Oefentoets Biologie: Uitscheiding - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

Hoeveel ureum?
Zie figuur B 2500 van de bijlage.

De afbeelding stelt een niereenheid van de mens voor. Gegeven is dat 20% van het volume van het bloedplasma dat door 1 stroomt, voorurine wordt; 80% van het bloedplasma stroomt verder door 2. Van het ureum dat in 3 terecht komt, wordt verderop 50% uit de voorurine geresorbeerd. Van het water in de voorurine wordt 99% geresorbeerd.

Langs welke van de plaatsen 2, 3, 4 of 5 stroomt gemiddeld per minuut de grootste hoeveelheid ureum?

Langs plaats

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Water.

Water verdwijnt uit het lichaam van de mens onder andere via de luchtwegen, de nieren en de zweetklieren.
Bij een mens in rust wordt bekeken bij welke van deze organen de hoeveelheid afgegeven water rechtstreeks afhankelijk is van de hoeveelheid water die met eten en drinken is opgenomen.

Bij welke van de genoemde organen is dat het geval?

Uitscheiding

Waterverlies.
Zie figuur A 725 van de bijlage.

Het lichaam van een mens bestaat voor ongeveer 60% uit water. In de afbeelding is de waterbalans bij de mens schematisch weergegeven.
Waterverlies vindt plaats door diffusie via de huid, met ontlasting, met urine, door verdamping in luchtwegen en door zweten. In de tabel hieronder is het waterverlies inmlper dag onder verschillende omstandigheden weergegeven. In de tabel ontbreken gegevens over de aard van het waterverlies.
afbeeldingafbeelding
Met welke nummers worden waterverlies met ontlasting en waterverlies met urine aangegeven?
afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/2 Vorming en afgifte van ADH.
Zie de figuren A 240 en B 1132 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch de hypofyse en de hypothalamus van een mens weergegeven. De hypothalamus is een gedeelte van de hersenstam. In de hypothalamus bevinden zich neurosecretorische cellen waarin ADH wordt gevormd, dat via de axonen wordt getransporteerd naar de hypofyse. In de hypofyse wordt ADH aan het bloed afgegeven.
Als gevolg van een actiepotentiaal in neuron P ontstaat een actiepotentiaal in neurosecretorische cel Q waardoor in de hypofyse ADH aan het bloed wordt afgegeven.

Zie figuur B 1132 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie registraties getekend.

Welke van deze registraties kan afkomstig zijn van neuron P in deze situatie?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/2 Vorming en afgifte van ADH.

Wanneer iemand veel water drinkt, neemt de hoeveelheid water in de levercellen toe. In de lever bevinden zich receptoren die reageren op een verlaging van de concentratie van opgeloste deeltjes in de lever. Deze receptoren staan in verbinding met de neurosecretorische cellen in de hypothalamus waarin ADH wordt gevormd.

In een experiment drinkt een proefpersoon 1/2 liter gedestilleerd water.

Zal als gevolg van het drinken het aantal impulsen per tijdseenheid in neurosecretorische cel Q afnemen, gelijk blijven of toenemen?

Uitscheiding

2/4 Bouw en werking van nieren.
Zie figuur A 735 van de bijlage.

In de afbeelding is de bouw van dekweefselcellen in de wand van het eerste gekronkelde nierbuisje in een nefron schematisch weergegeven.

Door de wand van het eerste gekronkelde nierbuisje vindt transport van stoffen uit de voorurine naar het bloed plaats.

Noem twee in de afbeelding getekende kenmerken van de dekweefselcellen die samenhangen met dit transport van stoffen.

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

3/4 Bouw en werking van nieren.

Door de dekweefselcellen van het nierbuisje worden onder andere eiwitten uit de voorurine opgenomen, die in de voorurine in een zeer lage concentratie aanwezig zijn. Deze eiwitten worden vervolgens in de dekweefselcellen gehydrolyseerd.
Twee beweringen over de hydrolyseproducten zijn:

1. deze kunnen door de dekweefselcellen zelf gebruikt worden voor de productie van onderdelen van het endoplasmatisch reticulum;
2. deze kunnen aan het bloed worden afgegeven.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Uitscheiding

4/4 Bouw en werking van nieren.

In welk type organel vindt hydrolyse van eiwitten meestal plaats?

Uitscheiding

1/6 Peritoneale dialyse.

Door de nieren van de mens stroomt per dag 1700 liter bloed. Vanuit het plasma wordt circa 150 tot 180 liter voorurine gemaakt. Deze voorurine wordt door de nieren zodanig verwerkt dat er uiteindelijk gemiddeld 2 liter urine ontstaat per etmaal. Zo wordt de water- en mineralenhuishouding op peil gehouden en een goede zuur/base-balans veilig gesteld. Afvalstoffen worden uitgescheiden.
Bij de waterbalans spelen naast de nieren ook de dikke darm en de huid een rol. De werking van de dikke darm en de huid heeft invloed op de hoeveelheid urine die per dag wordt uitgescheiden. Bij een gelijke vochtopname kan de hoeveelheid urine daardoor per dag veel minder zijn dan 2 liter.

Leg uit wanneer processen in de dikke darm de oorzaak zijn van een lagere urine-uitscheiding.
- Leg uit wanneer processen in de huid de oorzaak zijn van een lagere urine-uitscheiding.

Uitscheiding

2/6 Peritoneale dialyse.

In welke delen van de nier wordt de hoeveelheid voorurine gereduceerd tot 2 liter urine?

Uitscheiding

3/6 Peritoneale dialyse.
Zie figuur A 996 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Als de nieren chronisch niet goed functioneren, wordt gebruik gemaakt van nierdialyse. De nierfunctie wordt dan overgenomen door een niervervangende therapie.
De afvalstoffen en het overtollige water worden uit het lichaam afgevoerd door het gebruik van een dialysevloeistof.
Tegenwoordig bestaan er twee typen behandelingen: hemodialyse, waarbij gebruik gemaakt wordt van een kunstnier, en peritoneale dialyse. Bij deze laatste vorm van dialyse worden het buikvlies (= peritoneum) en de buikholte gebruikt als orgaan om het bloed te zuiveren.
Bij hemodialyse wordt het bloed door een kunstnier gevoerd. De werking van een kunstnier is schematisch weergegeven in de afbeelding.

Zie volgende scherm

Uitscheiding

4/6 Peritoneale dialyse.
Zie figuur A 996 van de bijlage.

Over de werking van de kunstnier worden de volgende uitspraken gedaan.

1. De reden dat de spoelvloeistof in de kunstnier in tegengestelde richting van de bloedstroom stroomt is dat er hierdoor een concentratieverschil tussen bloed en spoelvloeistof blijft en de uitwisseling van stoffen optimaal is.
2. De uitscheiding van afvalstoffen van het bloed in de kunstnier komt tot stand door actief transport door de membranen in de kunstnier.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

5/6 Peritoneale dialyse.
Zie figuur A 997 van de bijlage.

Bij peritoneale dialyse (zie de afbeelding) wordt een bepaalde hoeveelheid spoelvloeistof steriel in de buikholte gebracht via een permanent in de buikholte aangelegde katheter. Bij deze vorm van dialyse wordt het buikvlies als membraan gebruikt tussen het te zuiveren bloed en de spoelvloeistof.
De spoelvloeistof blijft enige tijd in de buikholte en wordt vervolgens weer afgevoerd. De dialysepatiënt moet bij deze dialyse dagelijks vier tot vijf keer de spoelvloeistof wisselen. Daarvoor is geen machine nodig. Hoe vaak de wisselingen nodig zijn, is afhankelijk van de medische situatie van de patiënt.
Het gereguleerd wisselen van de spoelvloeistof neemt ongeveer veertig minuten in beslag en kan thuis of op het werk plaatsvinden.
De spoelvloeistof die in de buikholte van de patiënt wordt gebracht, bevat naast zouten een bepaalde vaste hoeveelheid glucose. De glucoseconcentratie van de dialysevloeistof ligt hoger dan die van het bloedplasma.

Wat is de functie van deze glucose in de spoelvloeistof?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

6/6 Peritoneale dialyse.

Ook lichaamsvreemde stoffen zoals nicotine kunnen door gebruik van peritoneale dialyse uit de bloedstroom worden verwijderd. Vanuit de haarvaten in het buikvlies komen deze moleculen in de dialysevloeistof terecht.

Welke van de onderstaande organen en bloedvaten is een geïnhaleerd nicotinemolecuul tenminste gepasseerd, voordat het vanuit de longen via het buikvlies het lichaam van de patiënt verlaat?

Uitscheiding

1/5 Hemodialyse.

Slecht functionerende nieren zijn levensbedreigend. Hemodialyse biedt in die situatie vaak uitkomst doordat deze behandeling een aantal functies van de nier geheel of gedeeltelijk kan vervangen. Een nierpatiënt wordt daartoe gemiddeld drie maal per week gedurende een aantal uren aan het dialyseapparaat aangesloten.
Hemodialyse is bedoeld als een tijdelijke behandeling ter overbrugging van de tijd totdat een donornier ter beschikking komt.
De samenstelling van de dialysevloeistof en de snelheid van bloedstroom en dialysevloeistof zijn zo ingesteld dat de netto verplaatsing van stoffen door het membraan zoveel mogelijk lijkt op het resultaat van de transportprocessen door de wand van het nierkanaaltje van een gezonde nier.
In onderstaande tabel is de samenstelling gegeven van het bloedplasma van een persoon met gezonde nieren, van de verse dialysevloeistof en van het bloedplasma van een nierpatiënt.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Uitscheiding

2/5 Hemodialyse.

Een aantal stoffen komt in de verse dialysevloeistof niet voor, andere stoffen juist in een hogere concentratie dan in het bloedplasma van een gezond persoon.

Leg uit waarom sommige stoffen, die wel in het bloedplasma voorkomen, in de verse dialysevloeistof (zie tabel) ontbreken.

Uitscheiding

3/5 Hemodialyse.

Uit de samenstelling van de dialysevloeistof (zie de tabel hieronder) blijkt dat geprobeerd wordt het bufferend vermogen van het bloedplasma van de nierpatiënt te verhogen.

afbeeldingafbeelding

Leg uit op welke wijze bij hemodialyse het bufferend vermogen van het bloedplasma van de nierpatiënt verhoogd wordt.

Uitscheiding

4/5 Hemodialyse.

Door hemodialyse kan de bloedzuiverende functie van de nier tijdelijk en in redelijke mate overgenomen worden. Doordat een andere functie niet wordt overgenomen, zou zonder medicatie de hematocriet (het volumeaandeel bloedcellen in het bloed) sterk gaan dalen.

Welk hormoon krijgt de patiënt toegediend om dit te voorkomen?

Uitscheiding

5/5 Hemodialyse.
Zie figuur B 3923 van de bijlage.

In de afbeelding is een dwarsdoorsnede door de buikholte weergegeven, met daarin onder andere zichtbaar de nieren en delen van het spijsverteringskanaal.
Uit de ligging van de organen kun je opmaken of de doorsnede een bovenaanzicht of een onderaanzicht is.

Is het een bovenaanzicht of een onderaanzicht? Waaraan is dat te zien?

afbeeldingafbeelding