Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Ontdek de digitale toets over de dikte- en lengtegroei van bomen en cellen, gericht op leerlingen die hun kennis van plantengroei en celdelingen willen testen en verdiepen. Deze toets bevat diverse vragen over de groei van bomen, waterplantjes en maïs, en is ideaal voor biologie-studenten. - 11 vragen

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Diktegroei van Bomen en Cellen

Diktegroei.

Diktegroei van bomen begint door deling en groei van cellen in

Celdelingen in de vaatbundel

Dwarsdoorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 1928 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede van een vaatbundel weer.

Welk cijfer geeft weefsel aan waarin celdelingen plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Lengtegroei van een paardenkastanje tak

Lengtegroei bij tak van paardenkastanje.
Zie figuur B 2197 van de bijlage.

De tekening geeft een tak van een paardekastanje weer tijdens de winter.

Welk cijfer geeft een plaats aan van waaruit in het voorjaar lengtegroei van deze tak plaatsvindt?

afbeeldingafbeelding

Lengtegroei van waterplantjes in verschillende omstandigheden

Groei van waterplantjes.

In twee glazen buisjes bevindt zich water met een waterplantje. De temperatuur van het water in beide buisjes wordt op 25°C gehouden. Buisje 1 staat in het donker. Buisje 2 staat in het licht.
Na enige tijd blijkt, dat het plantje in buisje 1 het meest in lengte is toegenomen.
Hier volgen twee beweringen over deze lengtegroei:

1. Voor de lengtegroei is een constante temperatuur nodig,
2. Voor de lengtegroei is licht nodig.

Welke van deze beweringen wordt (worden) door deze proef bevestigd?

Effect van licht op maïs kiemplantjes

Kiemplantjes van maïs.
Zie figuur B 1701 van de bijlage.

In de potten 1 en 2 bevinden zich vijf dagen oude kiemplantjes van maïs.
Pot 1 heeft al die tijd in het licht gestaan. Pot 2 stond steeds in het donker.

Welke van onderstaande conclusies uit dit experiment is juist?

afbeeldingafbeelding

Bepaal de leeftijd van de els-tak

1/3 Een els.
Zie figuur B 2091 van de bijlage.

Een els is een boom die alleen goed groeit als er veel water beschikbaar is.
Een els is in februari 1990 vlak boven de grond afgezaagd. Tegelijk zijn de takken vlak bij de stam van de boom afgezaagd. In de afbeelding zijn een deel van een doorsnede van de stam en een deel van een doorsnede van een tak weergegeven.
In beide doorsneden zijn jaarringen te zien.

Hoe oud was de tak toen deze werd afgezaagd?

afbeeldingafbeelding

Droogte en jaarringen van een els

2/3 Een els.

De omgezaagde els heeft wel eens last gehad van droogte. Dit is aan de jaarringen van de stomp te zien.

Waaraan is bij een jaarring te zien dat het voor de els een droog jaar was?

afbeeldingafbeelding

Zomer met watergebrek voor de els

3/3 Een els.

In welke zomer heeft de els, op grond van de afbeelding, gebrek aan water gehad?

afbeeldingafbeelding

Celwanddikte in eikendelen

Tweejarige zijtak.

In een tweejarige zijtak van een eik komen onder andere de volgende delen voor: bastvaten, delende cellen, houtvaten.

Bij welke van deze delen zal gemiddeld de celwand het dikst zijn?

Bij de .

Bepalen van de leeftijd van een boom

Een omgevallen boom.
Zie figuur B 5784 van de bijlage.

Iemand wil van een grote omgevallen boom met een holle stam (zie tekening) weten hoe oud deze is.
Hij overweegt daartoe het volgende te doen:

1. de boom in de lengte doorzagen en de jaarringen op de verkregen lengtedoorsnede tellen;
2. de dikste zijtak op plaats Q doorzagen en de daar aanwezige jaarringen tellen;
3. de omtrek van de stam bij P meten.

Kan hij met behulp van één van deze genoemde werkwijzen precies bepalen hoeveel jaar deze boom geleefd heeft?
Zo ja, met welke werkwijze? Kies 0 als dat niet mogelijk is.

afbeeldingafbeelding

Algen in afvalwaterzuivering

Algen bij de afvalwaterzuivering.

In een krant stond het volgende bericht:

Tekst:
In het verleden werden bij de afvalwaterzuivering vooral bacteriën gebruikt om organische (biologische) stoffen uit het afvalwater te verwijderen. Het gedeeltelijk gezuiverde water dat overbleef, bleek nog te grote hoeveelheden zouten te bevatten. Door naast de bacteriën ook algen te gebruiken vond men een manier om dit probleem op te lossen. De algen nemen de zouten uit het water op voordat het water de installatie voor de afvalwaterzuivering verlaat.

Voor welk proces verbruiken de algen de zouten uit het afvalwater vooral?