Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 9

Ontdek de digitale toets over vogelsoorten en hun populaties in het Buurserzand, gericht op studenten en natuurliefhebbers die meer willen leren over avifauna en ecosysteemanalyses. Deze toets bevat vragen over broedparen, dichtheid en biotische factoren in dit unieke natuurgebied in Twente. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Vogelsoorten in het Buurserzand

1/4 Het Buurserzand.
Zie figuur A 815 van de bijlage.

Het Buurserzand is een natuurgebied in het zuidoostelijk deel van Twente. Het is eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. In het Buurserzand werden in 1998 bij tellingen 106 verschillende vogelsoorten waargenomen.

Van enkele vogelsoorten zijn in de afbeelding de aantallen broedparen in 1990, 1993 en 1998 weergegeven.

Van welke vogelsoorten werden wel broedparen waargenomen in 1998, maar niet in 1990 en niet in 1993?

afbeeldingafbeelding

Broedparen van de wielewaal in 1993

2/4 Het Buurserzand.

Hoeveel broedparen van de wielewaal zijn er in 1993 in het Buurserzand waargenomen?

dit aantal is: [invulveld]

Afname broedparen vogelsoorten in 1993

3/4 Het Buurserzand.

Van welke vogelsoorten werd in 1993 een afname van het aantal broedparen ten opzichte van 1990 waargenomen?

Dichtheid van de roodborsttapuit berekenen

4/4 Het Buurserzand.

In 1998 bezat de Vereniging Natuurmonumenten 364 hectare aaneengesloten gebied in het Buurserzand. Een maat voor de grootte van een vogelpopulatie is het aantal broedparen per 100 hectare. Dit noemen we ook wel de dichtheid.
In 1998 werden in het Buurserzand 14 broedparen van de roodborsttapuit waargenomen.

Bereken de dichtheid van de roodborsttapuit in het Buurserzand in 1998 tot op 1 decimaal nauwkeurig.

Producenten, consumenten en reducenten in een bos

1/2 In een dennenbos.
Zie figuur C 135 van de bijlage.

In een dennenbos groeien op de omgevallen bomen wel eens elfenbankjes. Deze paddestoelen zijn delen van de elfenbankjesschimmel die aan de buitenkant van de boom uitsteken. In het dennenbos leven ook eekhoorns die onder andere zaden eten uit dennenappels (zie de afbeelding).

Welk van de genoemde organismen is een producent, welk een consument en welk een reducent?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Biotische factoren van eekhoornpopulatie

2/2 In een dennenbos.

In een onderzoek wil men nagaan welke biotische factoren van invloed zijn op de grootte van de populatie eekhoorns in het bos.

Welk van de volgende gegevens hoeft men niet te gebruiken?

Duingebieden en hun ecosysteem

1/20 Duinen.
INFORMATIE 1 DUINGEBIEDEN
Zie figuur A 791 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Het grootste deel van de Nederlandse kust bestaat uit duingebieden. De duinen beschermen het land tegen overstroming door de zee. Ook zijn ze van belang voor recreatie en voor drinkwaterwinning. Door verschillende factoren, zoals de invloed van de zee, de windsamenstelling van de bodem is een unieke planten- en dierenwereld ontstaan. In de afgelopen 150 jaar zijn er, onder andere door invloeden van de mens, veranderingen en de opgetreden in de karakteristieke ecosystemen van de duinen (zie de tabel).
afbeeldingafbeelding
Zie volgende scherm

Planten in de Duinen

2/20 Duinen.

INFORMATIE 2 HELM
Zie figuur B 3333 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding
Helm is een grassoort die in de duinen voorkomt. Helm wordt vaak in de duinen aangeplant om zandverstuiving tegen te gaan. De plant vormt lange, sterk vertakte wortels en wortelstokken die diep in de bodem doordringen en zo het zand goed vasthouden. De bloeitijd is in het begin van de zomer. De bloempjes vormen samen een geelgroene aar. De lange, grijsgroene bladsprieten zijn meestal in de lengterichting opgerold, ter bescherming tegen uitdroging (zie de afbeelding).

INFORMATIE 3 DUINDOORN
De duindoorn is een struik die op kalkrijke plekken in de duinen groeit. Deze struik heeft òf alleen mannelijke òf alleen vrouwelijke bloemen. De bloemen vallen niet op tussen de grijsgroen gekleurde blaadjes. Aan de vrouwelijke struiken verschijnen na de bloei oranje bessen, die duidelijk te zien zijn. De planten vormen aan hun wortels knolletjes waarin bacteriën leven. Deze bacteriën zetten stikstof uit de lucht om in nitraten, die weer door de duindoorn gebruikt kunnen worden.

INFORMATIE 4 PARNASSIA
afbeeldingafbeelding
Parnassia is een plant die in vochtige duinvalleien voorkomt.
De bloemen van parnassia hebben vijf witte kroonblaadjes en worden vooral bestoven door vliegen. Als de vruchten rijp zijn, springen ze open. De zaadjes zijn zo fijn als stof en worden verspreid door de wind. Sinds 1900 is het aantal parnassiaplanten sterk afgenomen. Het is nu een zeldzame plant die wettelijk beschermd wordt. In de afbeelding is een bloem en een bloemdiagram van parnassia weergegeven. Een bloemdiagram geeft schematisch de bouw van een bloem weer.
Zie volgende scherm

De rol van konijnen in duinen

3/20 Duinen.

INFORMATIE 5 KONIJNEN
Zie figuur B 3335 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Konijnen voeden zich onder andere met grassen en takjes van jonge struiken. In de winter knagen ze vaak de buitenste laag van takken en van stammetjes af. Zo'n kaal geknaagde struik gaat dood. Zo zorgen konijnen ervoor dat de duinen niet overwoekerd worden door gras en struikgewas.
Konijnen graven gangen en holen in de bodem. Deze holen worden ook door veel andere dieren als nest gebruikt, bijvoorbeeld door bergeenden en tapuiten (zie informatie 6).
In verschillende duingebieden worden op vaste plekken enkele keren per jaar konijnen geteld. Als gevolg van een besmettelijke virusziekte, de VHS ziekte, is het aantal konijnen in de duinen sinds 1994 sterk afgenomen (zie de afbeelding).

Zie volgende scherm

Vogelpopulaties in de duinen

4/20 Duinen.

INFORMATIE 6 VOGELS IN DE DUINEN
In heel Nederland wordt door tellingen bijgehouden of vogelpopulaties toenemen of afnemen. In het diagram zijn resultaten van zulke tellingen weergegeven van twee vogelsoorten die in de duinen voorkomen.

6.1 De tapuit
Zie figuur B 3336 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
De tapuit is een vogel die broedt in de open duinen. Hij is ongeveer zo groot als een spreeuw en voedt zich vooral met insecten, spinnen en slakken.

Zie volgende scherm

Grasmus: Voeding en broedgedrag

5/20 Duinen.

6.2 De grasmus
Zie figuur B 3349 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding
Grasmussen broeden het liefst laag bij de grond in dicht, doornig struikgewas. Het voedsel van een grasmus bestaat tijdens het broedseizoen vooral uit insecten. In de loop van de zomer worden steeds meer bessen gegeten.

Zie volgende scherm

Duingebieden en Struikgewas in Nederland

6/20 Duinen.

Naar aanleiding van informatie 1 en informatie 5 worden twee uitspraken gedaan.

I. Sinds 1850 is de totale oppervlakte van de duingebieden in Nederland afgenomen.
II. De toename van struikgewas in de duinen kan een gevolg zijn van het groter worden van de konijnenpopulatie.

Berekening van vochtige duinvallei in 1990

7/20 Duinen.

Uit de tabel in informatie 1 blijkt dat tussen 1850 en 1990 een groot deel van de vochtige duinvalleien is verdwenen. Dit is vooral het gevolg van de drinkwaterwinning.

Bereken met behulp van de tabel hoeveel hectare (ha) aan vochtige duinvallei er in 1990 was.

Aanpassingen van helmplanten aan droogte

8/20 Duinen.

In informatie 2 staat dat de bladeren van helmplanten meestal zijn opgerold ter bescherming tegen uitdroging.

Noem nog een andere eigenschap uit de tekst waaruit blijkt dat de plant aangepast is aan een droog milieu.

Voordelen van huidmondjes bij helmplanten

9/20 Duinen.

De bladeren van helmplanten zijn meestal opgerold (zie informatie 2). De huidmondjes bevinden zich dan aan de binnenzijde.

Leg uit welk voordeel het voor de plant heeft, dat de huidmondjes zich dan aan de binnenzijde bevinden.

Vaatbundels in een helmblad

10/20 Duinen.

In een helmblad bevinden zich vaatbundels met houtvaten en bastvaten.

Welke letter in de afbeelding van informatie 2 geeft een deel van het blad aan met een vaatbundel?

Voortplanting van de helmplant

11/20 Duinen.

Kan helm zich geslachtelijk voortplanten?
En kan de plant zich ongeslachtelijk voortplanten?

Oorzaak van de zeldzaamheid van parnassia

12/20 Duinen.

Leg met behulp van informatie 1 uit, waardoor parnassia een zeldzame plant is geworden in de duinen.

Zadenontwikkeling bij Parnassia

13/20 Duinen.
Zie figuur B 3334 van de bijlage.

In informatie 4 staat een bloemdiagram van parnassia afgebeeld.

Welke letter geeft het deel aan waarin de zaden zich na de bevruchting ontwikkelen?

de letter [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Kenmerken van de bloem van parnassia

14/20 Duinen.
Zie figuur B 3334 van de bijlage.

Uit het bloemdiagram in informatie 4 zijn enkele kenmerken van een bloem van parnassia af te leiden.

Uit welk kenmerk in het bloemdiagram kan afgeleid worden dat de bloem bestoven wordt door insecten?

afbeeldingafbeelding