Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Huid

1/2 De huid.

In onderstaande tabel is een aantal gegevens over het dagelijks verlies van water uit het lichaam van de mens weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Het 'ongemerkt waterverlies via de huid' is waterverlies dat niet zonder meer wordt waargenomen. Hierbij verplaatst het water zich door de hoornlaag heen. Water verplaatst zich door diffusie, door osmose en door actief transport.

Waardoor verplaatst het water zich door de hoornlaag bij het ongemerkt waterverlies?

Huid

2/2 De huid.
Zie figuur E 37 van de bijlage.

In de afbeelding is een model gegeven van de osmoregulatie.

Leg uit waardoor iemand in rust bij een buitentemperatuur van 30°C minder waterverlies met de urine heeft dan bij een buitentemperatuur van 20°C. Betrek in je uitleg de osmoregulatie met behulp van het antidiuretisch hormoon (ADH).

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

Afscheidingsproducten.

Bevinden zich organische stoffen in de afscheidingsproducten van de schildklier, van de speekselklier en/of van de talgklier?

Klierstelsel

Een speekselklier.
Zie figuur B 1250 van de bijlage.

Een speekselklier is opgebouwd uit een aantal eenheden die acini worden genoemd (zie de afbeelding). In cellen van een acinus wordt het primaire speeksel gevormd. Tijdens het transport door de speekselbuis wordt het primaire speeksel omgezet in het definitieve speeksel. De hoeveelheid water in het primaire speeksel is gelijk aan die in het definitieve speeksel.
Het primaire speeksel heeft dezelfde ionensamenstelling als het bloedplasma. Het definitieve speeksel bevat na passage door de speekselbuizen minder Na+ -ionen en meer K+ -ionen per volume-eenheid dan het primaire speeksel.

Over processen bij de vorming van het definitieve speeksel worden vier beweringen gedaan:

1. Door de cellen van de speekselbuizen worden Na+ -ionen actief uit het bloed geresorbeerd.
2. Door de cellen van de speekselbuizen worden K+ -ionen actief uit het bloed geresorbeerd.
3. Door de cellen van de speekselbuizen worden Na+ -ionen actief aan het bloed afgegeven.
4. Door de cellen van de speekselbuizen worden K+ -ionen actief aan het bloed afgegeven.

Welke van deze beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

1/3 Klieren.

Vier klieren in het lichaam van een mens worden bestudeerd: de schildklier, een speekselklier, een talgklier en een zweetklier in de huid van de hand.

Is het klierweefsel van de talgklier ontstaan uit ectoderm, uit entoderm of uit mesoderm?
En het klierweefsel van de zweetklier?

Klierstelsel

2/3 Klieren.

Bevinden zich organische stoffen in de afscheidingsproducten van de schildklier, van de speekselklier en/of van de talgklier?

Klierstelsel

3/3 Klieren.

Wordt de afgifte van speeksel door de speekselklier beïnvloed via het zenuwstelsel?
En de afgifte van zweet door de genoemde zweetklier?

Hormoonstelsel

Hormonen of zenuwen?
Zie figuur B 214 van de bijlage.

Het schema stelt een regulatiesysteem voor, waarvan de ovaria en de hypofyse deel uitmaken.

Stellen de pijlen 1 en 2 hormonen en/of zenuwen voor?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Endocriene klieren.

Waarin verschillen bij gewervelde dieren endocriene klieren van andere klieren?

Hormoonstelsel

Winterslaap.

Bepaalde zoogdieren houden een winterslaap.

Indien een dergelijk dier in de zomer in een koude omgeving wordt gebracht en een bepaald hormoon krijgt toegediend, treedt winterslaap op.

Welk van de hormonen adrenaline, glucagon, insuline of thyroxine kan dit effect bewerkstelligen?

Hormoonstelsel

Hormoonklieren.
Zie figuur B 975 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch enkele organen van de mens voor.

In welk van de aangegeven organen worden hormonen geproduceerd?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Ravitaillering

Bij een wielerwedstrijd over een afstand van 210 kilometer halverwege een ravitailleringsplaats ingericht waar eten en drinken aan de deelnemers worden verstrekt. Een van de deelnemers vergeet bij de ravitailleringsplaats eten en drinken aan te nemen, zodat hij verder niets kan nuttigen. Zes uur na de start bereikt hij de finish. Bij het passeren van de finish is de concentratie van bepaalde hormonen in zijn bloed hoger dan in rust.

Enkele hormonen zijn: ADH, adrenaline, glucagon en insuline.

Van welke van deze hormonen is de concentratie in zijn bloed verhoogd bij het passeren van de finish?

Hormoonstelsel

Winterslaap.

Bepaalde zoogdieren houden een winterslaap.

Indien een dergelijk dier in de winter in een warme omgeving wordt gebracht en een bepaald hormoon krijgt toegediend, treedt ontwaken uit de winterslaap op.

Welk van de hormonen adrenaline, glucagon, insuline of thyroxine kan dit effect bewerkstelligen?

Hormoonstelsel

Waterafgifte bij vissen.

Bij sommige vissen komt een hormoon voor dat afgifte van water door de nieren stimuleert.
De afgifte van dit hormoon aan het bloed is afhankelijk van de mate waarin water het lichaam van dit dier via het lichaamsoppervlak binnenkomt. Een vis P bevindt zich in omstandigheden waarin veel van dit hormoon afgegeven wordt. Een vis Q van dezelfde soort bevindt zich in omstandigheden waarin weinig van dit hormoon afgegeven wordt.

Zal bij vis P meer of minder water het lichaam binnenkomen dan bij vis Q?
Zal vis P zich in water bevinden waarvan de concentratie van opgeloste stoffen hoger of lager is dan de concentratie van opgeloste stoffen in het bloed?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Hormoon- en zenuwstelsel.

Vier mogelijke verschijnselen bij de mens zijn:

1. het glucosegehalte van het bloed stijgt;
2. het glucosegehalte van het bloed daalt;
3. de activiteit van het bijniermerg neemt toe;
4. het sympathisch zenuwstelsel wordt geactiveerd.

Welke van deze verschijnselen doen zich voor als iemand plotseling erg boos wordt, maar geen actie onderneemt?

Hormoonstelsel

Hormoon- en zenuwstelsel.

In het bijniermerg van de mens bevinden zich de uiteinden van bepaalde neuronen van het autonome zenuwstelsel.
Impulsen die via deze neuronen het bijniermerg bereiken, hebben tot gevolg dat het bijniermerg een hormoon gaat afgeven. Dit hormoon zorgt voor een verhoging van het glucosegehalte van het bloed. De afgifte van dit hormoon kan heel snel gebeuren, bijvoorbeeld wanneer iemand schrikt.

Behoren de betrokken neuronen tot het parasympatische of tot het (ortho)sympathische deel van het zenuwstelsel?
Welk hormoon wordt er gevormd ten gevolge van impulsen langs deze neuronen?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Warmteproductie.

In het lichaam van de mens kunnen de volgende gebeurtenissen plaatsvinden:

1. de concentratie van schildklierhormoon in het bloed stijgt;
2. de concentratie van adrenaline in het bloed stijgt;
3. de impulsfrequentie in het (ortho)sympathische zenuwstelsel neemt toe.

Welke van deze gebeurtenissen bevorderen de warmteproductie?

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.

Door cellen in de maagwand wordt het hormoon gastrine gevormd. Dit gebeurt onder invloed van de aanwezigheid van bepaald voedsel. Gastrine stimuleert onder andere de productie van een sterk zuur door de maagwand en van alvleessap.
De productie van gastrine wordt geregeld door een terugkoppelingsproces.

Deze terugkoppeling kan blijken uit het feit, dat

Hormoonstelsel

Een lege maag.

Een hond met een lege maag wordt ingespoten met bloed van een hond die voedsel in zijn maag heeft.

Gaat de hond met lege maag daardoor watertanden of treedt bij hem maagsapafscheiding op?
Komt dat door een reflex of door hormoonwerking?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Receptoreiwit.
Zie figuur A 274 van de bijlage.

Uit biochemisch onderzoek is gebleken dat een cel alleen maar op een bepaald geslachtshormoon kan reageren, als zich in de cel een receptor bevindt voor dat hormoon. In dit geval is de receptor een eiwit dat zich in het cytoplasma van de cel bevindt.
De geslachtshormoonmoleculen komen via het celmembraan vanuit de weefselvloeistof de cel binnen. Bevat de cel geen receptoreiwit voor het hormoon dan verdwijnt het hormoon weer uit de cel. Bevat de cel wel een receptoreiwit dan treedt een binding op tussen het hormoon en het receptoreiwit. Het receptoreiwit wordt daardoor geactiveerd en de receptor verandert van vorm. Het geactiveerde hormoon-receptor-complex verplaatst zich naar de kern. Daar bindt het zich aan een bepaalde plaats van het DNA in de celkern. Het gevolg daarvan is dat eiwitsynthese op gang komt. Dit proces is weergegeven in de afbeelding.
Voor ieder type geslachtshormoon bestaat een aparte receptor.
Als de cellen van een weefsel geen receptoren bevatten voor een bepaald type geslachtshormoon, dan heeft dit type hormoon geen invloed op dit weefsel.
De receptor voor oestradiol komt in hoge concentraties voor in cellen van het baarmoederslijmvlies.

Waardoor kan een receptoreiwit voor oestradiol geen ander geslachtshormoon binden?




-

afbeeldingafbeelding