Bloed
2/8 Orgaantransplantatie.
Tegen welk type stoffen wordt een afweerreactie opgeroepen?
Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
17
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
2/8 Orgaantransplantatie.
Tegen welk type stoffen wordt een afweerreactie opgeroepen?
3/8 Orgaantransplantatie.
Voorafgaande aan de afstoting vindt antigeenpresentatie plaats.
Waar wordt het gepresenteerde antigeen vandaan gehaald?
4/8 Orgaantransplantatie.
De bloedgroep van donor en ontvanger moeten op elkaar afgestemd worden, de bloedgroep wordt bepaald door de bloedfactor.
Op welke cellen komen deze factoren voor?
5/8 Orgaantransplantatie.
Waarom is het zo moeilijk om een ontvanger te vinden met dezelfde weefseltypering (weefselgroep) als die van het donororgaan?
6/8 Orgaantransplantatie.
Welk type cellen zal het vreemde orgaan als eerste ‘opmerken'?
7/8 Orgaantransplantatie.
Waarom hebben mensen met een leveraandoening een gebrek aan eiwitten?
8/8 Orgaantransplantatie.
Bij een levertransplantatie zal naast de leverader en leverslagader nog een ander belangrijk bloedvat moeten worden afgesloten.
Welke?
HIV-virussen.
De ziekte AIDS wordt veroorzaakt door de zogenoemde HIV-virussen. Deze HIV-virussen vernietigen bepaalde bloeddeeltjes. AIDS-patiënten zijn zeer gevoelig voor infecties waar gezonde mensen niet gauw last van hebben, zoals longontsteking, schimmelinfecties in de luchtwegen, enzovoorts.
Welke bloeddeeltjes worden op grond van bovenstaande gegevens waarschijnlijk vernietigd door de HIV-virussen?
Welke rol spelen deze bloeddeeltjes normaal in de bescherming tegen infecties bij gezonde mensen?
Eigenschappen van bloedcellen.
Zie figuur C 196 van de bijlage.
Vul de gevraagde eigenschappen van bloed in (gebruik de tabel op de bijlage).
afbeelding
1/2 Een krokodillenhart.
Zie figuur A 308 van de bijlage.
De bouw en werking van het hart van een krokodil worden vergeleken met die van het hart van de mens. Het hart van een krokodil heeft, evenals het hart van de mens, twee boezems en twee kamers. Anders dan de mens heeft de krokodil twee aorta's die met elkaar in verbinding staan. Uit de rechterkamer ontspringen de rechter aorta en de longslagader, uit de linkerkamer ontspringt de linker aorta.
In de afbeelding zijn twee schematische lengtedoorsneden van het krokodillehart getekend. Schema 1 geeft de bloedstroom in het hart weer bij een krokodil die op het land ligt. Schema 2 geeft de bloedstroom weer in het hart van een krokodil onder water.
Een krokodil ligt op het land (schema 1). In schema 1 zijn de plaatsen P en Q aangegeven. De kamers van het hart trekken zich samen.
Is op dat moment de bloeddruk op plaats P lager dan, gelijk aan of hoger dan die op plaats Q?
afbeelding
2/2 Een krokodillenhart.
Zie figuur A 308 van de bijlage.
Vervolgens duikt de krokodil helemaal onder water (schema 2). In schema 2 zijn de plaatsen R en S aangegeven. De kamers van het hart trekken zich samen.
Is op dat moment het zuurstofgehalte op plaats R lager dan, gelijk aan of hoger dan dat op plaats S?
afbeelding
2/3 Bloed.
Bij een bepaalde topsporter wordt enkele weken vóór een belangrijke wedstrijd bloed afgetapt. Vlak voor de wedstrijd krijgt deze sporter een transfusie met zijn eigen bloed. Men beweert dat dit kan leiden tot betere prestaties tijdens de wedstrijd.
Geef van de onderstaande beweringen aan welke juist is of zijn.
Zuurstofopname.
In de longen wordt zuurstof in het bloed opgenomen.
Door welk deel van het bloed wordt zuurstof vooral opgenomen?
Een bloedneus.
Een bloedneus ontstaat soms vanzelf. Ook kun je een bloedneus krijgen door een klap tegen je neus.
Aan de binnenkant van de neus bevinden zich veel kleine bloedvaten. Die kunnen gemakkelijk stuk gaan.
Iemand met een bloedneus kan het best eerst de neus snuiten.
Door de neus daarna tien minuten dicht te knijpen, gaat het bloeden meestal over.
Welke taak hebben de bloedvaten aan de binnenkant van de neus vooral?
Dik door tekort aan een hormoon.
Bepaalde mensen zijn dik doordat hun stofwisseling erg traag verloopt. Dit wordt veroorzaakt door een tekort aan een bepaald hormoon.
Welk van onderstaande verschijnselen kan een gevolg zijn van een tekort aan dit hormoon?