven respectievelijk aan de normale behoefte aan calorieën en de genoemde voedingsstoffen van:

een baby van 3 maanden (X);
een volwassen vrouw die iets kleiner is dan een volwassen man (Y);
een volwassen vrouw die drie maanden zwanger is (Z)?




-

Voeding

Voedingsstoffen.

Enkele bestanddelen van het voedsel van de mens zijn: eiwitten, koolhydraten en vetten.

Welke van deze voedselbestanddelen kunnen stoffen leveren die zowel bij de assimilatie als bij de dissimilatie in cellen worden gebruikt?

Voeding

Voedsel.

Over het voedsel van de mens worden de volgende beweringen gedaan:

1. Overtollige aminozuren uit het voedsel kunnen als aminozuren worden opgeslagen in de lever.
2. Sommige eiwitten kunnen in de lever alleen worden opgebouwd als in het voedsel bepaalde aminozuren voorkomen.
3. De mens ondervindt schade aan de gezondheid wanneer in het voedsel gedurende lange tijd vetten ontbreken.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Voeding

Een stukje lever.

Iemand eet een stukje gebakken lever.

Welke van de voedingsstoffen eiwitten, koolhydraten en vetten krijgt hij met de gebakken lever binnen?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedsel.

Drie bestanddelen van het voedsel van de mens zijn: eiwit, glycogeen en vet.

Welke van deze bestanddelen kunnen zowel van dierlijke als van plantaardige oorsprong zijn?

Voeding

Biureetreactie.

Biureet is de indicator voor

Voeding

Spijsvertering.

In het spijsverteringsstelsel van de mens ontstaat maltose (een koolhydraat) bij de vertering van zetmeel.
Sommige voedselbestanddelen zijn met behulp van indicatoren aan te tonen. In tabel 1 worden drie indicatoren genoemd met de daarbij optredende reacties met maltose, zetmeel, glycogeen en eiwitten.
afbeeldingafbeelding

Een hoeveelheid voedsel van onbekende samenstelling wordt getest op de aanwezigheid van maltose, zetmeel, glycogeen en eiwitten.
Dat voedsel wordt tevens behandeld met een onbekend mengsel enzymen. Na drie uur worden de omzettingen beëindigd. De dan aanwezige stoffen worden getest met de drie indicatoren.
De resultaten van deze twee series proeven staan in tabel 2.
afbeeldingafbeelding

In welk deel of in welke delen van het spijsverteringsstelsel worden enzymen gevormd die zetmeel in maltose omzetten?




-

Voeding

Voedingsstoffen.

Drie typen voedingsstoffen die nodig zijn voor de mens, zijn: koolhydraten, vetten en zouten.

Welke van deze voedingsstoffen kunnen als brandstof dienen?

Voeding

Steriliseren van melk.

Onder steriliseren van melk verstaan wij

Voeding

Fagocytose.

Een amoebe neemt voedsel op door middel van fagocytose.

Dat wil zeggen dat dit organisme

Voeding

Koolstofverbindingen.

Bij een mens komen koolstofverbindingen voor in onder andere:

1. lucht in de longen,
2. tussencelstof van bindweefsel,
3. celmembranen,
4. speekselenzym,
5. rood beenmerg.

Koolstofatomen worden als bestanddelen van aminozuurmoleculen in het bloed opgenomen.

Waarin kunnen deze koolstofatomen enkele dagen later terechtkomen?