Oefentoets Biologie: Genetica - geslachtsgebonden | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Welk gentype?

Kleurenblindheid bij de mens is te wijten aan een op het geslachtschromosoom gelegen recessief gen (a).
Blauwe ogen worden bepaald door een recessief gen (b), dat niet op een geslachtschromosoom gelegen is.

Twee ouders met bruine ogen en normaal gezichtsvermogen krijgen een blauwogige zoon, die kleurenblind is.

Welke zijn de genotypen van de ouders?

Genetica

Letale factor.

Bij Drosophila zijn letale allelen bekend, gelegen op het X-chromosoom. Letale allelen kunnen er de oorzaak van zijn dat individuen reeds als embryo sterven.

Van welke van beide ouders kan zo'n letaal allel in een bevruchte eicel afkomstig zijn?
Is dit allel dominant of recessief?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een kruising.
Zie figuur B 1186 van de bijlage.

Men onderzoekt de overerving van een geslachtsgebonden eigenschap (R) en komt daarbij tot de afgebeelde stambomen.

Van de individuen genummerd 1 t/m 8 heeft

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een mutatie.

Men weet dat bij één van de bananenvliegen van een paartje één mutatie in een geslachtschromosoom is opgetreden.
Alle nakomelingen in de F1 zijn normaal.
Uit deze F1 isoleert men een paartje en kruist deze vliegen met elkaar.
Men vindt uitsluitend bij de helft van de mannelijke nakomelingen in de F2 een afwijking.

Is het door de mutatie ontstane allel dominant of recessief?
Is dit in een testis of in een ovarium ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Geslachtsgebonden eigenschap.
Zie figuur B 306 van de bijlage.

In de figuur staat de stamboom weergegeven van een familie, waarin rood-groen kleurenblindheid voorkomt.
Het allel hiervoor ligt op een X-chromosoom en is recessief ten opzichte van het allel voor normaal kleuren zien.

Van hoeveel procent van de kinderen uit de laatste generatie kan men verwachten dat ze deze vorm van kleurenblindheid vertonen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Hemofilie.

Hemofilie is een ziekte bij de mens, die veroorzaakt wordt door het recessieve allel van een gen op het X-chromosoom.
In een bepaalde familie trad deze ziekte al in enkele generaties op.

Wanneer in deze familie een vader lijder aan hemofilie is en zijn vrouw nòch deze ziekte heeft nòch draagster is, kan de ziekte optreden bij

Genetica

Kleurenblindheid.

Bij de mens is kleurenblindheid een eigenschap die recessief overerft en waarvoor het allel op het X-chromosoom ligt.
Een vrouw die homozygoot recessief is voor kleurenblindheid en een kleurenziende man hebben een dochter.
Deze dochter heeft een zoon die kleurenblind is.

Hoe groot is de kans op kleurenblindheid voor haar volgende zoon?

Genetica

Geslachtsgebonden en letale eigenschappen.

Muizen hebben een X-chromosomaal gen voor vachtkleur.
Wanneer in het genotype van een embryo niet minstens eenmaal het dominante allel voorkomt, wordt het embryo dood geboren.

Hoe groot is de kans op doodgeborenen onder de mannelijke nakomelingen van een heterozygoot vrouwtje?
En hoe groot onder de vrouwelijke nakomelingen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Geslachtsgebonden eigenschap.

Bij bananenvliegjes is het gen voor oogkleur gelegen in het X-chromosoom en het gen voor lichaamskleur niet.
Een vrouwtje is heterozygoot voor zowel oogkleur als lichaamskleur. Een mannetje heeft voor beide eigenschappen een fenotype dat wordt veroorzaakt door recessieve allelen.

Hoe groot is de kans dat een eicel van dit vrouwtje voor elk van deze twee eigenschappen een recessief allel bevat?
Hoe groot is de kans dat een spermacel van dit mannetje voor elk van deze twee eigenschappen een recessief allel bevat?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Kleurenblindheid.
Zie figuur B 347 van de bijlage.

De nummers 1, 2, 3 en 6 in de stamboom hebben alle één allel voor kleurenblindheid; dit recessieve allel is X-chromosomaal. Gegevens over 4 en 5 ontbreken.

Hoe groot is de kans dat 7 kleurenblind is?
Hoe groot is de kans voor 8?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 357 van de bijlage.

De stamboom heeft betrekking op een familie, waarin kleurenblindheid voorkomt.
Kleurenblindheid wordt veroorzaakt door een recessief X-chromosomaal allel.
Onder andere individu 9 is kleurenblind.

Van welke van de mannen kan met zekerheid gezegd worden dat hij kleurenblind is?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Harlekijnvlinder.

Bij de harlekijnvlinder hebben de vrouwtjes in elke lichaamscel een X- en een Y-chromosoom en de mannetjes twee X-chromosomen; dit in tegenstelling tot de situatie bij de mens.
De genen voor vleugelkleur zijn X-chromosomaal.
Een vrouwtje met bleekgele vleugels wordt gekruist met een mannetje met gele vleugels. Alle nakomelingen hebben gele vleugels.
Deze nakomelingen (F1 ) paren onderling.

Welke fenotypen komen voor in de F2 en in welke verhouding?

Genetica

Albinisme.

Bij de mens komt de zeldzame afwijking albinisme voor met als kenmerken onder andere witte haren en ontbreken van pigment in de iris.
Het allel voor albinisme is recessief en X-chromosomaal. Een albino man en een vrouw, die heterozygoot is voor de betrokken eigenschap, krijgen kinderen.

Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren meisje een albino is?

Genetica

Bananenvliegen.

Bij Drosophila komt een X-chromosomaal allelenpaar voor oogkleur voor.
Het allel voor rode oogkleur is dominant over dat voor witte oogkleur.
Een vrouwtje met witte ogen wordt gekruist met een mannetje met rode ogen (P-generatie).
De F1 -dieren die uit deze kruising ontstaan, paren onderling.
Hieruit ontstaat de F2 .
Ook de F2 -dieren paren onderling. Hieruit ontstaat de F3 . De dieren hebben geen voorkeur voor bepaalde partners. Alle paringen leveren een groot aantal nakomelingen.

Welk deel van de F3 bestaat uit vrouwtjes met rode ogen?

Genetica

Katten.

Bij katten wordt de vachtkleur onder andere bepaald door een X-chromosomaal allelenpaar met een allel voor rode vacht en een allel voor zwarte vacht.
Poezen (vrouwtjes) kunnen een rode vacht hebben, een schildpadvacht of een zwarte vacht. Schildpadvacht is het intermediaire fenotype.
Een poes met een schildpadvacht paart met een rode kater.

Hoe groot is de kans dat de eerste poes die geboren wordt, een schildpadvacht heeft?

Genetica

Bananenvliegen.

Bij bananenvliegjes zijn de allelen voor een bepaalde oogkleur X-chromosomaal en de allelen voor lichaamskleur niet.
Een bepaald vrouwtje is heterozygoot voor zowel oogkleur als lichaamskleur.
Een bepaald mannetje heeft voor beide eigenschappen een fenotype dat wordt veroorzaakt door recessieve allelen.
Dit vrouwtje en dit mannetje worden met elkaar gekruist. Uit deze kruising ontstaat een nieuwe generatie.

Hoeveel verschillende fenotypen met betrekking tot oogkleur en lichaamskleur kunnen maximaal in deze nieuwe generatie voorkomen?

Genetica

Schildpadkatten.
Zie figuur B 445 van de bijlage.

Bij katten zijn de allelen voor rode en zwarte vachtkleur X-chromosomaal. Zogenaamde schildpadkatten hebben rode en zwarte vlekken en deze schildpadkatten zijn bijna altijd vrouwtjes.
Een kruising van een zwarte kater met een rode poes levert normaal gesproken alleen schildpadpoesjes en rode katertjes op.
Een rode kater paart met een zwarte poes (kruising 1).

Hoe groot is de kans dat de mannelijke nakomelingen uit deze kruising 1 allemaal dezelfde vachtkleur hebben?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Schildpadkatten.
Zie figuur B 445 van de bijlage.

Bij katten zijn de allelen voor rode en zwarte vachtkleur X-chromosomaal. Zogenaamde schildpadkatten hebben rode en zwarte vlekken en deze schildpadkatten zijn bijna altijd vrouwtjes.
Een kruising van een zwarte kater met een rode poes levert normaal gesproken alleen schildpadpoesjes en rode katertjes op.
Een zwarte kater paart met een schildpadpoes (kruising 2).

Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren jong uit kruising 2 een zwarte vacht heeft?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Fruitvliegjes.

Bij fruitvliegjes bevat een lichaamscel van een vrouwtje twee X-chromosomen en die van een mannetje één X- en één Y-chromosoom.
Het allel voor rode ogen (E) is dominant over dat voor witte ogen (e). Het allel voor lange vleugels (F) is dominant over dat voor korte vleugels (f).
De genoemde allelen voor de oogkleur zijn X-chromosomaal, die voor de vleugellengte niet.
Twee roodogige, langvleugelige vliegjes paarden met elkaar.
Hun nakomelingschap bestond uit de volgende dieren:
vrouwtjes:
34 met rode ogen en lange vleugels.
10 met rode ogen en korte vleugels.
mannetjes:
17 met rode ogen en lange vleugels.
18 met witte ogen en lange vleugels.
5 met rode ogen en korte vleugels.
6 met witte ogen en korte vleugels.

Wat waren de genotypes van de ouders?

Genetica

Fruitvliegjes.

Bij fruitvliegjes is het allel voor lange vleugels (A) dominant over het allel voor korte vleugels (a). Deze allelen zijn niet gelokaliseerd op het X-chromosoom. Het allel voor rode ogen (B) is dominant; het allel voor witte ogen (b) recessief. De allelen voor oogkleur zijn wel gelokaliseerd op het X-chromosoom.

Uit een kruising van de fruitvliegjes ontstaan de volgende fenotypen in de aangegeven verhoudingen:

3 mannetjes langvleugelig - witogig
1 mannetje kortvleugelig - witogig
3 vrouwtjes langvleugelig - roodogig
1 vrouwtje kortvleugelig - roodogig

Welke van de onderstaande genotypen geven de genotypen van de ouders weer?